X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > In de media

Volkskrant 'Snij niet in bestuur voortgezet onderwijs'

15 mei 2010

De Volkskrant plaatste delen van een ingezonden brief van Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad, op de opiniepagina. Bezuinigen op de overhead of bestuursstructuur van het voortgezet onderwijs gaat ten koste van kwaliteit en is onverantwoord. De complete tekst van de brief luidt:

Snijden in bestuur voortgezet onderwijs is onverantwoord

‘Bestuurders hebben geen idee hoe het er op de werkvloer aan toe gaat. Het zijn zakkenvullers, die de mensen die het echte werk doen alleen maar voor de voeten lopen.’ In verkiezingstijd doen populistische slogans over de bestuurslagen in de publieke sector, met name die van de zorg- en onderwijssector, het altijd goed. Maar bezuinigingen op de huidige overhead in het voortgezet onderwijs gaan onherroepelijk ten koste van de kwaliteit van dat onderwijs.

Als je als politicus ergens goed mee scoort, dan is het wel met het voorstellen van bezuinigingen op de bestuurslagen in scholen en ziekenhuizen, in dit verband vaak denigrerend als ‘leemlagen’ aangeduid. Onder druk van de economische crisis zien alle politieke partijen zich genoodzaakt bezuinigingsposten te vinden. Als we afgaan op de nieuwe partijprogramma’s, liggen bij de besturen van overheidsinstellingen miljarden aan niet benutte euro’s voor het opstrijken.

Veel politieke partijen vinden het bijna vanzelfsprekend dat het leeuwendeel van de bezuinigingen weggehaald wordt bij het (openbaar) bestuur. Snijden in het aantal ambtenaren, ministeries samenvoegen en het aantal Kamerleden terugbrengen zijn inderdaad maatregelen die miljarden opleveren. Men gaat er daarbij voetstoots - en totaal ongefundeerd - vanuit dat deze bezuinigingen niet tot kwaliteitsverlies zullen leiden.

Vice-president van de Raad van State Tjeenk Willink deelt dit optimisme niet, zoals hij bij de presentatie van zijn jaarverslag opmerkte. Hij is er niet van overtuigd dat het afschaffen of inkrimpen van bestuurslagen, besparingen in menskracht en kosten zullen genereren. Daarvoor moet je eerst durven kiezen. Pas als je radicale beleidskeuzes durft te maken en bereid bent ook taken af te stoten, mag je efficiencywinst verwachten.

Voor het onderwijs geldt hetzelfde. Politici (en bonden) wijzen ook vaak en gemakkelijk op de ‘leemlagen’ van managers en bestuurders in het onderwijs. De vooronderstelling achter deze kritiek is dat bezuinigingen op bestuur en management veel geld opleveren en (dus) de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen. Deze vooronderstelling is echter niet gebaseerd op enig onderzoek en ook uit de praktijk kennen we geen voorbeelden die dit standpunt ondersteunen.

Integendeel. De VO-raad heeft enige tijd geleden de TU Delft gevraagd onderzoek te doen naar de overhead in het voortgezet onderwijs. De uitkomst was dat deze overhead schommelt tussen de 6 en 8 procent. Opmerkelijk was de conclusie dat, als de overhead in het voortgezet onderwijs nog verder teruggedrongen zou worden, dit de kwaliteit van dat onderwijs zou schaden.

Begrijpelijk, als je bedenkt dat als de ondersteuning en facilitering afneemt, de docent zelf meer moet gaan kopiëren, surveilleren of assisteren. Terwijl zijn deskundigheid nu juist lesgeven is. Met een naderend lerarentekort moeten we juist gaan nadenken over de vraag hoe we docenten nog beter kunnen faciliteren en nog meer werk uit handen kunnen nemen, zodat hij zijn handen vrij krijgt voor zijn corebusiness: het geven en voorbereiden van lessen.

Bezuinigen op de overhead of bestuursstructuur van het voortgezet onderwijs is - juist met het oog op de kwaliteit ervan - dan ook onverantwoordelijk. In een recent aangeboden investeringsagenda komt de VO-sector zelf met concrete voorbeelden hoe bestuurders en schoolleiders de docent meer invloed en meer beleidsruimte kunnen geven. We laten zien hoe deze extra beleidsruimte tot meer diploma’s, een snellere doorstroom en meer excellentie leidt. En diezelfde bestuurders en schoolleiders voegen de daad bij het woord: ze investeren uit reserves en leningen de eerste 300 miljoen zelf.

In verkiezingstijd doen slogans over bestuurders en overhead het altijd goed. Maar ook aan de verkiezingsstrijd komt een eind en dan gelden weer de harde feiten. Ook voor politici. De politiek mag eisen stellen en ervan uitgaan dat bestuurders hun verantwoordelijkheid nemen. Onze beleidsagenda laat dat laatste overduidelijk zien. Op onze beurt rekenen wij erop dat ook politici hun verantwoordelijkheid nemen en niet zomaar wat roepen, maar met plannen komen die daadwerkelijk tot kwaliteitsverbetering leiden.