X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Nieuws

Maatschappelijke Raad over legitimiteit en responsiviteit

18 juni 2009

Op 31 maart kwam de Maatschappelijke Raad bijeen voor het behandelen van de eerste adviesaanvraag. Na een toelichting op het thema Legitimiteit en Responsiviteit door Sjoerd Slagter, reageerden de leden van de MAR. Zij hebben de volgende dilemma’s besproken:

  1. Kunnen scholen zich richten op wat zij zelf zien als de taak van de school en op de wijze waarop zij die taak het best denken te kunnen uitvoeren of moeten zij dat doen in overleg met hun omgeving?
  2. Als de school kiest voor een responsieve houding, hoe maakt de school dan een keuze uit de verschillende wensen en behoeften van de diverse stakeholders? Kiezen voor een voorkeursutilisme, het sociale contract of toch plichtsbesef?
  3. Op welke kwaliteitsaspecten wordt gestuurd? Gelden de rationele en meetbare criteria van de overheid of geldt de (vaak niet of moeilijk meetbare) toegevoegde waarde?

Op basis van de discussie naar aanleiding van deze dilemma’s komen de leden van de MAR tot de volgende uitspraken.

Eerste dilemma
De MAR is van mening dat de kwalificerende taak de belangrijkste taak is van scholen. De overheid bepaalt hiervoor centraal de kerndoelen en eindtermen. Daarnaast kunnen en mogen scholen zich niet ontrekken aan hun socialiserende functie.

Het veld zal hierbij moeten accepteren dat de eisen aan deze socialiserende functie niet centraal bepaald kunnen worden, maar per school en per regio van elkaar verschillen. Om voldoende maatschappelijke legitimiteit hiervoor te verwerven, moeten scholen zich actief en responsief naar de stakeholders in hun omgeving opstellen.

Tweede dilemma
Het in kaart brengen van de belangrijke stakeholders in de omgeving en de veelheid aan (soms tegenstrijdige) behoeften is geen eenvoudige opgave. Laat staan om hieruit een keuze te maken.

Toch is het bepalen van de grenzen van de socialiserende functie een keuze van de school zelf. Dit betekent dat scholen in eenzelfde lokale context verschillende keuzes kunnen en mogen maken, mits de horizontale verantwoording goed geregeld is.

De leden van de MAR adviseren de VO-raad daarom proceswaarborgen op te gaan stellen waaraan de horizontale verantwoordingsplicht van scholen getoetst kan worden. Iedere school zou inzichtelijk moeten maken met welke stakeholders is gesproken, in kaart moeten brengen welke behoeften er spelen, op welke wijze de school hiermee al dan niet is omgegaan en welke beargumenteerde keuzes de school daarbinnen heeft gemaakt.

Het advies van de MAR luidt dan ook: de keuze rondom het bepalen van de grenzen van socialisatiefunctie blijft voorbehouden aan de scholen zelf, aan het proces waarlangs deze keuze tot stand komt, mogen en moeten eisen gesteld worden. Een voorbeeld van een dergelijke eis zou kunnen zijn dat naast de ouders ook gesproken is met een vertegenwoordiger van de plaatselijke overheid.

Derde dilemma
De Inspectie van het Onderwijs heeft tot wettelijke taak om op basis van hiervoor geldende criteria een eindoordeel te geven over de kwaliteit van de school. De leden van de MAR zouden graag zien dat de inspectie zich vooral richt op de kwalificerende functie van de school en op de kwaliteit van het horizontale verantwoordingproces.

De MAR adviseert, bij een negatief kwaliteitsoordeel van de school door de inspectie, om de school in de gelegenheid te stellen beargumenteerd aan te geven waarom niet aan geldende kwaliteitsnormen is voldaan. Tevens zou de school ruimte moeten krijgen uit te leggen welke toegevoegde waarden wel zijn gerealiseerd.

Tenslotte
De leden van de MAR spreken hun waardering uit voor de stappen die binnen de sector van het voortgezet onderwijs momenteel genomen worden in het kader van de horizontale verantwoording (het project Vensters voor Verantwoording).