X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Actueel > Nieuws

Akkoord LeerKracht eerste stap in goede richting

16 april 2008

De VO-raad is gematigd positief over het onderhandelaarsakkoord LeerKracht. Al het geld dat nu beschikbaar is, wordt goed besteed en komt bij álle docenten terecht: niet alleen bij de academici, maar ook bij de vmbo-docenten. Niet alleen bij de oudere, maar ook bij de jongere docenten. De geldkoffer van Plasterk is helemaal leeg, inclusief de voering. Maar we zijn er nog niet. Er wordt nu een eerste stap gezet om het lerarentekort op te lossen, maar om het probleem écht op te lossen is meer geld nodig.

Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad: “Er moet nu iets gebeuren. Het lerarentekort is te urgent. De helft van alle scholen kampt al met onvervulde vacatures en steeds meer onbevoegden voor de klas. Daarom is het onverantwoord om dit geld te laten liggen, ook al weten we dat het veel te weinig is.” Tienduizenden docenten verlaten de aankomende vijf jaar het voortgezet onderwijs. Daarom blijft de VO-raad de bewindslieden wijzen op de structurele tekorten. Alleen al voor de VO-sector is per direct 800 miljoen euro per jaar nodig om het lerarentekort op te lossen. Zoals het er nu naar uitziet zal pas in 2020 maximaal 400 miljoen beschikbaar zijn.

Goede combinatie van generieke maatregelen en meer carrièreperspectieven
De VO-raad heeft zich in de onderhandelingen hard gemaakt voor een goede combinatie van generieke maatregelen en het bieden van meer carrièreperspectieven voor leraren. We zijn blij dat dat gelukt is. Door de afspraken die nu gemaakt zijn, gaan leraren meer verdienen en komen er meer docenten in hogere (beter betaalde) functies. Door de salarislijnen in te korten van 18 naar 12 jaar, gaan docenten er op lifetimebasis ongeveer 15-20% op vooruit.

Docenten aan het begin van de salarislijn gaan er meer op vooruit dan docenten die op hun maximum zitten. Dat docenten veel sneller hun maximum salaris kunnen bereiken, is belangrijk om het leraarsberoep aantrekkelijker te maken. Het onderwijs loopt hierdoor meer in de pas bij het bedrijfsleven.

In de onderhandelingen hebben de minister en de bonden ingezet op het zoveel mogelijk landelijk vastleggen van de afspraken en percentages. De VO-raad heeft de minister en de bonden ervan weten te overtuigen dat het personeelsbeleid en het onderwijskundig beleid van de school een factor van betekenis blijft.

Het onderhandelaarsakkoord wordt op korte termijn ter goedkeuring voorgelegd aan de achterban van de VO-raad. Uiterlijk 29 mei 2008 stellen partijen vast of het onderhandelaarsakkoord kan worden omgezet in een definitief akkoord.

Belangrijkste punten uit het akkoord
De belangrijkste maatregel uit het akkoord sluit aan bij de uitkomsten van het recent gehouden ledenpanel van de VO-raad. Volgens bestuurders en schoolleiders dragen de volgende maatregelen het meest bij aan het oplossen van het lerarentekort:
- Generieke salarismaatregelen (salarislijnen verkorten, hogere salarissen)
- Betere carrièreperspectieven (meer hogere functies)

Inkorten salarislijnen en hogere functies
De salarislijnen gaan in stappen terug van 18 naar 12 jaar. Aan docenten die het maximum van de salarislijn hebben bereikt, wordt bij goed functioneren een schaal-uitloopbedrag van 1000 euro op jaarbasis toegekend (2%).
Er komen veel meer functies op hoger niveau beschikbaar. Nu heeft 65% van de leraren een LB-functie, 17% een LC-functie en 18% een LD-functie. In 2014 moet die verdeling 34% LB-functies, 37% LC-functies en 29% LD-functies zijn. Dat betekent dat 43% van de huidige docenten in een hogere functie terecht kan komen.

Hierdoor gaat iedere docent er in principe op vooruit. Niet alleen door meer carrièremogelijkheden, maar ook door de mogelijkheid voor scholen om een kwaliteitsimpuls aan hun eigen organisatie te geven. Bij de toekenning van functies gaat het opleidingsniveau van docenten een grotere rol spelen. Zo zullen docenten met een eerstegraadsbevoegdheid die in de bovenbouw van havo/vwo lesgeven voor een LD-functie in aanmerking komen.

Het moet bij de hogere functies echt gaan om docentfuncties. In voorgaande jaren is het te vaak voorgekomen dat hogere schalen werden toegekend aan docenten die coördinerende en managementtaken gingen verrichten; zij hadden in niet-docentfuncties (schaal 11 of schaal 12) moeten worden benoemd. Scholen verplichten zich nu de extra middelen ook werkelijk in te zetten voor hogere docentfuncties en zullen zich daarover verantwoorden. De richtpercentages bieden wel ruimte: scholen kunnen kiezen voor die verdeling die het beste past bij hun onderwijskundig concept, als het extra geld maar wel besteed wordt aan de hogere docentfuncties.

Scholingsfonds
Er komt een scholingsfonds, dat docenten de mogelijkheid biedt zich eens in hun loopbaan te scholen naar een hoger kwalificatieniveau. Zo kunnen zij voor een hogere docentfunctie in aanmerking komen.

Ruimte voor de docent
Er komt meer ruimte voor de docent als professional. Het beroep van docent wordt daardoor aantrekkelijker. Het gaat onder meer om meer invloed op het onderwijskundig en kwaliteitsbeleid van de school, op de keuze van leerstofinhoud, lesmethode en werkwijze. Er zal een wettelijke basis komen voor de professionele ruimte. Dit zal worden geconcretiseerd in een professioneel statuut voor het voortgezet onderwijs.

Wat is er nog meer verschenen over het thema: