Belangrijke wijziging in regelgeving verwijtbaar werkloos
Met ingang van 1 januari 2012 wijzigt de regelgeving rond het begrip verwijtbaar werkloos die met name voor schoolbesturen in het VO van groot belang is. Vanwege een fout in de regelgeving die is opgetreden bij een wetswijziging in 2006 was het UWV gehouden een werknemer, waarvan een benoeming voor bepaalde tijd was afgelopen, een WW-uitkering toe te kennen. Ook als de werkgever bereid was de werknemer aansluitend te benoemen voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Voor de eigen risicodrager betekent dit dat de kosten voor de WW-uitkering ten laste komt van het schoolbestuur (25%) en omgeslagen wordt over alle werkgevers binnen het VO (75%), de normatieve verevening. In 2011 hebben twee schoolbesturen tegen de beslissing van het UWV tot toekenning van een wachtgelduitkering beroep aangetekend bij de rechtbank. In beide gevallen is het beroep gegrond verklaard. U kunt de twee uitspraken downloaden in het rechterkader.
Blijf alert
Met ingang van 1 januari 2012 wordt de eerder gemaakte fout in de regelgeving hersteld. Vanaf dat moment zal UWV in bovenstaande gevallen de werknemer verwijtbaar werkloos verklaren en een uitkering weigeren. Het blijft voor schoolbesturen raadzaam hierop alert te blijven.
In tegenstelling tot sectoren in het bedrijfsleven geldt immers alleen voor schoolbesturen dat ze bij onterechte toekenning van een wachtgelduitkering daarvan direct de consequenties ondervinden. Dit betreft een financiële consequentie en daarnaast de consequentie van het verantwoordelijk zijn voor de re-integratie op grond van artikel 72a WW.
Uitleg
In artikel 24 lid 2, onderdeel b, van de Werkloosheidswet is bepaald dat een werknemer werkloos is geworden indien de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de werknemer zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd.
Het probleem zat in de bewoordingen ‘…de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de werknemer…’. Bij het eindigen van een tijdelijk contract is dit niet aan de orde, er is immers sprake van een beëindiging van rechtswege. De contractspartijen hoeven geen rechtshandeling te verrichten; de arbeidsovereenkomst eindigt vanzelf.
Om dit probleem op te lossen is vanaf 1 januari 2012 in artikel 24 lid 7 WW bepaald dat voor ‘de dienstbetrekking is beëindigd’ mede wordt gelezen: de arbeid is beëindigd of niet voortgezet. Deze wijziging maakt dat als een werknemer geen uitsluitende benoeming aanvaart, hij verwijtbaar werkloos is. Schoolbesturen kunnen vanaf 1 januari 2012 rechtstreeks een beroep doen op deze bepaling en zich de weg naar een rechter besparen.
Tot slot
Ondanks de wetswijziging is een werknemer in enkele gevallen niet gehouden om een aanbod tot verlenging van zijn arbeidsovereenkomst te aanvaarden. Dit is aan de orde als aan de voortzetting zodanige bezwaren verbonden zijn dat voortzetting niet van de werknemer kon worden gevergd.
Vragen?
Mail de Helpdesk>>
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs