Betaald en onbetaald LIO-schap
De VO-raad signaleert verwarring bij scholen over de vraag of een LIO (Leraar In Opleiding) recht heeft op betaling conform artikel 3.4 van de CAO VO. Een LIO heeft hier uitsluitend recht op als met hem een leer-arbeidsovereenkomst is afgesloten conform het model uit de bijlage 1.b of 1.d van de CAO VO.
Elke student aan een lerarenopleiding moet stage lopen op een school. Afhankelijk van de afspraken die over deze stage gemaakt worden, is sprake van betaald of onbetaald LIO-schap. Een essentieel verschil is of een stage-overeenkomst is afgesloten of een leer-arbeidsovereenkomst conform bijlage 1.b of 1.d van de CAO VO.
Leer-arbeidsovereenkomst
Voor een leer-arbeidsovereenkomst geldt dat van de LIO – naast het opdoen van ervaring in het kader van zijn studie – ook reguliere arbeid wordt verwacht. De beloning daarvoor is geregeld in artikel 3.4 van de CAO VO. Door het verrichten van reguliere arbeid is immers sprake van werkzaamheden met een reële economische waarde.
Stage-overeenkomst
Een stage-overeenkomst is niet geregeld in de CAO VO en bevat geen verplichting tot het verrichten van reguliere werkzaamheden. Er is geen leer-arbeidsovereenkomst en daarmee ook geen verplichte beloning als bedoeld in artikel 3.4 van de CAO VO. In veel gevallen wordt echter wel een stagevergoeding overeengekomen.
Bij een stage-overeenkomst moeten alle werkzaamheden in het teken staan van de studie. Zodra er maar een zweem van reguliere arbeid wordt verricht, dient hiertegenover ook een beloning te staan. Het inzetten van een stagiaire voor reguliere arbeid is strijdig met goed werkgeverschap, waartoe de VO-raad haar leden oproept.
Vragen?
Mail de Helpdesk>>
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs