Boetes onderwijstijd moeten van tafel
De VO-raad dringt er bij de staatssecretaris en Tweede Kamer op aan de boetes voor onderwijstijd ongedaan te maken. De VO-raad vindt het onacceptabel dat scholen al na één jaar vanaf de invoering van de nieuwe onderwijstijdwet, worden beboet. Elk onderzoek toont aan dat scholen het afgelopen jaar meer les zijn gaan geven, scholen nemen dus hun verantwoordelijkheid, zij hebben echter ook dit schooljaar nodig om het nieuwe beleid op een goede manier in te kunnen voeren. Daarbij is de onderwijstijdnorm vorig jaar versoepeld. De verplichte onderwijstijd is voor alle leerlingen met 40 uur verlaagd. Het is onredelijk de zestien scholen op basis van het oude beleid te beboeten. De VO-raad dringt er daarom bij de Tweede Kamer en staatssecretaris wederom op aan om de boetes te herzien.
De VO-raad heeft in de onderwijstijddiscussie met het ministerie er altijd op gewezen dat meer onderwijs niet automatisch leidt tot béter onderwijs. Andere aspecten, zoals leerlingenzorg, goede docenten, begeleiding, speciale onderwijsprogramma's en examenresultaten zijn ook bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Het feit dat alle scholen die een boete hebben ontvangen voldoende of excellent presteren, bevestigt dat.
VO-raad steunt beboete scholen
De VO-raad ondersteunt de collectieve belangen van de beboete scholen door het opstellen van een voorbeeld bezwaarschrift, een informatiebijeenkomst met een jurist en door er bij de staatsecretaris en de Tweede Kamer er op aan te dringen de boetes ongedaan te maken. Ook hebben wij er de staatssecretaris op aangesproken dat de inspectie procedureel onzorgvuldig en verschillend te werk is gegaan.
Onderwijstijdnorm versoepeld
De VO-raad heeft in de onderhandelingen met de staatssecretaris bij het opstellen van de kwaliteitsagenda versoepeling van de onderwijstijd tot een belangrijke inzet gemaakt. De VO-raad ziet de afspraken in de kwaliteitsagenda als een eerste stap in de goede richting om de kwaliteit van het onderwijs weer centraal te stellen en niet de kwantiteit. Een ander resultaat van deze onderhandelingen is dat er voor scholen extra geld beschikbaar is gekomen om zieke docenten te vervangen.
Hoewel in de Tweede Kamer op dit moment geen ruimte is voor een wetswijziging met betrekking tot de huidige wettelijke normen voor onderwijstijd, hebben we de volgende verruiming weten te bereiken:
Scholen realiseren per schooljaar respectievelijk ten minste 1000 (onderbouw), 960 (bovenbouw) en 660 (examenjaar) klokuur voor alle leerlingen verplichte onderwijstijd;
- Scholen stellen daarnaast in overleg met de MR een schooleigen programmering vast voor 40 uur per jaar. Deze maatwerkactiviteiten zijn toegankelijk voor alle leerlingen, maar hóéven niet door álle leerlingen te worden gevolgd;
- De maatschappelijke stage maakt voor maximaal 72 uur volledig onderdeel uit van de onderwijstijd;
- Bij het bepalen of een school de norm heeft gehaald wordt rekening gehouden met de gevolgen van de vakantiespreiding. In de regio met het kortste schooljaar, hoeven scholen 27 klokuren minder onderwijstijd te verzorgen;
- De benodigde extra 40 miljoen voor het vervangen van ziekte worden via de lumpsum beschikbaar gesteld.
Deze nieuwe regels zijn met terugwerkende kracht geldig voor het schooljaar 2007-2008.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs