D66 stelt terecht Kamervragen over onderwijshuisvesting
Gemeenten geven structureel minder uit aan onderwijshuisvesting dan ze er voor ontvangen. D66 stelt hierover Kamervragen aan staatssecretaris Van Bijsterveldt. De middelen van onderwijshuisvesting zijn onderdeel van de brede doeluitkering van gemeenten, wat betekent dat ze niet geoormerkt zijn. Het oplopende verschil tussen inkomsten en uitgaven voor onderwijshuisvesting onderstreept dat scholen een sterkere positie moeten krijgen als het gaat om onderwijshuisvesting.
De VO-raad vraagt regelmatig aandacht voor onderwijshuisvesting en zet zich in voor verbetering van de positie van schoolbesturen als het gaat om investeringen in nieuwbouw en uitbreiding. Hiervoor bestonden al de nodige argumenten:
- Schoolbesturen zijn daardoor beter in staat integraal en efficiënt accommodatiebeleid te voeren in een meerjarenperspectief. In de gemeentelijke structuur is een schoolbestuur veelal niet of nauwelijks in staat meerjarenbeleid met betrekking tot de huisvesting te voeren. Het gemeentelijke huisvestingsprogramma geeft slechts zicht op het komende begrotingsjaar.
- De efficiëntie van het huisvestingsbeleid blijft nu ook achter doordat gemeenten in de huidige situatie geen direct financieel belang hebben bij investeringen in onderhoudsvriendelijke en energiezuinige gebouwen. De daaruit resulterende besparingen komen nu immers niet ten goede aan de gemeenten. Dit in tegenstelling tot lage bouwkosten. Die leveren nu wel een financieel voordeel voor de gemeentebegroting op. Er is derhalve een perverse prikkel ingebakken in het huidige stelsel.
Een overzicht van de Kamervragen van D66 vindt u in het rechterkader. Reactie op de vragen volgt normaliter binnen 3 tot 6 weken.
Zie ook: Besturenraad, 23 september 2009: Gemeenten geven veel minder uit aan onderwijshuisvesting
Meer informatie
Nico van Zuylen
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs