X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Nieuws

Debat fusietoets gaat niet over feiten

9 oktober 2008

Een grote meerderheid van de Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie van PvdA en SP, die het kabinet opdraagt voorstellen te doen voor een fusietoets in het hele onderwijs. Ook wil de Tweede Kamer dat totdat die voorstellen er zijn, er geen fusies meer plaatsvinden in het onderwijs. In de Kamer werd gesproken van leerfabrieken en kleine vmbo-scholen die er moeten komen dankzij defusie. Deze beelden zijn hardnekkig, maar lijken volgens onderzoeken niet gebaseerd op de werkelijkheid.

De bewindslieden van OCW hebben een brief over de menselijke maat aangekondigd. Deze en andere voorstellen ten aanzien van schaalgrootte zullen betrokken worden bij de begrotingsbehandeling van OCW begin december in de Tweede Kamer. Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft laten weten ten aanzien van fusieaanvragen die voor 1 oktober zijn ingediend pas 1 mei 2009 te zullen besluiten. De VO-raad zal voorafgaand aan de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer de Kamerleden zoveel mogelijk voeden met de feiten over schaalgrootte, zodat dit debat weer de nuance krijgt die het verdient.

Geen feiten, verkeerde beelden
In de Tweede Kamer lijken verkeerde beelden over grote scholen inmiddels de overhand te hebben. Zo stelde SP-Kamerlid Van Dijk dat veiligheid en het voorkomen van uitval bij kleinere scholen in betere handen zouden zijn. Onderzoek spreekt deze stellingen tegen. De clichés over grote schoolbesturen zijn hardnekkig, maar blijken uit onderzoeksresultaten niet op de werkelijkheid te berusten. Het is zeer teleurstellend dat de Tweede Kamer zich in deze discussie laat leiden door verkeerde beelden in plaats van door de feiten.

Uit gegevens van het Cfi blijkt dat schoolvestigingen in het vo nauwelijks groter zijn geworden in de afgelopen 10 jaar. Waar wél sprake is van een groot gebouw zien we dat scholen het onderwijs (heel) kleinschalig organiseren rond groepen leerlingen . Uit een ledenpanel van de VO-raad in juni jl. blijkt dat 70% van de schoolbesturen en –leiders werken of werkten aan het kleinschalig organiseren van onderwijs. Ook weten we dat vestigingen van scholen in kleinere gemeenten of dorpen bijna alleen in stand gehouden kunnen worden wanneer deze school onder de verantwoordelijkheid valt van een groter bestuur, dat zijn middelen over meerdere scholen kan inzetten.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Waar het gaat om besturen is een zekere grootschaligheid soms een belangrijke voorwaarde om ook aan de maatschappelijke opdracht van het onderwijs te kunnen voldoen. We zien dat juist grotere besturen met meerdere scholen een rol op zich nemen bij het voorkomen van segregatie in steden. Recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau laat duidelijk zien dat grote professionele besturen ook niet opzien tegen de extra taken en verantwoordelijkheden die op ze afkomen, zij blijken bereid over meer onderwerpen verantwoording af te leggen.

In een tijd waarin de overheid bijvoorbeeld de opdracht voor passend onderwijs voor alle leerlingen bij de scholen neerlegt en waarin relatief nieuwe taken als uitvoering geven aan de ‘gratis’ schoolboeken bij schoolbesturen terechtkomen, wordt steeds meer professionaliteit van besturen verwacht. 'Small' is misschien 'beautiful', maar groot is verre van lelijk. Integendeel: de grote besturen hebben meer bestuurskracht, zijn professioneel en zien niet op tegen meer verantwoordelijkheden.

De VO-raad vindt ook dat fusies een meerwaarde moeten hebben en dat scholen niet moeten fuseren om het fuseren. De goede argumenten voor kleinschaligheid zijn ook legitiem. Ouders bijvoorbeeld vinden vaak makkelijker de weg naar een klein bestuur, net als docenten. De voordelen van een kleinschalige organisatie moeten echter worden afgewogen tegen de voordelen van bestuurlijke schaalvergroting. Een optimale schaalgrootte voor scholen is niet aan te geven blijkt uit literatuuronderzoek van de Universiteit Twente (2008), deze is namelijk niet voor elk doel hetzelfde. De afweging is echter aan de scholen en hun omgeving, niet aan de politiek.

Meer informatie
Alexandra Haijkens