Vermogensonderzoek is overbodig
De commissie Don gaat onderzoek doen naar het vermogensbeheer in alle onderwijssectoren. Het zoveelste onderzoek naar de financiële positie van scholen zal niet veel toevoegen. Het vrij besteedbaar vermogen van het voortgezet onderwijs is gedaald van gemiddeld 325 naar 266 miljoen euro. Dat is 4,5 procent van de jaarlijkse geldstroom van 6 miljard euro. Een aanvaardbare buffer om financiële tegenslagen op te vangen, zoals onverwachte schommelingen in het leerlingaantal, meer ziekte dan verwacht of tegenvallende onderhoudsuitgaven.
De VO-raad heeft in 2006 al voorspeld dat het vrij besteedbaar eigen vermogen vanaf 2007 zal stagneren of zelfs zal afnemen. Scholen zijn meer gaan investeren in de professionalisering van het personeel, gebouwen of nieuwe computers voor leerlingen.
Minister Plasterk stelde de commissie Don in om het vermogensbeheer in alle onderwijssectoren te onderzoeken. Het doel is te komen tot een optimale financieringsstructuur voor onderwijsinstellingen in het licht van de financiële risico’s, de diverse verantwoordelijkheden, de bekostigingssystematiek en de omvang van de bekostiging. De vraag is of dit onderzoek veel zal toevoegen aan wat al bekend is. Daarnaast zijn de scholen in het voortgezet onderwijs zo verschillend dat er geen sprake is van één optimale financieringsstructuur of één verantwoorde manier van vermogensbeheer.
Om financiële risico’s af te kunnen dekken zullen scholen altijd geld reserveren. In tegenstelling tot bedrijven nemen scholen minder risico’s, omdat ze gefinancierd worden door de overheid. Scholen gaan weloverwogen, consciëntieus en behoudend om met overheidsmiddelen.
Meer informatie
Nico van Zuylen
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs