Kamerdebat Vermogensbeheer: de sector is aan zet
Een grote meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat scholen meer duidelijkheid moeten verschaffen over hun vermogenspositie en dat te hoge reserves in goed onderwijs moeten worden geïnvesteerd. Dit bleek in een debat in de Tweede Kamer op 28 januari over het rapport van de commissie Don over Vermogensbeheer.
Het kabinet kondigde eerder al aan dat de inspectie de komende jaren onderzoek gaat doen naar het financieel beleid van zeer zwakke scholen en scholen waarbij de kapitalisatiefactor relatief hoog is. Dit gaat de VVD en D66 niet ver genoeg. Zij willen zeer zwakke scholen met hoge reserves onder curatele kunnen plaatsen als zij weigeren de overreserves in te zetten voor kwaliteitsverbetering.
Staatssecretarissen Van Bijsterveldt en Dijksma gaan hier niet in mee. Zij vinden dat ze genoeg mogelijkheden hebben om zeer zwakke scholen aan te pakken en willen om principiële redenen niet op de stoel van de bestuurder gaan zitten. Dijksma: “Besturen zijn zelf aan zet om aan te geven waar zij hun geld in willen investeren.” De VO-raad vindt dat de overheid door de inspectie nu al op pad te sturen alsnog op de stoel van de bestuurder gaat zitten. De sector dient enkele jaren de tijd te krijgen om zelf orde op zaken te stellen.
Signaleringsgrenzen
De staatssecretarissen hebben een brief naar de Kamer gestuurd waarin wordt aangegeven dat 65% van de VO-instellingen en 55% van de PO-instellingen een kapitaal boven de signaleringsgrens van de commissie Don hebben. De VO-raad vindt dat in de brief ten onrechte de indruk wordt gewekt dat al deze scholen ook daadwerkelijk te veel ‘geld op de plank’ hebben liggen. De raad vindt de voorgestelde signaleringsgrenzen voor de kapitalisatiefactor namelijk te laag en te generiek (zie brief aan Kamer in rechterkader). Deze kritiek werd door het CDA en de ChristenUnie gedeeld.
Het CDA wees er daarnaast op dat de signaleringsgrenzen de omvang van de vermogens vertroebelen omdat de bapo-voorzieningen niet zijn verdisconteerd. De staatssecretarissen willen de komende jaren eerst bezien hoe bruikbaar de nieuwe signaleringsgrenzen zijn. Daarna is volgens hen beter te beoordelen wat een reële hoogte van de grenzen is.
In het debat werd verder gesproken over onder anderen deskundigheidsbevordering van besturen, benchmarking van het financieel beleid van scholen en tijdige informatie over de hoogte van de bekostiging. Zie het korte verslag hiervan in het rechterkader.
Meer informatie
Nico van Zuylen
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs