X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Nieuws

Kan onderwijs zoveel slimmer?

17 mei 2010

Het Netwerk Onderwijsinnovatie, met Rinnooy Kan en Robbert Dijkgraaf, bracht 27 april het advies ‘Onderwijs kan zoveel slimmer’ aan minister Rouvoet en staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs uit. Het advies is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en het bestrijden van het lerarentekort door meer ruimte te maken voor innovatie.

De uitgangspunten van het advies sluiten aan bij de VO-Investeringsagenda van de VO-raad: zorgen dat iedere leerling zijn talenten optimaal kan ontwikkelen, vermindering van wettelijke regelgeving en een kaderstellende cao. En ook het Netwerk stelt dat vertrouwen stellen in en verantwoordelijkheid geven aan de scholen onontbeerlijk is.

Dat wil nog niet zeggen dat de VO-raad het met het advies op alle punten eens is. Vooral ook omdat zoals het Netwerk zelf vaststelt hun voorstellen niet zo maar in te voeren of te realiseren zijn. Het doorvoeren ervan zal een doordachte en door iedereen gedragen aanpak vergen waarin het evenwicht tussen meer vrijheid en meer verantwoordelijkheid een plek heeft.

Dialoog noodzakelijk
Productiviteitstijging is in het onderwijs een zwaar beladen woord. Het Netwerk stelt nadrukkelijk dat productiviteitsstijging niet gaat om harder werken, ongenuanceerd klassen vergroten of zeventig uur per week werken. “Het gaat er om dat we tijd en middelen beter en slimmer besteden. Juist als we niets doen, zal door het lerarentekort de werkdruk stijgen en de kritiek op de kwaliteit van het onderwijs toenemen”.

Het Netwerk Onderwijsinnovatie spreekt zowel de overheid als de sociale partners aan: zij moeten de professionals in het onderwijs ruimte bieden in wet- en regelgeving en cao’s. Maar het Netwerk spreekt ook schoolbesturen en docenten aan: zij moeten de geboden ruimte invullen en zo goed mogelijk benutten.

Het Netwerk adviseert daarom een dialoog op gang te brengen over haar aanbevelingen tussen alle betrokkenen in het onderwijs. Het Netwerk doet aanbevelingen voor:
1. Ruimte voor de professional
2. Beter scholen en opleiden (o.a. invoeren van beroepsregister)
3. Meten en verantwoorden van onderwijsprestaties
4. Beter presteren is beter belonen

Ruimte voor de professional
Professionals zijn de motor voor onderwijsverbetering en productiviteitsverhoging.
Ten eerste de docenten natuurlijk, maar ook het management en onderwijsassistenten.
Zij weten het beste welke verbeteringen mogelijk en/of noodzakelijk zijn. Scholen moeten dan ook de ruimte krijgen om hun professionals maximaal in te zetten. Dat kan alleen als:

  • Het bekostigingssysteem wordt vereenvoudigd.
  • De regelgeving rond onderwijstijd wordt afgeschaft.
  • Een kaderstellende cao waarin de regels over arbeidsduur en inzet (taakbeleid) van docenten wordt geflexibiliseerd.
  • Doorstroommogelijkheden van leerlingen worden verbeterd.

Beter scholen en opleiden
Zorg dat de professionals zich kunnen blijven ontwikkelen. Docenten en schoolmanagement moeten op een hoog niveau instromen. Er moet meer ruimte zijn voor deskundigheidsbevordering. Door verdere verhoging van de professionaliteit kan het oplossend en innoverend vermogen van scholen worden vergroot. Te denken valt aan betere lerarenopleidingen, meer na- en bijscholing en een beroepsregister voor bevoegde docenten en management met waarborgen voor deskundigheidsbevordering en ondersteuning.

Opmerkelijk is de conclusie die het Netwerk verbindt aan de invoering van een beroepsregister voor leraren. Het Netwerk beveelt aan dit register spoedig breed in te voeren: “… betekent dat er een einde komt aan de huidige discussie over bevoegd personeel voor de klas. Het is aan de school om te bepalen waar en hoe onderwijspersoneel wordt ingezet. Het Netwerk heeft het vertrouwen dat schoolbesturen weloverwogen beslissingen zullen nemen als het gaat om welke docent op welk moment voor welke klas komt te staan.”.

Meten is weten en verantwoorden
Vrijheid moet worden verdiend wat betekent dat maximale transparantie en afleggen van verantwoordelijkheid aan ouders, leerlingen en maatschappij noodzakelijk is. Meer transparantie, meer helderheid over doelen, en het in grotere mate meten van prestaties en toegevoegde waarde zorgen voor dat meer duidelijkheid voor alle partners van het onderwijs. Docenten en management krijgen meer informatie over de stand van zaken op hun school en ouders kunnen beter een geschikte school kiezen voor hun kind(eren).

Het Netwerk stelt dat: “Bij het weergeven van de resultaten in onderwijs gaat het vooral om het duidelijk maken van de toegevoegde waarde van de school. De overheid dient daarbij zorg te dragen voor een definitie van (onderwijs)prestaties van scholen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de kwalificerende en sociale functie van het onderwijs.

In het VO moet het centrale examen worden uitgebreid en voor alle leerlingen met een centrale begintoets worden ingevoerd. De onderwijsprestaties van scholen moeten openbaar worden, via verplichte publicatie van de centrale toetsresultaten en ontwikkeling van een openbaar inzichtelijk sterrensysteem door de Inspectie van het Onderwijs."

Het Netwerk roemt in dit verband het initiatief ‘Vensters voor Verantwoording’ van de VO-raad.

Beter presteren is beter belonen
Beloning voor goede prestaties helpt om de motivatie van vooruitstrevende scholen hoog te houden en andere scholen te motiveren ook een voortrekkersrol te nemen. Bovendien gaat er een belangrijke signaalfunctie uit van beloning voor goede prestaties. Andere scholen zullen het merken wanneer een school groeit of door de overheid wordt beloond, en komen zo te weten van wie ze nog wat kunnen leren. Het achterblijven van onderwijsprestaties is niet acceptabel. Het belang voor de individuele leerling is te groot.

Scholen moeten het direct merken wanneer hun prestaties achterblijven. Het Netwerk pleit voor het stapsgewijs invoeren van prestatiebekostiging naarmate de transparantie over prestaties steeds verder toeneemt. Over welk deel van de totale bekostiging uiteindelijk op prestaties moet worden gebaseerd, heeft het Netwerk geen rekensommen gemaakt. Deze toewijzing moet in ieder geval voldoende zijn om scholen een reden te geven om zich extra in te zetten. Of de VO-raad dit advies ondersteunt zal sterk afhangen van de uitwerking. In elk geval deelt de VO-raad de opvatting van het Netwerk dat dit niet mag leiden tot de invoering van prestatielonen.
Elke school moet de vrijheid houden zijn eigen beloningsbeleid te formuleren en uit te voeren.

Meer informatie
Frans Mentjox