Kostenontwikkeling en bekostiging 2009
De personele kosten voor scholen nemen in 2009 toe als gevolg van een groot aantal ontwikkelingen. In het onderstaande overzicht vindt u de belangrijkste ontwikkelingen en de relatie met relevante bekostigingsregelingen.
1. Convenant Leerkracht
Op 1 januari 2009 is de eerste stap gezet bij het inkorten van de carrièrelijnen voor docenten. Deze bestaan nu uit 17 stappen. Daarnaast is de bindingstoelage van € 1000,- per jaar ingevoerd voor docenten die op hun maximum zitten. Voor de bekostiging van deze beide maatregelen is de gpl voor docenten per 1 januari 2009 met 1,8% opgehoogd. Dit is vastgelegd in de gewijzigde gpl-regeling.
Scholen in de Randstad hebben via een aparte regeling (regeling Functiemix Randstad) extra middelen ontvangen om een eerste stap te zetten bij het opwaarderen van hun functiemix. Het gaat om de omzetting van LB- in LC-functies om zo de arbeidsmarktpositie van deze scholen te verbeteren. De kosten van omzetting zijn op het moment van omzetting in de meeste gevallen nog relatief bescheiden. In komende jaren lopen de kosten stevig op, doordat het maximum van schaal LC € 600,- hoger ligt dan het maximum van schaal LB.
2. Cao-maatregelen
- Bij de cao-maatregelen die relevant zijn voor de kosten in 2009 is in de eerste plaats relevant de structurele loonsverhoging per 1 juli 2008 van 3,0%, met een ondergrens gebaseerd op het maximum van schaal 4. Die 3% werd in 2008 een half jaar betaald en in 2009 een heel jaar. Daarmee zijn de kosten in 2009 hoger dan in 2008.
- Een structurele loonsverhoging per 1 oktober 2009 van 3,0%, met een ondergrens gebaseerd op het maximum van schaal 4. Die 3% moet nog een kwart jaar betaald worden in 2009.
- Een eenmalige uitkering van 0,7% van het bruto jaarsalaris in februari 2009; deze komt in de plaats van de ophoging met 0,5% van de eindejaarsuitkering in 2008, omdat die technisch niet meer uitvoerbaar was. De toegekende loonruimte 2008 was wel voldoende voor de ophoging met 0,5%. De kosten van de 0,7% kunnen dan ook voor het overgrote deel gedekt worden uit de personele bekostiging die u in 2008 hebt ontvangen.
- Een structurele verhoging van de eindejaarsuitkering van 1% in december 2009. Ook hier speelt de personele bekostiging, die u in 2008 hebt ontvangen een rol. Deze was voldoende om een stijging van de eindejaarsuitkering met 0,5% te financieren. De helft van de stijging in 2009 hoeft dus maar uit ophoging van de bekostiging in 2009 te worden gedekt.
- Het trekkingsrecht voor docenten van 24 klokuren per schooljaar. Bij verzilvering vindt uitbetaling plaats in september 2009. Dan drukken de kosten voor het gehele schooljaar 2009-2010 dus op 2009.
Een nieuwe gpl-regeling verschijnt rond augustus. Daarbij wordt ook de loonruimte voor 2009 toegekend. Deze loonruimte is nodig voor dekking van de cao-maatregelen voor zover ze leiden tot hogere kosten in 2009 dan in 2008. Deze kostenstijging bedraagt ongeveer 3,5%.
3. Premie-ontwikkelingen
Premie-ontwikkelingen in drieën worden onderscheiden:
-
Ontwikkeling ABP-premie
Hierover is verschil van mening tussen het bestuur van het ABP en het kabinet. Het ABP-bestuur wil de premie per 1 juli 2009 met 1,0% verhogen. Het kabinet is hiertegen, omdat dit leidt tot een begrotingstegenvaller. De kans is evenwel groot dat de premieverhoging doorgaat. Een premiestijging van 1% per 1 juli betekent voor 2009 hogere kosten in de buurt van 0,25% van de loonsom.
Afhankelijk van de ontwikkeling van de pensioenpremies in de marktsector zal deze 0,25% via de gpl-regeling van rond augustus worden vergoed. -
Daling van de pseudo-WW-premie naar 0% per 1 januari 2009 (was 3,5%).
Het gaat hier om een pseudopremie, dat wil zeggen dat werkgevers deze inhouden op het salaris, maar niet afdragen aan een sociaal fonds. Verlaging van de premie betekent dus een kostenpost voor de werkgever. OCW heeft aangegeven nog niet te kunnen berekenen wat het effect op de loonkosten is van de daling naar 0%. Deze is wel relevant en zal vermoedelijk tussen de 1,2 en 1,4% van de loonsom liggen. De kostenstijging zal naar verwachting via ophoging van de gpl worden vergoed. -
Overige premie-ontwikkelingen per 1 januari 2009
Informatie over het effect hiervan op de loonkosten is te vinden in de voorlichtingspublicatie ‘Nieuwe franchises, premies en minimumloonbedragen 2009 voor het primair en het voortgezet onderwijs’. Op pagina 2 van deze publicatie is te lezen dat de doorwerking van de premies exclusief de pseudo-WW-premie per 1 januari 2009 is gedaald van 19,6 naar 19,3%. Een daling van 0,3% van de loonkosten derhalve. Deze daling zal ook in de hoogte van de gpl doorwerken.
Meer informatie
Nico van Zuylen
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs