Ledenpanel lerarentekort: helft scholen ondervindt problemen
Het ledenpanel van de VO-raad kreeg onlangs vragen voorgelegd over het lerarentekort. De helft van de 191 respondenten zegt geen acute problemen te ondervinden als direct gevolg van het lerarentekort. De andere helft zegt te kampen met onvervulde uren en een toenemend aantal lessen door on(der)bevoegde docenten. Bestuurders en schoolleiders vinden dat de kwaliteit van het onderwijs hierdoor onder druk staat. Een concreet veel voorkomend probleem is het vinden van kortdurende vervanging.
Geen extra periodieken
Door het lerarentekort is het begrijpelijk dat scholen ook naar minder conventionele oplossingen kijken om aan personeel te komen, alhoewel dat nog maar zeer beperkt zichtbaar is in de praktijk. Uit het ledenpanel blijkt dat extra periodieken en hogere schalen bij aanname nauwelijks een rol spelen als oplossing van het lerarentekort. Gevraagd naar het tekort op de eigen school (‘welke oplossing is op uw school het belangrijkst?’) scoren de volgende oplossingen het hoogst:
- opleidingsschool / zelf docenten opleiden
- onder-/onbevoegde docenten voor de klas
- inzet onderwijsassistenten
Iets lager scoren het opscholen van personeel (van 2e graads naar 1e graads) en het inzetten van zij-instromers.
Investeren in imago
Bestuurders en schoolleiders verwachten dat vooral generieke salarismaatregelen en betere carriereperspectieven een positief effect hebben op het lerarentekort. Op enige afstand gevolgd door beloningsdifferentiatie/ prestatiebeloning. Daarnaast vindt een grote groep respondenten twee zaken van groot belang:
- verbeteren van de status van de docent
- verbetering fysieke werkomgeving
De belangrijkste rol van de VO-raad is volgens een meerderheid van de respondenten het verbeteren van het imago van de onderwijssector. De respondenten verschillen van mening over de vraag of het nodig is op regionaal niveau afspraken te maken over de hoogte van salarissen. 42% vindt dat nodig of zeer nodig, 58% vindt van niet.
ICT en bedrijfsleven
Het is duidelijk dat de maatregelen uit het Actieplan Leerkracht onvoldoende zijn om het kwantitatieve en kwalitatieve probleem rond de leraren op te lossen. Er zullen ook andere oplossingsrichtingen moeten worden verkend. Daar is de VO-raad op dit moment mee bezig. Voorbeelden van mogelijke oplossingen zijn het versterken van de rol van ICT in het onderwijs. Het gaat dan enerzijds om het investeren in productiviteit en anderzijds in de professionaliteit van schoolleiders en leraren. Daarnaast willen we in samenwerking met anderen (waaronder het bedrijfsleven) promovendi en zij-instromers stimuleren om te kiezen voor het (voortgezet) onderwijs. Een voorbeeld daarvan is het initiatief om bankmedewerkers in te zetten als economieleraar. De VO-raad heeft daarover gesproken met de Rabobank. Wij hebben vervolgens de VECON (vereniging van economieleraren) en de Rabobank met elkaar in contact gebracht voor een verdere uitwerking van dit initiatief.
800 miljoen
Het voortgezet onderwijs krijgt vanuit het actieplan Leerkracht 400 miljoen per jaar, terwijl er 800 miljoen per jaar nodig is om het lerarentekort structureel op te lossen. Alleen dan is het mogelijk de positie van de docent echt verbeteren. Niet alleen door betere beloning, maar ook door meer tijd voor onderwijsontwikkeling en professionalisering, goede werkruimtes en werkdrukvermindering.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs