Schaalgrootte, gezien en gehoord worden
Legitimatie (draagvlak en invloed uitoefenen) en keuzevrijheid. In de brief aan de Kamer van 28 november, leggen de ministers van OCW en LNV , evenals de Onderwijsraad, deze twee kernproblemen neer. Zij denken dat bestuurlijke schaalvergroting de keuzevrijheid van ouders tussen verschillende vormen van onderwijs beperkt en dat docenten te weinig zeggenschap hebben wanneer het bestuur op grotere afstand zit.
Keuzevrijheid wordt daarin vooral uitgelegd als een keuze tussen besturen, niet zozeer tussen scholen. De bewindslieden gaan in een zeer uitgebreide en genuanceerde brief in op de voor- en nadelen van schaalvergroting. Fusies zijn soms noodzakelijk om het onderwijsaanbod in een bepaalde regio overeind te houden en dat er is geen overtuigend bewijs van een relatie tussen schaalgrootte en de prestaties van leerlingen.
De nieuwe koers van de overheid heeft een drietal doelen: bevorderen van een zorgvuldig en breed gedragen afwegingsproces rond fusies; bevorderen van kleinschaligheid; het vergemakkelijken van defusie en het in standhouden van kleine scholen.
Keuzevrijheid
Het kabinet heeft gelijk dat bij een fusie verschillende belangen zorgvuldig moeten worden afgewogen. Het gaat met name om de keuzevrijheid van ouders en leerlingen, de regionale ontwikkeling en, de ontwikkeling van segregatie. Maar de nadruk wordt gelegd op keuzevrijheid op bestuurlijk niveau. Ouders en leerlingen kiezen echter niet voor een bestuur, zij kiezen voor een school of voor een locatie.
Ouders vinden de omvang en breedte van de school geen belangrijk motief bij schoolkeuze, evenmin als denominatie. Dit blijkt o.a. uit een onderzoek van Regioplan. Veel fusies, waarbij eenpitters opgaan in een groter bestuur, maken juist een gedifferentieerde onderwijskeuze voor leerlingen mogelijk of houden dat in stand.
Legitimatie
Het belang van legitimatie wordt door de VO-scholen volledig onderschreven. Bij invoering van de WMS (Wet Medezeggenschap Scholen) per januari 2008 is op aandringen van de scholen expliciet de mogelijkheid opgenomen om medezeggenschap op vestigingsniveau te organiseren. Uit het ledenpanel van juni 2008 blijkt dat al na een half jaar bij 60% van de scholen medezeggenschap op vestigingsniveau is georganiseerd.
Legitimatie heeft vooral te maken met de manier waarop besturen en scholen omgaan met personeel, leerlingen, ouders en medezeggenschap. Gezien en gehoord worden dus. Daarbij maakt de bestuursvorm geen wezenlijk verschil.
Verantwoording
Een zorgvuldig proces en het betrekken van de belanghebbenden is vanzelfsprekend. Dit hoort bij de horizontale verantwoording waarvoor scholen zich sterk maken. Onder andere met de Code goed bestuur en het project Vensters voor Verantwoording. Het bevorderen van kleinschaligheid, in een klein of in een groter verband, maakt ook onderdeel uit van de eigen sectoragenda van de scholen. Ook willen scholen gevarieerd onderwijs aanbieden.
De mogelijkheden en criteria bij defusie hebben nog wel een zorgvuldige blik van de bewindslieden nodig. De kans is groot dat de school met de grootste ‘overlevingskans’ zich afsplitst. Dat zijn meestal niet de scholen met een moeilijke populatie of met een oud gebouw.
Meer informatie
Alexandra Haijkens
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs