Nederland kennisland vergt 5 miljard extra investering
De Nederlandse publieke uitgaven aan kennis en innovatie moeten in 2020 toenemen met 4,5 tot 6 miljard euro per jaar om terug te komen in de mondiale top 5 van hoogwaardige kennislanden. Dat blijkt uit de eerste voortgangsrapportage van de Kennis en Innovatie Agenda 2011-2020 (KIA Foto). Voorzitter Alexander Rinnooy Kan bepleit een betere samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen en een effectievere inzet van bestaande middelen.
Onderzoek en delen van het onderwijs behoren nog tot de wereldtop, maar veel van de doelstellingen wordt nog niet gehaald. De KIA Foto constateert dat de professionalisering van leraren tekort schiet, het aantal zeer zwakke scholen in het voortgezet onderwijs toeneemt (in geringe mate), veel excellente studenten geen uitdagend programma krijgen en een leven lang leren niet wezenlijk van de grond komt.
Aan de Kennis en Innovatie Agenda nemen bijna dertig organisaties uit de kenniswereld en het bedrijfsleven deel, waaronder ook de VO-raad.
Toename onderwijsinvesteringen noodzakelijk
Landen die dichtbij Nederland staan in de diverse ranglijsten houden, ondanks de crisis, vast aan een hoog niveau van investeringen in kennis en innovatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor Duitsland, Frankrijk, Finland en Denemarken
Volgens de KIA-coalitie moeten in 2020 de Nederlandse publieke uitgaven aan kennis en innovatie toenemen met 4,5 tot 6 miljard euro. In die periode moet het mogelijk zijn de private investeringen te laten toenemen met 2,5 tot 4,5 miljard euro.
De investeringen maken ook besparingen mogelijk. In 2020 kunnen deze doelmatigheidswinsten rond de 1 miljard euro bedragen.
Voor de overheid resteert per saldo toename van 5 miljard euro aan investeringen in onderwijs, onderzoek en innovatie. Daarmee zou Nederland een gelijk percentage van haar Nationaal Inkomen (BBP) investeren aan kennis als de huidige toplanden VS, Zwitserland en de Scandinavische landen.
Vragen?
Mail de Helpdesk>>
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs