Nieuw beleid onderwijstijd krijgt goedkeuring
Het nieuwe beleid voor onderwijstijd kreeg ruim voldoende steun van de Vaste Commissie OCW van de Tweede Kamer. De commissie besprak de plannen van staatssecretaris Van Bijsterveldt ten aanzien van onderwijstijd op 20 mei. Alleen SP, GroenLinks en D66 waren tegen. De nieuwe aanpak is gebaseerd op het advies van de Commissie Onderwijstijd en gaat in per 2011.
Belangrijk winstpunt voor het voortgezet onderwijs is dat scholen voortaan met de MR bepalen wat zinnige onderwijstijd is. Ook gaan scholen inhoudelijk verantwoording afleggen aan de MR. De Inspectie van het Onderwijs gaat meer toezien op de kwaliteit van deze samenspraak en verantwoording en controleert het aantal uren onderwijstijd dadelijk alleen nog op groepsniveau.
In aanloop naar de nieuwe wet wordt de bandbreedte van 150 uur, voordat de staatssecretaris overgaat tot sancties, volgend jaar al kleiner.
Horizontale verantwoording
De horizontale verantwoording wordt pas helemaal ingevoerd als blijkt dat het vertrouwen gerechtvaardigd is. Tot die tijd blijft de Inspectie controleren. Het is belangrijk dat scholen helder communiceren over onderwijstijd naar ouders en MR. Daarbij gaat het om zowel de invulling van de onderwijstijd, als om bijvoorbeeld het informeren van ouders over uitgevallen lessen.
Voor dit onderdeel van de nieuwe aanpak was brede steun in de Kamer, hoewel de Kamer wel een vinger aan de pols wil houden over de horizontale verantwoording. In navolging van de scholen, concludeerde een aantal Kamerleden dat het bieden van maatwerk aan leerlingen die dat nodig hebben (40 uur) binnen de nieuwe norm van 1000 uur mogelijk blijft. De afspraak over 40 uur maatwerk is met de VO-raad gemaakt in het kader van de Kwaliteitsagenda VO en maakt deel uit van het huidige toetsingskader van de inspectie dat van kracht blijft.
Bekostiging
Het was teleurstellend dat noch een Kamermeerderheid noch de staatssecretaris wilde discussiëren over de nieuwe urennorm in relatie tot de bekostiging. In gesprekken met de politiek en de staatssecretaris, en voorafgaand aan de instelling van de Commissie Onderwijstijd, had de VO-raad hierop aangedrongen.
Berekeningen tonen aan dat de oorspronkelijke bekostiging gebaseerd is op een lagere urennorm. Een aantal schoolleiders en bestuurders had dit middels een brief nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht van de Kamer gebracht.
Zomervakantie
Voor een aantal Kamerleden was onduidelijk dat de zomervakantie van leerlingen één week korter wordt en vervangen wordt door vijf roostervrije dagen, in te zetten in overleg met de MR. Sommige Kamerleden vreesden dat de zomervakantie van leraren ook automatisch een week korter wordt. De staatssecretaris ontkrachtte dit.
Scholen vullen de vijf roostervrije dagen zelf in en de vakanties van leraren worden afgesproken in de cao. De staatssecretaris en een aantal Kamerleden zien graag dat werkgevers en werknemers op schoolniveau afspraken maken in relatie tot de werkdruk.
De VO-raad raadpleegt op korte termijn de schoolbesturen over de mogelijke gevolgen van de inkorting van de zomervakantie van leerlingen, alvorens in gesprek te gaan met de vakbonden.
Meer informatie
Alexandra Haijkens
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs