Onderzoek onderwijstijd van start olv Clemens Cornielje
26 april 2008
De VO-raad is blij dat het onderzoek naar onderwijstijd en onderwijskwaliteit er komt. Alhoewel de kamerleden herhaaldelijk hebben aangedrongen op een gezamenlijk onderzoek, laat het ministerie dit zelf uitvoeren. De VO-raad en andere betrokken partijen worden alleen gehoord. De uiteindelijke samenstelling van de onderzoekscommissie is echter vertrouwenwekkend. Het betreft gezaghebbende personen uit het onderwijsveld en de samenleving. De VO-raad spreekt hiermee uit dat zij het volste vertrouwen heeft in de commissie.
De VO-raad vindt het een gemiste kans dat de commissie zich in haar onderzoek en aanbevelingen moet beperken tot de bestaande financiële kaders. De ALV van de VO-raad had er juist op aangedrongen de bekostiging bij het onderzoek te betrekken. Uiteraard heeft de VO-raad er begrip voor dat de financiële ruimte van het ministerie van OCW niet onbeperkt is. Desalniettemin is de bekostiging van het onderwijs een van de factoren die een rol kunnen spelen bij het al dan niet realiseren van de norm voor onderwijstijd en deze factor moet dus meegenomen worden in het onderzoek. De VO-raad weet zich hierin door de Tweede Kamer gesteund; verschillende Kamerleden - inclusief Jeroen Dijsselbloem- zeiden in het debat over het rapport Tijd voor Onderwijs nu juist letterlijk dat één van de opbrengsten van het onderzoek moet zijn dat onderwijstijd en financiering op elkaar afgestemd worden. Iedereen, waarschijnlijk ook de staatssecretaris, lijkt zich te realiseren dat onderwijstijd en bekostiging onmogelijk losgekoppeld kunnen worden. De VO-raad zal de Kamerleden hieraan herinneren en hen oproepen de staatssecretaris te vragen de opdracht te verruimen. En de VO-raad nodigt de onafhankelijke commissie uit haar opdracht in elk geval ruimer te interpreteren. Gisteren gaf de Tweede Kamer aan ruime interpretatie van een onderzoeksopdracht geen probleem te vinden, toen er over de onafhankelijke profielcommissies Tweede Fase werd gesproken met de staatssecretaris.
De planning is dat het onderzoek in december is afgerond. Alhoewel het onderwijsveld het liefst uitsluitsel zou willen hebben voor het nieuwe schooljaar, lijkt dat een redelijke termijn uitgaande van een breed onderzoek dat leidt tot een gedragen advies.
De VO-raad vindt het een gemiste kans dat de commissie zich in haar onderzoek en aanbevelingen moet beperken tot de bestaande financiële kaders. De ALV van de VO-raad had er juist op aangedrongen de bekostiging bij het onderzoek te betrekken. Uiteraard heeft de VO-raad er begrip voor dat de financiële ruimte van het ministerie van OCW niet onbeperkt is. Desalniettemin is de bekostiging van het onderwijs een van de factoren die een rol kunnen spelen bij het al dan niet realiseren van de norm voor onderwijstijd en deze factor moet dus meegenomen worden in het onderzoek. De VO-raad weet zich hierin door de Tweede Kamer gesteund; verschillende Kamerleden - inclusief Jeroen Dijsselbloem- zeiden in het debat over het rapport Tijd voor Onderwijs nu juist letterlijk dat één van de opbrengsten van het onderzoek moet zijn dat onderwijstijd en financiering op elkaar afgestemd worden. Iedereen, waarschijnlijk ook de staatssecretaris, lijkt zich te realiseren dat onderwijstijd en bekostiging onmogelijk losgekoppeld kunnen worden. De VO-raad zal de Kamerleden hieraan herinneren en hen oproepen de staatssecretaris te vragen de opdracht te verruimen. En de VO-raad nodigt de onafhankelijke commissie uit haar opdracht in elk geval ruimer te interpreteren. Gisteren gaf de Tweede Kamer aan ruime interpretatie van een onderzoeksopdracht geen probleem te vinden, toen er over de onafhankelijke profielcommissies Tweede Fase werd gesproken met de staatssecretaris.
De planning is dat het onderzoek in december is afgerond. Alhoewel het onderwijsveld het liefst uitsluitsel zou willen hebben voor het nieuwe schooljaar, lijkt dat een redelijke termijn uitgaande van een breed onderzoek dat leidt tot een gedragen advies.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs