Onvoldoende duidelijkheid rond invoering ‘gratis’ schoolboeken
De VO-raad heeft er bij de Tweede Kamer op aangedrongen het wetsvoorstel over de schoolboeken nog eens goed tegen het licht te houden. Er is onvoldoende helderheid over de gevolgen van de wet. Een deel van de Kamer heeft aangegeven onze zorgen te delen. Het debat is daarom met een week uitgesteld en vindt nu plaats op donderdag 6 maart 2008.
Vooral wat betreft het Europees aanbesteden is er op dit moment geen eenduidige informatie over de mogelijkheden en de valkuilen. De VO-raad wil dat er eerst heldere en ondubbelzinnige antwoorden komen op de vragen die het veld nog heeft.
Voor de uitvoering van deze maatregel dient aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan, anders worden scholen opgezadeld met een onuitvoerbare wet. De kans dat duizenden leerlingen aan het begin van het schooljaar geen boeken hebben is dan te groot. Dat mag in geen geval gebeuren.
Het gaat om de volgende randvoorwaarden:
1. De positie van de docent (keuzevrijheid van lesmethodes) mag niet worden aangetast.
2. Er moet voldoende budget zijn, óók voor de kosten van Europees aanbesteden en overige administratieve kosten.
3. Er dient volstrekte helderheid te zijn over de te volgen procedures.
Positie van de docent
De VO-raad vindt dat de docent als professional de ruimte moet hebben om methodes te kiezen die het beste aansluiten bij de onderwijskundige keuzes en de leerling-populatie van de school. Het mag niet zo zijn dat de marktpartijen bepalen met welke methodes docenten moeten werken.
Voldoende geld
Het mag niet zo zijn dat extra kosten voor administratie, opslag en aanbesteding betaald moeten worden uit middelen die bestemd zijn voor het primaire proces: de kwaliteit van het onderwijs. Het beschikbare bedrag van 308 euro is te laag. Het prijspeil van een gemiddeld boekenpakket bij een distributeur was in 2007 318 euro. Daarbovenop maken scholen nog extra kosten voor bijvoorbeeld licenties van web-based materiaal, eigengemaakt materiaal en kopieën en administratieve kosten. De VO-raad heeft berekend dat de extra kosten €65 per leerling bedragen. Een reëel bedrag per leerling op basis van het daadwerkelijke prijspeil van 2007 zou daarmee komen op 383 euro. Daarbij komen nu ook nog de kosten voor het Europees aanbesteden. In een eerste inventarisatie worden hiervoor bedragen genoemd tussen de 10.000 en 30.000 euro per aanbesteding.
Helderheid over de procedures
Zolang de te volgen procedures niet helder zijn, bestaat grote kans op fouten in het aanbestedingstraject. De kans dat duizenden leerlingen aan het begin van het schooljaar geen boeken hebben is dan te groot. De overgrote meerderheid van scholen heeft nog geen ervaring met het aanbesteden van schoolboeken en de informatie die op dit moment beschikbaar is te beperkt en niet eenduidig. Adviezen van verschillende experts spreken elkaar zelfs tegen.
Conclusie
Deze maatregel heeft geen invloed op de kwaliteit van het onderwijs, het is immers een inkomensmaatregel. Als de uitvoering van deze maatregel inderdaad bij de scholen komt te liggen, dient aan bovenstaande voorwaarden te zijn voldaan. Docenten en scholen moeten niet worden ingeperkt bij hun keuze voor de lesmethoden; er dient voldoende bekostiging te zijn; en de Europese aanbestedingsregels dienen glashelder en ondubbelzinnig te zijn.
Gezien de onduidelijkheden, het advies van de Raad van State en in het licht van de commissie Dijsselbloem vraagt de VO-raad de Kamer met klem het wetsvoorstel zeer kritisch tegen het licht te houden. De VO-raad wil eerst een helder en ondubbelzinnig antwoord op de volgende vragen:
• Wordt de vrijheid ten aanzien van de keuze van lesmethodes aangetast?
• Wat hebben scholen nu echt nodig om de kosten te dekken?
• Wat kosten de schoolboeken gemiddeld?
• Wat kost Europees aanbesteden structureel?
• Wat kost administratie en opslag structureel?
• Zijn er nog andere structurele bijkomende kosten?
• Wat mag wel en niet worden aanbesteed als het gaat om de lesmethodes?
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs