Rapport Onderwijsraad: geef scholen geld en ruimte
De maatschappij moet sterker betrokken zijn bij het onderwijs. Dat stelt de Onderwijsraad in het rapport ‘de Stand van Educatief Nederland 2009’. De VO-raad is een groot voorstander van een brede betrokkenheid vanuit de samenleving en werkt samen met scholen aan die verbinding. Landelijk door de Maatschappelijke Adviesraad met o.a. Agnes Jongerius en Alexander Rinnooy Kan en het Innovatieplatform-VO. Op schoolniveau door ouder- en leerling-participatie, samenwerking met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Scholen kiezen steeds vaker voor een actieve relatie met de omgeving van de school (de wijk, het dorp, de stad en de regio). Door in gesprek met bijvoorbeeld ouders, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties van gedachten te wisselen over de maatschappelijke opdracht van de school en wat leerlingen moeten leren, ontstaat een reëler beeld van de taak van scholen en van de kosten van onderwijs.
De vraag bij het bepalen van de maatschappelijke opdracht moet steeds zijn wat dit de samenleving mag kosten en of de overheid de financiële middelen beschikbaar wil stellen. Daarnaast is het belangrijk dat scholen – in overleg met hun omgeving – kunnen inspelen op de specifieke lokale situatie en dus voldoende ruimte hebben om passende keuzes te maken. De vragen en uitdagingen in het onderwijs zijn namelijk complex en regionaal verschillend.
Voor wat betreft vakinhoud is het de taak van de docent om te zorgen dat de inhoud van zijn vak aansluit bij de vragen van de samenleving. In het debat met de samenleving kan worden nagedacht over wat leerlingen moeten leren op school. Hoe deze doelstellingen worden vertaald in het dagelijkse onderwijs is vervolgens aan de scholen en de docenten.
De samenwerking met private partijen, zoals huiswerkinstituten en culturele of andere instellingen kan het onderwijs ten goede komen. De Onderwijsraad pleit daarnaast voor het oprichten van een overkoepelende organisatie voor onderwijshuisvesting. De betrokkenheid van de VO-raad bij deze voorstellen is van belang, om de praktijk van het voortgezet onderwijs goed mee te wegen.
Fusies laten keuzevrijheid in tact
Ook in dit rapport spreekt de Onderwijsraad zijn zorgen uit over fusies. Volgens de raad kunnen fusies van schoolbesturen leiden tot verminderde keuzevrijheid. In de praktijk is die keuzevrijheid in het voortgezet onderwijs tot op de dag van vandaag nog volledig in tact. Fusie is vaak juist de enige mogelijkheid om een gevarieerd onderwijsaanbod in de regio in stand te houden.
In veel gebieden zijn eenvoudigweg onvoldoende leerlingen om een volledig onderwijsaanbod door meerdere besturen te kunnen realiseren. Bovendien vinden ouders de keuzevrijheid in locaties en onderwijskundige concepten belangrijker dan de keuze in besturen. Vanzelfsprekend moet die keuzevrijheid in onderwijs voor de leerling zo groot mogelijk blijven.
Meer geld voor onderwijs
Om alle ambities in het onderwijs te realiseren is er een ruimer budget nodig voor onderwijs, aldus de raad. De prioriteit voor de extra publieke investeringen zou volgens de raad moeten liggen bij het voortgezet onderwijs, waar per leerling in vergelijking weinig geld wordt uitgegeven, en bij de kleuteronderwijsperiode (3- tot 5-jarigen).
Vooral in het VO is de financiering te beperkt, zeker in vergelijking met andere onderwijssectoren en het buitenland. Private investeringen moeten zeker de kans krijgen, mits het leerplichtige onderwijs daar niet van afhankelijk wordt.
Meer informatie
Ron Onderwater
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs