Uitspraak Commissie Gelijke Behandeling pakt positief uit voor VO-raad
De Commissie Gelijke Behandeling heeft de VO-raad en het Ministerie van OCW in het gelijk gesteld. De VO-raad hoeft de doelgroep voor de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering niet uit te breiden met personen die voor 35 tot 80 procent arbeidsongeschikt zijn. De vakbonden hadden vorig jaar een klacht bij de Commissie Gelijke neergelegd. Zij waren van mening dat personen die werkloos zijn op grond van arbeidsongeschiktheid niet gelijk behandeld worden als personen die om bijvoorbeeld bedrijfseconomische redenen werkloos zijn.
Volgens de bonden is de ongelijkheid ontstaan met de invoering van de WIA, de Wet Inkomensvoorziening naar Arbeidsvermogen. Voor de invoering van de WIA ontvingen gedeeltelijk arbeidsgeschikten met een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 35 en 80% naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) een werkloosheidsuitkering (WW). De arbeidsongeschiktheidsuitkering was gebaseerd op het arbeidsongeschiktheidspercentage en de werkloosheidsuitkering op het deel daarnaast waarvoor ze nog beschikbaar waren voor de arbeidsmarkt.
Onderdeel van de WIA is de WGA, de werkhervattingsregeling gedeeltelijk arbeidsgeschikten. Deze regeling is bestemd voor personen die voor 35 tot 80 procent arbeidsongeschikt zijn. De uitkering wordt gerelateerd aan wat men zou kunnen verdienen en aan hetgeen men daadwerkelijk aan loon verdient. In feite is het werkloosheidsdeel versleuteld in de WGA uitkering.
Aanspraak
Om aanspraak te kunnen maken op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering in het VO moet er een WW recht aan ten grondslag liggen. De bovenwettelijke uitkering betreft een tijdelijke procentuele verhoging van de uitkering en compenseert een deel van het loon dat iemand boven de maximum dagloongrens van de WW verdient. De meeste lerarensalarissen liggen boven het maximumdagloon van de WW, dus in onze sector is de bovenwettelijke regeling van relevante betekenis.
Op grond van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat in de nieuwe situatie, dus na de invoering van de WIA, gedeeltelijk arbeidsgeschikten geen recht meer hebben op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering terwijl ze dat in het WAO regime wel hadden. De bonden hebben tijdens de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden (voor de decentralisatie) verzocht het BBWO ook van toepassing te verklaren voor het werkloosheidsdeel in de WGA. Het Ministerie van OCW heeft dit verzoek afgewezen. De bonden hebben daarom een klacht neergelegd bij de Commissie Gelijke Behandeling waarbij ze stellen dat er sprake is van ongelijke behandeling op grond van chronische ziekte of handicap.
Verweer
Het verweer dat de VO-raad, samen met het ministerie van OCW, heeft gegeven is dat de WW en de WIA voor ongelijke gevallen zijn bedoeld en dat de bovenwettelijke regelingen dus niet hetzelfde hoeven te zijn. Bovendien zijn er onderlinge afspraken tussen VO-raad en de bonden dat er instrumenten worden ontwikkeld om grote inkomensachteruitgangen van gedeeltelijk arbeidsgeschikten te voorkomen, de zogenaamde sluitende aanpak.
Ook de Commissie Gelijke Behandeling is van mening dat de groep van gedeeltelijk arbeidsgeschikten (35 tot 80 procent arbeidsongeschikt) niet kan worden vergeleken met de groep van arbeidsgeschikte werknemers en werkloze werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn. De Commissie stelt de VO-raad en het Ministerie van OCW dus in het gelijk en de VO-raad hoeft de doelgroep voor de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering dus niet uit te breiden met personen die voor 35 tot 80 procent arbeidsongeschikt zijn.
Wat is er nog meer verschenen over:
- Meer nieuwsberichten
- 23-05
APS zoekt met spoed scholen voor project Veiligheid en Zorg - 23-05
Procedure controversieel verklaren opnieuw uitgesteld - 23-05
Mijn ID-campagne voor seksuele diversiteit binnenkort van start - 21-05
Programma van Eisen Frisse Scholen vernieuwd - 16-05
Experimenten prestatiebeloning van de baan
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs