X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Nieuws

Verslag Onderwijs Café: De kloof tussen primair en voortgezet onderwijs

28 april 2011

Panelleden en zaal in debat tijdens het Onderwijs Café.

Voor de meeste kinderen verloopt de overgang tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs probleemloos. Wel lijken er soms tegengestelde belangen tussen basisschool en vo-school over het niveau waarop leerlingen instromen in het voortgezet onderwijs. Over het later afnemen van de CITO-toets verschillen de meningen. Dit zijn enkele conclusies uit het debat over ‘de kloof tussen basisschool en brugklas’, tijdens het Onderwijs Café dat op 27 april werd georganiseerd door PO-Raad, VO-raad en AVS.

Informatiebehoefte ouders
Panellid Robin Gerrits, tevens onderwijsjournalist, wijst uit eigen ervaring op de grote informatiebehoefte van ouders als hun kinderen beginnen in het voortgezet onderwijs:
“Op de basisschool speelden we als ouders een rol bij allerlei activiteiten. Dat is nu afgelopen. We snakten naar het eerste tienminutengesprek. Er is een enorme behoefte aan informatie: hoe vinden jullie als school dat het gaat?”

Het puberbrein

Specialist van het puberbrein Wouter Camps wijst erop dat het brein zich veilig moet voelen, wil het leerstof kunnen opnemen. Een leerling moet zich op zijn gemak voelen in vaak minder geborgen voortgezet onderwijs. Daarnaast heeft het brein voeding nodig: voldoende zuurstof in een lokaal, voldoende vocht, voldoende beweging.

CITO Eindtoets
Er zijn veel voorstanders van het verschuiven van het afnamemoment van de Cito Eindtoets. De scholen in Roermond deden mee aan de pilot waarbij de toets eind maart werd afgenomen in plaats van in februari. Janssen, bovenschools schoolleider van 26 basisscholen in Roermond: “De voornaamste winst is dat het advies van de leerkracht aan waarde wint. Je moet de gegevens aanleveren voor je de toetsscore hebt. Daardoor vindt er betere informatieoverdracht plaats.” Rene Heijnen, conrector van het Canisius Lyceum in Nijmegen, ziet nadelen aan het uitstellen van de Citotoets. “Dan beschikken we pas laat over de toetsscore. Vooral in het vmbo-t levert dit soms dilemma’s op. Ouders willen hun kind niet naar het vmbo-kader of -beroepsgericht laten gaan. Met de score van de Citotoets hebben we dan een overtuigend argument.”

De scholen in Roermond hebben afgesproken dat het basisschooladvies maatgevend is. Heijnen signaleert tegenstrijdig belangen. “De basisschool heeft er belang bij dat veel leerlingen hoog uitstromen. Ook voor de Inspectie is dat een belangrijk punt. Terwijl het vo er zeker van wil zijn dat leerlingen niet in een later stadium moeten afstromen omdat ze te hoog zijn geadviseerd.”

Overleg en vertrouwen
Ton Duif, voorzitter AVS, stelt in afronding van het debat vast dat als de Cito Eindtoets later wordt afgenomen, scholen van de verschillende sectoren bereid zijn om meer te overleggen. “In het basisonderwijs is veel pedagogisch-didactische kennis. Het vo heeft meer kennis van vaktechnische zaken en leerstijlen. Het zou veel opleveren als we daarover meer van gedachten wisselen, bijvoorbeeld via internet.” Volgens Sjoerd Slagter laat het debat zien hoe moeilijk het is de leerling centraal te stellen. “Eigenlijk moet de kern zijn dat we leerlingen maximale kansen bieden. De inspectie moet scholen niet afrekenen op het bieden van kansen, en scholen moeten niet meer drempels opwerpen bij het aannemen van leerlingen als de Cito Eindtoets wordt uitgesteld.”