X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Nieuws

Vmbo-vakcolleges: belang leerling moet centraal staan

16 juli 2008

Komend schooljaar starten 13 scholen een vmbo-vakcollege met maximaal 650 leerlingen.
Op deze scholen wordt vanaf het eerste leerjaar extra aandacht besteed aan techniek en technologie. De VO-raad begrijpt dat scholen zich met het vakcollege willen profileren. Maar de leerling en zijn leerloopbaan moeten echter wel centraal blijven staan, niet de vraag van het bedrijfsleven.

De VO-raad is ervan overtuigd dat voor een kleine groep leerlingen het vmbo-vakcollege de geschikte weg is, maar zeker niet voor álle leerlingen. Als leerlingen op te jonge leeftijd een specifiek vak kiezen, beperkt dat hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Ook is het belangrijk dat deze leerlingen nog over kunnen stappen naar een andere sector, als de gekozen richting niet de juiste blijkt.

Na succesvolle afronding van de opleiding hebben de leerlingen een baan in de technische sector in het vooruitzicht. Het bedrijfsleven ondersteunt de vmbo-vakcolleges financieel door het beschikbaar stellen van stageplekken en begeleiding van de leerling op de werkvloer.

Overigens bieden niet alleen vmbo-vakcolleges, maar ook andere vmbo-scholen praktijkgericht onderwijs aan. Veel vmbo-scholen werken aan doorlopende leerlijnen en maken afspraken met ROC’s en bedrijfsleven om het onderwijs voor leerlingen praktijkgericht en uitdagend te maken. Dit geldt voor de sector techniek, maar ook in de andere sectoren zoals zorg en welzijn, economie en landbouw. Het vmbo-onderwijs van nu is altijd praktijkgericht en heeft een relatie met het bedrijfsleven.

Over de vmbo-vakcolleges
Vmbo-vakcolleges zijn geen nieuwe vorm van onderwijs. Zij vallen binnen de bestaande wet- en regelgeving, dat wil zeggen dat de financiering de eerste vier jaar via de vmbo-school loopt en de resterende twee jaar via het ROC. In zes jaar tijd worden leerlingen opgeleid tot kwalificatieniveau 2 of -niveau 3 in het mbo al naar gelang de wens van de leerling om door te leren.

De eerste vier jaar doorloopt de leerling het vmbo. Daarna volgt de leerling de resterende twee jaar de opleiding tot mbo-niveau 2/3. Dit kan via het ROC of op de VO-school. Leerlingen werken via de beroepsbegeleidende leerweg vanaf hun zestiende jaar 3 à 4 dagen in de week. Een aantal vmbo-vakscholen zal de opleiding aanbieden in het kader van de experimenten vmbo-mbo2. Binnen deze experimenten worden basisberoepsgerichte leerlingen opgeleid voor startkwalificatie mbo-niveau 2. Scholen kunnen ervoor kiezen om deze leerlingen geen vmbo-diploma te laten halen in het vierde jaar van het vmbo.

Meer informatie
Suzanne Verstraelen.

Wat is er nog meer verschenen over: