Referentieniveaus Taal en Rekenen: ruimte voor invoering
Staatssecretaris Van Bijsterveldt neemt het advies van de VO-raad over om scholen voldoende tijd te geven voor de invoering van de referentieniveaus Taal en Rekenen. Dit blijkt uit de voortgangsbrief over de doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen. Met een voorgenomen wettelijke invoering in 2014 wordt het voortgezet onderwijs een redelijke termijn gegund om de invoering van de referentieniveaus te realiseren, zodat leerlingen niet worden afgerekend op verkeerde verwachtingen. Ook is er ruimte om de planning gedurende het traject, waar nodig, aan te passen.
Onbeantwoorde vragen
Er moet nog het nodige gebeuren om van de referentieniveaus een succes te maken. Zo is nog niet duidelijk hoe bepaald wordt wanneer een leerling een vereist niveau wel of niet heeft behaald. Wat de middelbare scholen betreft hebben de referentieniveaus vooralsnog een diagnostische rol. Bovendien moet het effect van de examenverzwaring in 2010-2011 nog worden bekeken.
De niveaus worden allereerst geijkt aan de huidige examens. De VO-raad pleit er daarom voor om op basis daarvan en van de nulmeting te bepalen hoe realistisch de referentieniveaus zijn en of ze voldoende basis vormen voor het beleid. Dit geldt met name voor zogenoemd niveau 2F voor vmbo-bb-leerlingen.
Scholen al actief
Voor een succesvolle onderwijsloopbaan is een goede beheersing van de basisvaardigheden taal en rekenen essentieel. Daar is in het voortgezet onderwijs ook al ruim aandacht voor. Zo blijkt uit een recent ledenpanel van de VO-raad dat een meerderheid van de scholen in de eerste klas taal- en rekentoetsen afneemt om het niveau van de leerlingen te bepalen. Referentieniveaus bieden het onderwijs nog meer houvast en een betrouwbaar ijkpunt. Vanuit die gedachte werkt de VO-raad graag mee aan de implementatie van de referentieniveaus.
Zorgvuldige invoering
De uiteindelijke effectiviteit van referentieniveaus staat of valt met een zorgvuldige invoering. Naast de eerder genoemde nulmeting moeten adaptieve, digitale toetsen kosteloos en eenvoudig toegankelijk zijn voor scholen. Het ministerie van Onderwijs heeft toegezegd dat deze in april of mei van dit jaar 2009 beschikbaar komen. Daarnaast moet er beleid worden ontwikkeld richting leerlingen voor wie deze niveaus wellicht te moeilijk zijn, zoals leerlingen met specifieke leerstoornissen. Ontwikkeling van hun individuele talenten staat daarbij voorop.
Aan (de) slag
Het voortgezet onderwijs zal de komende jaren werken aan een zorgvuldige invoering, dit in afstemming met de andere sectoren en OCW. Bruikbare referentieniveaus kunnen alleen tot stand komen op basis van feitelijke gegevens. De VO-raad is dan ook blij dat de sectororganisaties worden betrokken bij een nadere beschouwing van enkele subdomeinen van de referentiekaders. OCW heeft daartoe opdracht gegeven aan (voormalige) leden van de Commissie Meijerink.
Feitelijke gegevens zijn verder afhankelijk van de praktische ervaringen van scholen. Die zullen onder meer beschikbaar komen via pilots in scholen. Deze bevorderen tegelijk een kwaliteitsslag van het taal- en rekenonderwijs binnen en tussen de scholen. De VO-raad adviseert de staatssecretaris te investeren in een leerlingvolgsysteem over de sectoren heen (minimaal PO - VO) en explicieter de verantwoordelijkheid van het hoger onderwijs en bedrijfsleven te definiëren.
Meer informatie
Jessica Tissink
- Downloads
- Voortgangsbrief OCW
- Meer nieuwsberichten
- 23-05
APS zoekt met spoed scholen voor project Veiligheid en Zorg - 23-05
Procedure controversieel verklaren opnieuw uitgesteld - 23-05
Mijn ID-campagne voor seksuele diversiteit binnenkort van start - 21-05
Programma van Eisen Frisse Scholen vernieuwd - 16-05
Experimenten prestatiebeloning van de baan
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs