Wetsvoorstel aanpassing regeling vakantie en verlof
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Hirsch Ballin van Justitie hebben een wetsvoorstel ingediend om de regeling voor vakantie en verlof aan te passen. Aanleiding voor de wijzigingen zijn een aantal uitspraken van het Europese Hof van Justitie. De ministerraad heeft met het voorstel ingestemd.
De wijziging houdt in dat werknemers die langdurig ziek zijn, recht hebben op hetzelfde minimum aantal vakantiedagen per jaar als werknemers die niet ziek zijn, te weten vier weken. Op dit moment is het nog zo dat langdurig zieke werknemers alleen vakantiedagen opbouwen over de laatste zes maanden dat ze ziek zijn.
Ook staat in het wetsvoorstel dat werknemers in de toekomst hun wettelijke vakantiedagen binnen 1,5 jaar moeten opnemen. De redenatie hierachter is dat te lang uitstellen van vakantie de veiligheid en gezondheid van de werknemer in gevaar kan brengen. De termijn hiervan kan alleen in onderling overleg tussen werknemer en werkgever worden verlengd. De termijn is niet van toepassing op werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest om vakantie op te nemen.
Wanneer de nieuwe regels ingaan is nog onduidelijk. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met het voorstel. Het wetsvoorstel wordt eerst voor advies verzonden aan de Raad van State. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
Gevolgen voor voortgezet onderwijs
De gevolgen van de wijzigingen zijn voor OP en OOP verschillend. Voor het OOP zijn de gevolgen waarschijnlijk beperkt omdat zij in de huidige regelgeving in de cao pas na ruim een jaar ziekte minder vakantiedagen opbouwen dan met het wetsvoorstel wordt geëist. Na twee jaar ziekteverlof zal de OOP-er, op basis van de vermoedelijke tekst van het wetsvoorstel, recht krijgen op minimaal acht weken vakantieverlof.
Voor OP/directie heeft het wetsvoorstel wel grote consequenties. Op grond van de huidige regelgeving hebben zij namelijk geen recht op opschortende werking van vakantieverlof bij ziekte.
Op dit moment is nog niet duidelijk wat de wijzigingen precies zullen gaan betekenen voor het voortgezet onderwijs. Totdat er meer duidelijk is , is het raadzaam om vast te houden aan de regels zoals die nu in de vo-sector gelden, en daarnaast al volgens onderstaande richtlijnen te handelen:
- Een langdurig zieke werknemer wordt zoveel mogelijk (in het lopende jaar) in de gelegenheid gesteld een vakantie van ten minste vier weken te gebruiken. Dit moet in overleg met de bedrijfsarts worden vastgesteld. Dit betekent dat de werknemer gedurende zijn vakantie ook niet is belast met re-integratieactiviteiten. Afwegingen hierbij zijn of de werknemer medisch gezien redelijkerwijs in staat is om zijn vakantie te 'genieten' én of een vakantieperiode geen negatieve invloed heeft op het herstel en/of de re-integratie van de werknemer. Het advies van de bedrijfsarts wordt in deze afweging betrokken.
- Is vakantie in het lopende jaar niet mogelijk om medische redenen, dan moet de werknemer de gelegenheid krijgen in het daaropvolgende jaar zijn vakantie te gebruiken.
Voor vragen kun u contact opnemen met de helpdesk van de VO-raad.
- Meer nieuwsberichten
- 23-05
APS zoekt met spoed scholen voor project Veiligheid en Zorg - 23-05
Procedure controversieel verklaren opnieuw uitgesteld - 23-05
Mijn ID-campagne voor seksuele diversiteit binnenkort van start - 21-05
Programma van Eisen Frisse Scholen vernieuwd - 16-05
Experimenten prestatiebeloning van de baan
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs