Brief VO-raad zorgpunten rekenen en taal
Op 28 april heeft staatssecretaris Van Bijsterveldt de beleidsnotitie Doorlopende leerlijnen rekenen en taal naar de Tweede Kamer gestuurd. De staatssecretaris neemt het advies van de Expertgroep Doorlopende leerlijnen over door te kiezen voor een stelselbreed, bovensectoraal referentiekader. De VO-raad spreekt in een reactie aan de staatsecretaris zijn waardering hiervoor uit. Ook is de VO-raad positief dat de beleidsreactie aandacht geeft aan het proces van maatwerk, aansluit bij de traditie op de scholen en het belang van eigenaarschap bij leraren en docenten voorop stelt. Toch zien wij ook enkele zorgpunten.
De VO-raad meent dat het niveau van rekenen en taal continu aandachtspunt dient te zijn van het (voortgezet) onderwijs. Scholen willen en zijn met dit thema aan de slag. De samenleving, politiek en bestuur dient zich wel te realiseren dat die ontwikkeling minstens vijf jaar kost. Bovendien kost het leveren van maatwerk geld, de financiële paragraaf van de notitie biedt onvoldoende duidelijkheid of die middelen ook daadwerkelijk beschikbaar komen.
De VO-raad maakt zich daarnaast zorgen over het basisniveau voor praktijkonderwijs, de basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo. De VO-raad vraagt aandacht voor de groep leerlingen voor wie dit basisniveau te hoog gegrepen is. De VO-raad heeft daarom al eerder gepleit voor flexibilisering van de verblijfsduur in het vmbo en bepleit onderzoek naar de haalbaarheid van de verschillende referentieniveaus. Ook de consequenties van het wel of niet halen van een referentieniveau en de invloed op het aantal gediplomeerden zijn niet duidelijk en vragen om nader onderzoek.
Verhoging van de kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de docent voor de klas. De VO-raad vraagt daarom nadrukkelijk aandacht voor de bijdrage die de pabo en lerarenopleidingen leveren aan een verhoging van het reken- en taalniveau.
Tot slot is de VO-raad huiverig voor het creëren van een grotere toetscultuur op scholen. Scholen moeten, zoals de staatsecretaris in haar notitie schrijft, inderdaad kunnen aantonen dat hun leerlingen uitstromen op het afgesproken niveau. Maar we zijn van mening dat dit niet zonder het VO-veld kan. Met scholen moet worden afgesproken wat het meest geschikte moment is om te toetsen en welke vorm van toetsen recht doet aan de keuzes van scholen en daarnaast betrouwbare informatie oplevert. De VO-raad hecht veel belang aan een goede monitoring van het reken- en taalniveau op stelselniveau. Met de resultaten kan inzicht verkregen worden in de voortgang van het ingezette beleid.
Het voortgezet onderwijs is bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor goed reken- en taalonderwijs. Het is daarom een van de speerpunten in de Kwaliteitsagenda van de VO-raad. De VO-raad zal met zijn leden en met de andere sectoren afspraken maken voor zowel de lange als de korte termijn. Wij pleiten ervoor om het onderscheid tussen het wat en het hoe te hanteren als basiscriterium in de rolverdeling tussen scholen en overheid.
Op 21 mei vindt in de Tweede Kamer het Algemeen Overleg Doorlopende leerlijnen rekenen en taal plaats, waarin de notitie van de staatssecretaris behandeld zal worden.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs