X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Persberichten

Houding docent bepalend voor inzet leermiddelen

6 oktober 2009

Niet de traditionele indeling op basis van leeftijd, sekse, vak, schoolsoort, schoolgrootte of denominatie, maar de houding van docenten in het voortgezet onderwijs bepaalt de keuze voor het leermateriaal waar zij mee willen werken. Dat blijkt uit onderzoek van Onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van het Programma Leermiddelenbeleid van de VO-raad. Dit is een belangrijk gegeven voor de toekomstige ontwikkeling van het leermiddelenbeleid in het voortgezet onderwijs.

Vier segmenten
Tevreden Coaches, Gedegen Vakvrouwen en -mannen, Eigenzinnige Arrangeurs en Kritische Idealisten zijn de vier typeringen die de houding - de “Leermiddelmentality” - ten opzichte van leermateriaal in het onderzoek aangeven. Docenten uit de groep ‘Tevreden Coaches’ (18% van de totale doelgroep) gaan vrij om met leermiddelen. Zij zijn vooral op zoek naar materiaal dat ‘werkt’ voor hun leerlingen. Dat kan de ene keer een methode en de andere keer zelf samengesteld materiaal zijn.

Docenten uit de groep ‘Gedegen Vakvrouw of –man’ (34%) zijn meer gericht op methoden die structuur, gemak en een leerlijn bieden. De groep ‘Eigenzinnige Arrangeurs’ (37%) daarentegen wil naast de methoden dikwijls ook door henzelf samengesteld en ontwikkeld materiaal gebruiken. Zij hechten een relatief groot belang aan flexibiliteit; open leermateriaal helpt hen daarbij. De Kritische Idealisten (11%) willen vooral het beste van het beste voor hun leerlingen maar missen daarbij ondersteuning.

Resultaten
Wat opvalt is dat 81% de kwaliteit van het leermiddel een basisvoorwaarde voor goed onderwijs vindt. Bijna 70% wil dat zijn school leermiddelenbeleid ontwikkelt. Tweederde van de docenten geeft aan behoefte te hebben aan scholing om leermateriaal flexibel toe te passen. Meer dan driekwart (79%) vindt een samenwerking tussen scholen en uitgevers essentieel voor goed leermateriaal.

Wat verder opvalt is dat 71 % alleen het door hen zelf ontwikkelde materiaal wil delen als ze zeker zijn van de kwaliteit daarvan. De helft van de docenten wil dat leerlingen over een eigen laptop beschikken en is van mening dat hun lessen beter worden door ict. 91% vindt dat een leermiddel de leerling nieuwsgierig moet maken.

Pieter Hendrikse, voorzitter van de Adviesgroep Leermiddelenbeleid: “Docenten zijn ambitieus en altijd op zoek naar kwalitatief goede leermiddelen. Van groot belang hierbij is dat docenten en schoolleiding samen bepalen wat nodig is op hún school, voor hún leerlingen. Het onderzoek laat zien dat het gaat om de mix: methoden, zelf gearrangeerd materiaal, zelf ontwikkelen en open leermateriaal, wel of niet digitaal. Bij het ontwikkelen van het leermiddelenbeleid moet dan ook rekening worden gehouden met de verschillen in houding tussen docenten.”

Joost Kentson, voorzitter van de Lerarenkamer vindt alles erop wijzen dat: “de beroepsgroep zich in een rap tempo aan het ontwikkelen is in de richting van verdere professionalisering en eigentijds onderwijs. Daarbij wordt de vakkennis niet verwaarloosd.” Kentson wijst er ook op dat de randvoorwaarden goed moeten worden ingevuld: “Docenten moeten wel voldoende ontwikkeltijd en middelen krijgen, zoals pc’s.”

Stephan de Valk van de GEU (Brancheorganisatie Educatieve Uitgeverijen) en uitgeefdirecteur van Noordhoff Uitgevers neemt het signaal dat er meer flexibele oplossingen moeten komen graag ter harte: “Een meerderheid van de docenten kent een belangrijke rol toe aan leermethoden en is daar heel tevreden over. Daarentegen is er ook een percentage niet tevreden over de flexibiliteit van het leermateriaal van educatieve uitgeverijen. Wij zullen dit signaal als uitgeverijen oppakken en verder gaan op de weg naar meer flexibele oplossingen."

De LeermiddelMentality test is online beschikbaar via www.leermiddelenvo.nl of www.vo-raad.nl.

Het Programma Leermiddelenbeleid is een project van de VO-raad. Het onderzoek en instrument is tot stand gekomen in samenwerking met de Lerarenkamer, de GEU, docenten en schoolleiders, onderwijsdeskundigen van de SLO en Kennisnet.