VO heeft 350 miljoen vrij besteedbaar vermogen
13 juni 2007
Het vrij besteedbaar vermogen van het voortgezet onderwijs is 350 miljoen euro. Dat is 6 procent van de jaarlijkse geldstroom van 6 miljard euro. “Een aanvaardbare buffer om financiële tegenslagen op te vangen,” aldus Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad. Dat blijkt ook dit jaar weer. Ondanks de mooie verkiezingsbeloften, bezuinigt dit kabinet 300 miljoen euro op het voortgezet onderwijs. Veel scholen leveren daardoor 300.000 tot één miljoen euro in op hun jaarlijkse begroting. Er staan daardoor 1500 banen op de tocht. Onvoorstelbaar dat de AOb zich daar niet druk over maakt.”
Overheid is onbetrouwbare financier
Om financiële risico’s af te kunnen dekken zullen scholen altijd geld reserveren. In tegenstelling tot bedrijven nemen scholen minder risico’s, omdat ze gefinancierd worden door de overheid. Sjoerd Slagter: “Scholen gaan weloverwogen om met het overheidsgeld. De samenleving zou het onaanvaardbaar vinden als er scholen failliet gaan. Daarnaast is de overheid een onbetrouwbare financier. Kijk naar de huidige bezuinigingen.”
Het vrij besteedbaar vermogen wordt berekend door de bezittingen van het eigen vermogen af te trekken. Tot 2005 is het eigen vermogen van het voortgezet onderwijs gestegen, maar ook de bezittingen namen toe. Het vrij besteedbaar vermogen is al jaren 350 miljoen euro. “Wij snappen niet dat de AOb over dat bedrag valt. De VO-raad richt zich juist op het behoud van 1500 docenten. Door die reserves kunnen scholen dat opvangen.”
Eigen vermogen
Dat het eigen vermogen en de bezittingen van scholen voor voortgezet onderwijs de afgelopen tien jaar zijn gestegen, is logisch verklaarbaar. Tot 1996 was het ministerie van Onderwijs nog verantwoordelijk voor de financiën en het onderhoud van schoolgebouwen. Toen de scholen zelf verantwoordelijk werden, hebben ze eerst gezorgd voor een gezonde financiële basis. Daarnaast is er geïnvesteerd in lokalen, computers en meubilair.” De VO-raad verwacht dat het eigen vermogen vanaf 2007 zal stagneren of zelfs zal afnemen.
Vanaf 2008 zijn scholen verplicht zich te verantwoorden over hun financiële positie. De VO-raad heeft haar leden opgeroepen dit in 2007 al te doen. Ook adviseert de VO-raad haar leden risicoprofielen op te stellen. Sjoerd Slagter: “Of scholen te veel geld op de bank hebben staan, kun je alleen beoordelen op basis van hun financiële verantwoording en een bijbehorend risicoprofiel. Door onze financiële positie voor iedereen inzichtelijk te maken, dragen we actief bij aan een open dialoog met ouders, overheid en samenleving over de financiering van het onderwijs.”
Het ministerie van Onderwijs en de VO-raad hebben in overleg de signaleringsgrenzen voor de reservepositie van scholen in het voortgezet onderwijs vastgesteld. Als ondergrens geldt een percentage van 10% van het weerstandsvermogen. Een lager percentage kan duiden op een risicosituatie. Voor de bovengrens is 40% vastgesteld als een aanvaardbare norm. Schoolbesturen die buiten de grenzen vallen, zullen zich hierover vanaf 2008 moeten verantwoorden aan het ministerie. Minister Plasterk liet in april 2007 nog weten dat er van oppotten geen sprake is. Scholen gaan weloverwogen, consciëntieus en behoudend om met overheidsmiddelen.
Wat is er nog meer verschenen over:
- Meer persberichten
- 17-04
Onderwijsverslag: inspanningen scholen werpen vruchten af - 12-04
VO-sector draagt 5 miljoen bij om voortgezet onderwijs Amarantis te redden - 28-03
VO-academie krachtig instrument voor deskundigheidsbevordering schoolleiders - 20-12
Scholen houden zich niet aan 1040 uur - 14-12
Scholen voortgezet onderwijs maken prestatieafspraken met minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs