X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Toespraken

ALV Sjoerd Slagter

24 mei 2007

Toespraak Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad, tijdens de algemene ledenvergadering van de VO-raad in Nieuwegein.

NB: Alleen het gesproken woord geldt


Investeren in vertrouwen
Mevrouw de staatssecretaris, mijnheer de inspecteur-generaal, geachte aanwezigen, beste collega’s, de VO-raad zet zich op de kaart. Bij vriend en vijand. Er was in het begin een afwachtende houding, ongeloof, soms verzet. We moeten onze plek veroveren, mensen opzoeken, ons verhaal vertellen, en veel gesprekken aangaan. Dat hebben we gedaan en dat blijven we doen.

Ons doel is telkens: vertrouwen winnen, onderwijs een positieve klank geven. We willen ouders die tevreden zijn en leerlingen die zich uitgedaagd voelen. We zijn op zoek naar verbinding met al die partijen. En dat met lastige thema’s als onderwijstijd en sancties, bezuinigingen en overschotten en nu weer maatschappelijke stages. We praten met onze leden, bestuurders en schoolleiders, we discussiëren in de Ledenadviesraad en we besluiten in het bestuur. Vandaag leggen we over die eerste zes maanden verantwoording af.

Het veld aan zet
Investeren in vertrouwen, zo luidt de titel van ons manifest. Met dat manifest en die opdracht zijn we aan de slag gegaan, op zoek naar commitment, op zoek naar partners. Er is een groeiend besef dat wij - het veld - aan zet zijn, dat wij iets moeten laten zien. En, het besef dat als wij het zelf niet doen, anderen het voor ons doen. Die overtuiging smeedt ons aaneen. Het zijn immers wij, de scholen, die gaan over de toekomst, wij gaan over de inrichting van die 21e eeuw, in het belang van de toekomst van al die leerlingen.

Afgelopen maanden heb ik veel collega’s ontmoet. In talloze gesprekken ervaar ik steun en vertrouwen. Er waren ook kritische vragen, over aanpak en strategie. Altijd vinden we elkaar in de overtuiging dat we voor een gezamenlijke opdracht staan, dat de rol van het onderwijs verandert, dat we zoeken naar nieuwe rollen en bijbehorende verantwoordelijkheden én dat de samenleving ondertussen meekijkt. Zo zijn wij als bestuur aan de slag gegaan met onze toekomstagenda: investeren in vertrouwen.

Meer ambitie tonen
Wat is er nu nodig voor zo’n nieuwe vertrouwensbasis? Ik denk twee dingen: we moeten resultaten boeken en we moeten zeggenschap geven in open dialoog met de samenleving.

Allereerst: excellente onderwijsresultaten. Het Nederlandse onderwijs behoort nog steeds tot de Europese top, maar als we kritisch kijken, zien we dat het beter kan. Gemiddeld scoren we goed, maar we tonen te weinig ambities. Die zesjes en zevens moeten negens worden. We zijn op zoek naar een nieuwe balans tussen vaardigheden en kennis. Er is een hernieuwde aandacht nodig voor basisvaardigheden zoals rekenen en lezen. We moeten ernst maken met talentontwikkeling en een-leven-lang-leren. We moeten oog hebben voor de problemen van nu: zorg om maatschappelijke vorming, uitval, onderwijstijd, kwaliteit, het oor te luisteren leggen om op te vangen wat de samenleving van ons vraagt en op die terreinen klinkende resultaten boeken.

We hebben wat te lang geklaagd over te weinig geld en gebrek aan waardering. Laat eerst maar eens zien wat we met die huidige 6,5 miljard doen, dan komt dat volgende miljard er ook.

Democratische tegenmacht
In de tweede plaats: de open dialoog met de omgeving. Die omgeving zeggenschap geven. Zeggenschap over de besteding van die miljarden. Verantwoording over de doelmatigheid van inzet, over de ontplooiing van talenten van jongeren. En zo onze legitimatie verdienen. Daarom een oproep voor de organisatie van een tegenmacht. Een (democratische) tegenmacht tegen al te machtige besturen. In het bedrijfsleven zien we iets dergelijks. Ook bij ABN/AMRO zijn ze op zoek naar wie de baas is. Shareholders’ of ‘stakeholders’, beide groepen zijn op zoek naar nieuwe rollen, eisen hun rol meer en meer op, dwingen die desnoods af. Rinnooy Kan, voorzitter van de zojuist gestarte ‘Lerarencommissie’, wijst in dit verband op de onvermijdelijkheid van zo’n tegenmacht. Macht en tegenmacht. Ouders en leerlingen zeggenschap geven, docenten invloed en de samenleving een oordeel.

Het belang van onderwijs is groot. Te groot en te complex om door één partij gemonopoliseerd te kunnen worden. Al die partijen hebben belang: overheid, scholen, ouders, docenten, leerlingen. Centraal staat de school als regisseur van bondgenootschappen, vorm gegeven in een nieuw soort ‘belangen-democratie’. Eén ding weten we zeker: als wij - hier - niet onze verantwoordelijkheid pakken, gaat de overheid dat voor ons doen. En dat betekent: terug naar de blauwdrukken die niet passen, de normen die niet deugen en de wetten die niet werken. Niet over vier jaar weer een parlementair onderzoek.

Zes maanden VO-raad
Waar staan we nu na zes maanden VO-raad? Wat is het resultaat van onze 150 dagen?
Waar hebben we resultaat geboekt, wat staat in de steigers en waar moeten we nog aan beginnen? We hebben zichtbaarheid gezocht in de media, herkenning bij partners - ouderorganisaties, LAKS, bonden en collega-organisaties en erkenning bij de politiek : bewindslieden en tweedekamer. We haalden vaak het nieuws. We hebben ons verbonden aan een manifest: 1,2 miljard voor het lerarentekort. Er waren 41 prijzen voor innovatieve scholen en er is een nieuwe ronde van de campagne Durven Delen Doen gestart. We praten mee over maatschappelijke stages en we pleiten voor een snelle evaluatie van leerplusarrangementen, Er kwam een kwaliteitsstandaard voor de vermogenspositie

Er waren ook tegenvallers: we voeren nog steeds niet de goede discussie over onderwijstijd en ook de sancties zijn nog lang niet van de baan. Er is nog steeds de dreiging van die platte bezuiniging van 84 miljoen, ondanks de brede erkenning dat deze op geen enkele manier het beoogde doel dient. En ook de schoolboeken zijn nog niet uit het onderwijsbudget.
Het onderwijs ligt nog steeds onder vuur ligt. Het laatste Onderwijsrapport erkent onze prestaties, maar wijst ook hardnekkige problemen aan. Ik noemde ze al.
Er is een goed contact met de nieuwe bewindslieden. Onze staatssecretaris Marja van Bijsterveldt heeft een groot hart voor het voortgezet onderwijs – haar aanwezigheid vandaag onderstreept dat - maar we zien vooralsnog een lege portemonnee.

Beleidsagenda
Ons antwoord, onze ambitie is verwoord in de vandaag vastgestelde beleidsagenda
Een manifest waarvoor we in de afgelopen periode zowel bij onze achterban als in de samenleving veel waardering hebben geoogst. Het is een breed en gedragen onderwijsplan met een concrete opbrengst:
- Optimale talentontwikkeling in de vorm van plus-programma’s;
- Minder uitval en een passende plek voor elke leerling;
- Investeren in de kwaliteit van professionals: voor zittende én nieuwe docenten;
- Verantwoording over resultaten, Borging van kwaliteit;
- Een CAO-inzet die onderwijs aantrekkelijker en de sector dynamisch maakt.
Zo geven we invulling aan onze verheffingsopdracht.

Verdiende autonomie
Dit alles vraagt veel van de scholen. Wij zijn ons dat terdege bewust. Het Onderwijsverslag spreekt niet voor niets van een zware opdracht voor het voortgezet onderwijs. De minister spreekt ons nadrukkelijk aan op ons beleidsvoerend vermogen. Borging van kwaliteit en verantwoording over resultaat is de enige route naar verdiende autonomie.
Maar we krijgen steun. Binnenkort gaat de Maatschappelijke Raad voor het onderwijs van start. Hierin nemen zitting belangrijke spelers uit het middenveld: SER, VNO/NCW, hoogleraren en bankdirecteuren, werkgevers en werknemers. Een tijdelijke commissie onder leiding van Willem van Leeuwen is al begonnen. Zo versterken we de gevoelsband tussen onderwijs en samenleving, zo verbinden we overheid en veld. Voor dit programma, voor deze majeure opdracht, vraag ik jullie steun. En reken ik op jullie betrokkenheid en inzet. Ik realiseer me dat ik dat vraag op een moment dat het onderwijs flink onder vuur ligt, dat het politieke klimaat er niet gunstiger op wordt en dat die vertrouwensbasis nog broos is, dat
er het besef is dat we het niet alleen kunnen.

Samen obstakels opruimen
Daarom kijk ik naar onze bewindslieden, de politiek verantwoordelijken. Ik doe hierbij een dringende oproep aan de staatssecretaris om - juist in een killer wordend klimaat - samen op te trekken, samen doelstellingen te formuleren en samen obstakels op te ruimen. Samen is immers de kreet uit het regeerakkoord! Op dat pad van samenwerking zie ik twee grote obstakels, die wat mij betreft van de baan moeten. Allereerst: komend jaar geen sancties als scholen aantonen dat die 1040-norm onhaalbaar blijkt en ten tweede: geen bezuiniging van 84 miljoen op brede scholen. Het kan toch niet zo zijn dat in één regeerakkoord de vorming van brede scholen wordt gestimuleerd én wordt bestraft. Als VO-raad zijn wij bereid tot het zoeken naar oplossingen om daar samen uit te komen.

Geachte mevrouw de staatssecretaris, beste collega’s, samen willen we de kwaliteit van het VO versterken op basis van investeringen die recht doen aan gedane beloften en die sporen met de plannen van de sector. We hebben immers één gezamenlijk belang. En dat is: nog beter onderwijs voor onze leerlingen, allemaal goede scholen. Zesjes en zevens worden negens. Aan de slag…