X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Toespraken

Sjoerd Slagter op opening schooljaar 2010-2011

9 september 2010

Toespraak van Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad, Oosterlicht College in Nieuwegein. NB: Alleen het gesproken woord geldt.

We volgen allemaal sinds de verkiezingen in juni met spanning – soms met leedvermaak, soms met ergernis – de formatie van een nieuw kabinet. Ik hoopte op mijn vakantieadres – waar van tijd tot tijd wat nieuws binnensijpelde – dat we aan het begin van het nieuwe schooljaar ook een nieuwe regering zouden hebben. Maar wat iedereen al ver voor de verkiezingen vreesde – namelijk dat het formeren van een nieuwe ploeg lastig zou worden – is volledig waar gebleken. Drie maanden na de verkiezingen weten wij nog niet wie onze minister van onderwijs wordt.

Op de terugreis vanuit Frankrijk kreeg ik in België een ongemakkelijk gevoel. Daar hoorde ik op de autoradio dat de formatiebesprekingen in werkelijkheid een verkapt experiment inhouden om te bezien of een land het ook zonder regering kan, en … dat dit experiment in het geheim naar Nederland is uitgebreid.

Maar goed, de scholen zijn weer begonnen, en overal op de werkvloer duiken terechte vragen op. Vragen over bezuinigen, over ambities, over onderwijsinvesteringen. Wat betekenen die onderhandelingen nu voor mijn school, voor mijn leerlingen en voor mijn huishoudboekje?

Vorige week overhandigde een rector mij een overzicht van allerlei wensen die politici op ons bord hebben gelegd: meer reken- en taallessen, meer bèta-programma’s voor meisjes, meer aandacht voor zorgleerlingen, meer aandacht voor leerlingen met een beperking, meer doen aan burgerschap en tolerantie, meer begeleiding en minder lesuitval. Maar daartegenover lees ik, zo zei hij mij, alleen maar over bezuinigingen, over nog meer regels, nog meer verantwoording, over gedoe over een borg voor boeken, over de nullijn. En dan ook nog de functiemix.

Wat moet ik daar nou mee, Sjoerd? En die rector vervolgde: wat zijn die verkiezingsbeloften eigenlijk waard? Wat kunnen we met onze investeringsplannen? Is er eigenlijk bij ons wel iets te halen? De jaarrekening van mijn school laat een flink tekort zien.

Zo zie je dat politici en burgers vaak verschillen in hun oplossing voor problemen, maar toch lijken we het over één ding eens te zijn: het zal allemaal wat minder moeten. Je hoeft maar even over de grens te kijken om de ernst van de huidige crisis te zien: in Engeland zijn de lerarensalarissen voor jaren bevroren, in Ierland en Portugal zelfs met 10% verlaagd. En in eigen land bezuinigen gemeenten op het zorgaanbod en gaan pensioenfondsen korten. Het wordt ernst.

Besturen is niet gemakkelijk. Zeker niet als je geconfronteerd wordt met moeilijke keuzes en tegenstrijdige belangen. Maar toch gaat Den Haag kiezen. En bij die keuze gaat het dus om de vraag: wie gaan we pijn doen? En vaak wordt dan naar een gemakkelijke prooi gekeken en ook naar de electorale gevolgen.

De Nederlandse taal kent overigens sinds kort een nieuw woord: keuzestress. Als je in de supermarkt een toetje wilt, moet je kiezen uit mager, mild, halfvol, light, vol, biologisch, en er zijn 135 soorten thee. Toch schijnen we kiezen helemaal niet zo leuk te vinden. We hebben er vooraf een hoop zorgen over, en achteraf geregeld spijt van. Had ik nou toch maar……

Laten we hopen dat dit straks niet gaat gelden voor de keuzes die het kabinet maakt. Goedkoop is vaak duurkoop. Rinnooy Kan zei ooit: als je denkt dat kennis duur is, weet je niet wat domheid kost.

Ook wij als sector moeten kiezen. Keuzestress of niet, werken in het onderwijs betekent voortdurend kiezen. Geconfronteerd met de opdracht om jongeren voor te bereiden op het leven maken we keuzes die bepalend zijn voor de rest van hun leven. De bagage die wij meegeven, moet hen een leven lang vooruit helpen.

Wij hebben zo’n proces van kiezen het afgelopen jaar intensief doorgemaakt. Samen, in talloze bijeenkomsten, hebben we gesproken over onze investeringsagenda, over extra maatwerktrajecten, over excellentieprogramma’s, extra reken- en taallessen, zomerscholen en professionalisering. Hoe geven we vorm aan onze maatschappelijke opdracht, doen we allemaal mee met Vensters voor Verantwoording, met ons Innovatieproject?

Die gesprekken staan nog scherp op mijn netvlies, we voelden – ook in onze ALV – dat het geen gemakkelijke vragen waren en dat er al helemaal geen gemakkelijke antwoorden zijn. We moesten elkaar overtuigen, soms overhalen, soms onder druk zetten (en dat doen onderwijsmensen dan toch weer heel keurig) maar uiteindelijk hebben we gekozen, met een overtuigende saamhorigheid.

Ik verwacht dat al bij deze Miljoenennota ook wij pijn moeten lijden. Maar voor ons geldt dan één vraag en dat is tegelijkertijd een opdracht: hoe blijven wij pal staan voor de kwaliteit van ons onderwijs? Want daar hebben wij het afgelopen jaar voor gekozen.

Hoe maken we waar dat jongeren recht hebben op het allerbeste onderwijs en dat investeren in onderwijs betekent investeren in de toekomst?

Want Nederland heeft komende jaren alle talenten nodig. Wij moeten een nieuw kabinet dus laten zien dat het voor maximalisatie van talent bij ons moet zijn.

Om recht te doen aan die grootse opdracht moeten we bereid zijn onophoudelijk te argumenteren, te debatteren en, als het nodig is, te vechten.

Ik zal niet ophouden duidelijk te maken dat bezuinigen op onderwijs gelijk staat aan gaten schieten in het vlot waarop je drijft.

Pal staan voor leerlingen, daar zijn prachtige voorbeelden van. Voor de vakantie bezocht ik een school met een heel nieuw onderwijsconcept voor zorgleerlingen. Ik bezocht teams, sprak met docenten en kreeg vragen. Vragen om steun voor meer regelruimte, extra middelen, alternatieve leerroutes en teambekostiging. Allemaal thema’s uit onze investeringsagenda.

Samen met een leerling moest ik een taart bakken. Ik vroeg hem wat hij daar nou van vond om mij te moeten helpen (u begrijpt dat ik niet alles direct goed deed).

Hij gaf als antwoord: meneer, sinds ik hier op school zit, heb ik heel andere vrienden, ik praat nu ook met gewone mensen, ik praat zelfs al een kwartier met u. Ik durf gewoon weer de straat op. Dat is inderdaad onze kernopdracht: leerlingen moed geven om hun toekomst vol vertrouwen tegemoet te zien. Toen ik naar huis reed, wist ik weer waar ik het allemaal voor deed. En volgens mijn collega’s op kantoor was de taart heerlijk.

Voorbeelden die laten zien dat scholen denken in kansen voor leerlingen en bereid zijn daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Dat is leiderschap tonen en het doet goed om te zien hoe het elkaar aanspreken energie geeft en aanstekelijk werkt.

Leiderschap, ik gaf het een half jaar geleden al aan, raakt aan veel dingen.

Leiderschap gaat dus allereerst over kiezen, over een standpunt innemen en daar bij blijven.

Twee voorbeelden

30.000 leerlingen in het praktijkonderwijs halen geen diploma maar krijgen bijna allemaal wel een baan. Als de overheid de verblijfsduur beperkt en leerlingen tussen de wal en het schip dreigen te vallen, zoeken directeuren net zolang naar alternatieve oplossingen totdat de leerlingen toch weer een baan hebben. Zelfs als ze daarvoor de wet even aan de kant moeten zetten.

Een schoolbestuur zet, ondanks intern verzet en ondanks financiële tegenvallers, een vernieuwingsproject door en bouwt de school af omdat leerlingen al te lang in noodgebouwen moeten zitten en te lang met oud-leermateriaal werken. Ik sprak de docenten en leerlingen: ze stonden bol van de motivatie en verzekerden mij: dit gaat slagen.

Leiders zien kansen en bieden kansen.

Leiders gaan voorop, geven hoop en zijn toekomstgericht.

Leiders realiseren zich dat de toekomst niet van hen is, maar van onze kinderen en kleinkinderen en ze zijn trots op hun rol als inrichter van de 21e eeuw.

Leiders kunnen zich geen keuzestress veroorloven. Kunnen niet terugvallen op oud gedrag.

Leiderschap veronderstelt standvastigheid. Standvastigheid, samen met moed, één van de kardinale deugden uit de oudheid. Ze zijn vandaag meer waard dan ooit.

Ik kijk u bij dit verhaal recht in de ogen. Want u vervult die leidersrol in ons onderwijs. Ja, ik heb het over u.

Stoere taal, inderdaad. En wat als de overheid niet wil investeren, bezuinigt en ons klem zet? Wat staat ons dan te doen als scholen, wat wordt dan onze rol als sector?

Nederlandse scholen verkeren gelukkig in de relatief gunstige omstandigheden dat bestuurders over een grote mate van regelvrijheid beschikken. De overheid gaat over het ‘Wat’ en de scholen gaan over het ‘Hoe’. Scholen beslissen zelf hoe succesvol zij willen zijn.

Schoolbestuurders hoeven veel minder rekening te houden met politieke grillen van kiezers. Ze maken op basis van een toekomstvisie keuzes en kunnen ouders bij dat keuzeproces betrekken. Ze hoeven niet bij voorbaat te schipperen of hun visie te presenteren als de optelsom van verschillende opvattingen.

Dit biedt kansen voor ons om vast te houden aan onze ideeën en dromen. Cruciaal, omdat scholen in belangrijke mate bijdragen aan de inrichting van deze samenleving. Schoolleiders en docenten leiden een generatie op die straks de opdracht krijgt deze aarde niet alleen draaiend en welvarend te houden, maar ook duurzaam en leefbaar.

Dat snappen ze goed in Singapore. Daar bespreekt het kabinet een regeerakkoord eerst met de schoolbestuurders. Zijn we het erover eens dat dit het soort samenleving is dat willen en dat we daar deze burgers en kenniswerkers voor nodig hebben.

Voor zo’n morele opdracht kun je niet wegduiken. Oog in oog met de leerling zal de eerste vraag moeten blijven: wat kan ik voor deze leerling doen? Ook in een tijd waarin de overheid meer vraagt dan dat zij geeft. Het is zo makkelijk om die overheid als schuldige aan te wijzen en zo weg te lopen van onze eigen verantwoordelijkheid.

Maar wat betekent dat concreet, Sjoerd, mogen jullie me nu vragen.

Allereerst moeten we de politiek standvastig aan gedane beloftes houden. In crisistijden vragen om efficiëntie en doelmatigheid is terecht. Maar dat mag nooit ten koste gaan van onze Investeringsagenda die vol staat met concrete voorstellen om te komen tot meer excellentie, meer talentontwikkeling en hogere leeropbrengsten.

Daarom hierbij een oproep aan een nieuw kabinet:

I Maak ernst met de roep om efficiënter te werken en hevel 100 miljoen aan het zo verdiende geld over naar onze Investeringsagenda. De opbrengst daarvan betaalt zich dubbel en dwars uit in hogere leeropbrengsten, meer diploma’s en meer talenten voor onze kenniseconomie en een hogere PISA-ranking.

II Maak inderdaad ernst met plannen voor minder bureaucratie, het afschaffen van overbodige regelgeving en minder administratieve rompslomp. Het leidt niet alleen tot een forse kostenbesparing, het biedt scholen de broodnodige ruimte om te komen tot maatwerk voor leerlingen en maximalisatie van talent.

III Blijf ver weg van allerlei vormen van symboolpolitiek zoals een fusieprikkel die in plaats van kleinschaligheid te bevorderen, juist tot leegstand of fusie zal leiden.

Eigenlijk heb ik maar één boodschap, dat hebt u al lang begrepen: maak - slim - gebruik van de grote bereidheid van bestuurders en schoolleiders om pal staan voor de kwaliteit van onderwijs. Neem onze plannen serieus, sluit een deal en maak harde afspraken over geld. Dit komt niet alleen de Nederlandse economie ten goede, het biedt de beste garantie voor kwalitatief en toekomstbestendig onderwijs.

Tot slot nog iets over de politieke situatie. Ik blijf per slot van rekening docent.

Als we zo eens rondkijken in de wereld van de democratieën zien we dat deze wereldwijd nog altijd in aantal toenemen. Ondanks het feit dat Plato de democratie als de op een na slechtste staatsvorm aanmerkte, zien miljoenen mensen het als een vorm van rechtvaardig bestuur.

Maar we zien ook hoe democratische landen als Nederland en België er maar niet in slagen een stabiel kabinet te vormen. Onze democratie is namelijk verworden tot een belangendemocratie. De een verdedigt de belangen van gezinnen en bejaarden, de ander die van sociale huurders en ambtenaren en weer een ander die van huizenbezitters. Onderzoeksbureaus brengen haarscherp in beeld wat ´er leeft´ onder kiezersgroepen en partijen passen daar vol angst hun programma op aan.

Zo’n manier van politiek bedrijven levert geen zelfbewuste leiders op die op basis van een duurzame toekomstvisie gedurfde keuzes maken en ook eens een neen durven verkopen aan verwende burgers. Eigenlijk zouden leiders moeten regeren met een houding en instelling, zonder al aan de volgende verkiezingen te denken. Misschien wel de belangrijkste voorwaarde om te komen tot een stabiele toekomstvisie.

Ondertussen gaat het formatieproces nog altijd vrolijk verder.

Maar wij hoeven daar niet op te wachten. Wij hebben immers onze keuzes al heel principieel gemaakt. Wij gaan vandaag en morgen en overmorgen door met onze opdracht: jongeren voor gaan, voorbereiden en toe leiden naar die nieuwe, complexe en uitdagende samenleving. Door aan die idealen vast te houden demonstreren we leiderschap. Een crisis kan dus ook binden.

Beste collega’s, wij laten ons niet uitspelen, wij bestuurders, wij schoolleiders hebben immers een voorbeeldfunctie. En dat laten we zien.

Ik wens u allen een heel goed schooljaar toe!