Sjoerd Slagter op VO-congres 2009
Toespraak van Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad, in Nieuwegein.
NB: Alleen het gesproken woord geldt.
We leven in een uiterst dynamische samenleving met voortdurend wisselende vragen en problemen, en met veeleisende afnemers. Burgerschapsvorming, een sluitend onderwijsaanbod, het tegengaan van segregatie: het zijn voorbeelden van taken die de afgelopen jaren aan het onderwijs zijn toebedacht. Actueel is de hernieuwde aandacht voor rekenen en taal. Hoe kunnen scholen het best omgaan met deze veelheid aan maatschappelijke verwachtingen?
Bestuurders, schoolleiders, docenten zullen zelf moeten bepalen wat zij tot hun maatschappelijke opdracht rekenen. Zij moeten zich bewust zijn van hun rol als deskundige begrenzer van de ruimte waarbinnen de school zijn taken naar behoren kan uitvoeren. De schoolleider als poortwachter, die grensoverschrijdingen voorkomt en de kerntaak van het onderwijs bewaakt.
Die rol moet worden erkend door alle betrokkenen. Ook door de overheid.
De kern van onze maatschappelijke opdracht bestaat hierin dat wij ‘ja’ zeggen tegen deze poortwachterfunctie. Dat wij in samenwerking met andere partners garant staan voor de kwaliteit van de dienstverlening. Want zelfregulering is geen abstract proces, maar vindt plaats in de concrete schoolpraktijk van alle-dag.
Zo leveren we niet alleen een belangrijke bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van ons onderwijs, maar laten we tevens zien hoe we kunnen ontsnappen aan de cultuur van geformaliseerd wantrouwen, die onze sector helaas nog steeds kenmerkt.
De doorgeschoten controle op effectiviteit en efficiëntie tast de innerlijke zin van het werk aan. Scholen moeten zich verantwoorden voor hun reken- en taal-onderwijs, voor hun leerprestaties, hun veiligheidsbeleid en het verschil tussen school- en centraal examen. Het tellen van uren lijkt belangrijker dan het leveren van kwaliteit. Het scoren met functiepercentages wordt verward met goed personeelsbeleid, gegoochel met cijfers over onderwijskwaliteit. Door deze afrekencultuur dreigt de ziel uit het onderwijs te verdwijnen.
Misschien verwachten we teveel van politici, die nu eenmaal vooral geïnteresseerd zijn in het korte termijn gewin en die nauwelijks willen investeren in structurele oplossingen. Heel veel Kamervragen gaan over het onderwijs, maar ze raken zelden de kern van onderwijskwaliteit.
Veel scholen worstelen met hun nieuwe rol van maatschappelijke dienstverlener. Scholen hebben meer bevoegdheden gekregen, maar dat betekent niet dat we vrijer of autonomer zijn geworden. Wij hebben de afhankelijkheid van de overheid ingeruild voor een zelf gekozen afhankelijkheid van maatschappelijke partners: ouders, leerlingen, lokale overheden, welzijnsinstellingen . Deze partners zijn zeker niet minder kritisch, maar hopelijk wel minder bureaucratisch.
Kortom: wij zullen het als sector zelf moeten waarmaken. Wij moeten laten zien dat we - op onze schooleigen wijze - recht doen aan het convenant LeerKracht. Wij moeten laten zien dat er met meer schoolbeleid minder CAO-regels nodig zijn. Wij moeten ons onderwijs zo organiseren dat leerlingen de lestijd krijgen die ze nodig hebben. Dat ouders zich zo betrokken voelen, dat ze niet langer in Den Haag gaan klagen. Wij moeten de scheiding tussen bestuur en toezicht snel en goed regelen. Wij moeten leerlingen kansen bieden door een veel soepeler overstap van PO naar VO. Wij moeten maatschappelijke voorhoedes en smaakmakers aan onze scholen binden.
Dan dwingen we resultaten af. Resultaten zoals de totstandkoming van onze sectoragenda, die model staat voor hoe een zelfbewuste sector zich legitimeert. De indringende geluiden van ouders en andere direct betrokkenen, geuit in zorgen over het lees- en rekenniveau, over het bestaan van zeer zwakke scholen, over de professionaliteit van docenten. Deze geluiden waren niet aan dovemansoren gericht, maar resulteerden in afspraken die wij als sector in onze ALV hebben vastgesteld. Die afspraken bleken vervolgens goed voor 200 miljoen verhoging van onze lumpsumbekostiging. Een succesvolle decentralisatie, zonder regelzucht en met een transparante verantwoording in ons jaarverslag.
In het project Vensters Voor Verantwoording maken we ernst met de legitimering van scholen. Aan de hand van indicatoren geven scholen inzicht in de kwaliteit van hun dienstverlening en het handelen van hun professionals. Zo brengen we een dialoog op gang.
Met de instelling van de Maatschappelijke Raad liepen we vooruit op de oproep van de Onderwijsraad om ons als onderwijs te verbinden met de samenleving. In de visie van de Onderwijsraad is het nodig dat maatschappelijke voorhoedes en smaakmakers zich meer interesseren voor en identificeren met het onderwijs. Wij zijn er trots op dat wij al zo’n zichtbare verbinding met de samenleving tot stand hebben gebracht. Dat een van de leden van die raad - Agnes Jongerius - ons straks zal toespreken en dat andere leden op dit congres aanwezig zijn.
Als wij onze maatschappelijke opdracht aldus waarmaken, zit er voor de overheid niets anders op haar houding bij te stellen. Daarom zullen we ons krachtig verzetten tegen een rigide handhaving van de urennorm zonder een adequate bekostiging. Daarom zullen we ons krachtig verzetten tegen een interventiepirami-de van de inspectie, die indruist tegen verantwoordelijkheden die bij de school horen. We zullen protest aantekenen tegen de Wet op de Zorgplicht en de Wet op Goed Bestuur, die het eigen schoolbeleid inperken. We gaan niet mee met een fusietoets die de taak van het bevoegd gezag uitholt.
Het voortgezet onderwijs heeft in de afgelopen jaren kansen gekregen en kansen gecreëerd. Wij zijn klaar om te investeren in reken- en taalonderwijs, in opleidingsscholen, in nieuwe arbeidsvoorwaarden. Onze kwaliteitsagenda levert een krachtige impuls aan het optimaliseren van leerprestaties.
Natuurlijk waren we niet overal blij mee. De gratis schoolboeken bleken alles behalve gratis voor scholen. De invoering van het Convent Leerkracht vraagt veel van scholen en de bekostiging is nog altijd niet op orde. Maar per saldo overheerst het gewicht van de stappen voorwaarts.
Als sector trekken we steeds zelfbewuster op. Bij het innemen van standpunten en het leveren van kritisch commentaar blijft het essentieel dat te doen vanuit een gesloten VO-front en met zoveel mogelijk allianties van ouders, docenten en leerlingen. Hier organiseren we de tegenspraak, hier bevragen we elkaar kritisch en hier uiten we ons ongenoegen en dragen we verbeteringen en vervolgstappen aan.
Dat is precies de reden waarom er een schoolleiderplatform is opgericht, dat ook dat geluid luid en krachtig zal laten horen. En daarom werken we nauw samen met de PO-raad en de AVS om de belangen van leerlingen nog beter te dienen. We willen samen voorkomen dat kinderen last hebben van breuklijnen die wij creëren. Zo zijn wij naar buiten toe één rijkgeschakeerd, pluriform én verenigd PO-enVO-veld. Zo laten we als brede onderwijssector zien dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus nemen.
Deze crisis biedt ook kansen. De samenleving verwacht onverminderd veel van het onderwijs. Wij leveren de kenniswerkers voor morgen. Het is aan ons om deze kansen te benutten, door nog nadrukkelijker uit te dragen wat wij doen op het terrein van scholing, opleiding en professionalisering.
Het Kabinet kent inmiddels onze plannen om de crisis te lijf te gaan:
- Maak middelen vrij om jongeren nog beter op te leiden door hen langer in onze scholen te houden;
- Regel bekostiging om van gedwongen uitstromers gewenste zij-instromers te maken; onze opleidingsscholen, samen met hun satellieten, zijn hier uitstekend voor ingericht.
Ik zie mogelijkheden om scholen een overbruggingssubsidie aan te bieden voor het aannemen van meer tijdelijk personeel. Dit draagt bij aan verdere professionalisering van onze sector en bereidt ons voor op de toekomstige grote uitstroom van docenten. Door nu te investeren in de bouw van scholen creëren we kennisrijke leeromgevingen voor morgen.
Zo willen wij laten zien dat we als sector onze maatschappelijke opdracht serieus nemen. In het volbrengen van deze opdracht schuilt onze kracht en daarvoor zal ik me blijven inzetten. Daaraan mag u ons houden en daarop mag u mij aanspreken.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs