X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Toespraken

VO-congres

22 maart 2007

De huidige samenleving is uiterst kritisch op historische instituties als het onderwijs. Leveren ze nog wel waar voor hun geld, doen ze de goede dingen en doen ze die goed? We moeten steeds vaker over hoe langer hoe meer zaken verantwoording afleggen. Dat schoolbesturen scholen besturen was heel lang vanzelfsprekend. Schoolleiders en docenten spraken met gezag en dat werd erkend.

En ineens ontdekken wij dat dit niet meer werkt, we merken dat we autoriteit niet langer intern verdienen, niet meer via een Raad van Toezicht, een benoemingsprocedure of een diploma. Onze legitimiteit verwerven we tegenwoordig via de waardering van de samenleving, de gebruiker, de ouders. En dat is niet alleen wennen, we merken ook dat we zo’n nieuwe deskundigheid, zo’n nieuwe houding niet zomaar in huis hebben.

We hebben iets nieuws nodig, een actieve responsiviteit. We zullen signalen van gebruikers sneller moeten oppikken. Luisteren naar wat ouders wel en - gewoon - niet meer acceptabel vinden, gevoel ontwikkelen voor wat we maatschappelijk nog wel en niet meer kunnen beïnvloeden, en daar naar handelen, ook al weten we het zelf beter. We moeten signalen van buiten, oppakken als opdrachten voor binnen, als opdrachten waar onze bestaansgrond mee gemoeid is.

Verbinden
Als school moet je dat zichtbaar maken. Herkenbaar voor de buitenwacht en identificeerbaar voor de mensen binnen. Dat is verbinden. Oog hebben voor wensen, eisen, verwachtingen van de samenleving, én oog voor de medewerker, de docent die zijn hart, zijn trots, zijn beroepseer in de uitvoering kan leggen. Een opdracht voor besturen en schoolleiders, een uitdaging voor de professional. Dat is óók onze verbindingsopdracht. Het regeerakkoord spreekt van Burgers, Maatschappelijke organisaties en overheid die samen moeten werken aan vertrouwen en respect. Dat is dus een opdracht voor alle partijen.

De rol van de overheid is, onder invloed van een complexe en dynamische samenleving bescheidener geworden. Zelfbewuste burgers eisen rechten op, ouders willen onderwijsgaranties, leerlingen spreken over leerrechten, dat regel je allemaal niet vanuit Den Haag. Beleid, ook onderwijsbeleid, is de resultante van lange en complexe processen waar veel actoren aan deelnemen: ouders, besturen, schoolleiders, medewerkers, leerlingen. Ook de overheid is partij in dit proces. Soms hebben partijen een eigen belang, veel vaker zijn het partners verbonden aan die ene onderwijsopdracht: goed onderwijs voor jongeren.

Daarbij past niet een overheid, een minister die met gezag en dwang bindende inhoudelijke normen vaststelt. Zeker, we erkennen de kaderstellende taak van de overheid. Maar naast doelmatigheid en deugdelijkheid, gaat het ook om haalbaarheid en effectiviteit.
Normen, zoals de onderwijstijdnorm komen dan ook tot stand in een complexe ontmoeting tussen overheid en samenleving. Ze zijn het resultaat van top-down én bottom-up ontwikkelingen. Alle partijen doen daarin mee. Een overheid die kaders geeft en kwaliteit eist, besturen en schoolleiders die keuzes maken en zich verantwoorden, medewerkers die als professionals onderwijskundige invulling geven. Normen die zo tot stand komen behoeven niet te worden afgedwongen.

Normatieve professionalisering
Daarom roep ik de minster en de staatssecretarissen op: luister naar het hele veld. Praat met docenten én schoolleiders. Je hebt ze beide nodig. De werkelijkheid regel je niet per wet. Alle partijen zijn immers onderschikt aan de ene opdracht: de vorming van jongeren en de vormgeving van de 21e eeuw. Scholen hebben te maken met een veelheid van eisen, verlangens, visies en opvattingen, zozeer dat deze particuliere overtuigingen overstijgen. De school bepaalt de doelen en maakt keuzen op het gebied van waarden, pedagogiek en lifestyle. Dat vereist een nieuw soort professionaliteit, met veel aandacht voor het evenwicht tussen al die verschillende groepen en spelers.

We noemen dit wel de normatieve professionalisering. Zo’n nieuwe normatieve professionaliteit is gericht op de kleur en het eigene van de school en verwijst naar normen die verbonden zijn met specifieke kennis en deskundigheid. Professionals in de school hebben aandacht voor eisen van buiten en ze hebben aandacht voor de specifieke eisen van hun beroep. Professionals in onze scholen moeten volop de kans krijgen hun persoon te verbinden met hun vak en hun deskundigheid. Zo biedt normatieve professionaliteit tegenwicht aan al te bedrijfsmatige managementmodellen. Normatieve professionaliteit vestigt de aandacht niet alleen op cognitieve kennis, maar verwijst vooral naar de ervaringskennis van betrokken medewerkers. Dé manier om de docent zijn trots en beroepseer terug te geven.

Gezamenlijke beleidsagenda
Ik heb iets gezegd over de ambitie van het VO-veld. Die ambitie moeten we verbinden met de missie van het nieuwe kabinet, met die van Ronald Plasterk en Marja van Bijsterveldt. Samen investeren in innovatie, samen de schooluitval halveren, discriminatie bestijden, het aanzien van de leraar opkrikken. Het ambitieniveau moet omhoog. Ruim baan voor (de) excellentie.

Het regeerakkoord biedt veel aanknopingspunten voor zo’n gezamenlijke beleidsagenda. Het nieuwe kabinet neemt de tijd voor overleg met het maatschappelijke middenveld. Deze ministersploeg pleit voor een overheid als bondgenoot, een overheid die betrouwbaar wil zijn, die samen met burgers aan oplossingen werkt, een overheid die ruimte wil laten, ‘bestuurlijke drukte’ wil verminderen en niet (meer) gelooft in blauwdrukken en van bovenaf opgelegde vernieuwingen. Kortom: een overheid die vertrouwen geeft en ruimte laat. Daar willen wij ons, als voortgezet onderwijs, wel mee verbinden.

In de onderwijsparagraaf van het regeerakkoord noemt het kabinet een groot aantal concrete doelen. Een breed samengestelde commissie moet daarvoor bouwstenen aanleveren. De VO-raad is klaar om deze ‘bouwstenen’ te leveren. Wij willen graag afspraken maken over onderwijs in een herkenbare, menselijke maat. Wij houden vast aan examens met een kwaliteitsstempel. Wij maken werk van het bestrijden van de uitval. Wij investeren in de deskundigheid van medewerkers, het loopbaanperspectief van docenten en maatwerk voor leerlingen. Wij willen de werkdruk verminderen en de kwaliteit verhogen.
De VO-raad wil zich graag verbinden met deze kabinetsdoelstellingen en zo vorm geven aan een nieuwe vertrouwensbasis. De staatssecretaris kan op ons rekenen.

Wel zullen wij de staatssecretaris, het kabinet, de Tweede Kamer houden aan hun verkiezingsbeloften: investeer in onderwijs, geef ruimte aan professionals, doe recht aan de (verdiende) zelfstandigheid voor scholen.

Vertrouwen, verbinden, verantwoorden
Echter, een overheid die geeft en dan weer terugpakt, is onbetrouwbaar. Vorige kabinetten hebben juist samenwerking in het onderwijs gestimuleerd, Brede schoolgemeenschappen beloond. En dan - bij even een andere politiek wind - pak je alles weer terug en straf je scholen die zich netjes aan de regels hielden. Ik ben geschrokken van die platte bezuiniging van 84 miljoen uit het regeerakkoord, met als consequentie zo’n 1500 docenten op straat. Dus straks nog veel meer de straat op. Zo los je het lerarentekort wel heel snel op.

Maar zo bouw je niet aan vertrouwen. Vertrouwen komt van beide kanten. Ik vraag, namens alle VO-scholen, Ronald Plasterk en Marja van Bijsterveldt maar één ding: houd u aan uw verkiezingsbeloften. Gedraagt u zich als een betrouwbare overheid. Investeer! Wij, het veld, de scholen investeren mee. Wij maken afspraken over resultaten, de lesuitval gaat terug, we leveren kwaliteit en we leggen verantwoording af.

U mag mij als voorzitter aanspreken op het veelvuldig herhalen en uitdragen van deze boodschap: overheid, minister, Tweede Kamer laat ruimte aan de sector, zorg voor werkbare kaders, schenk vertrouwen en zorg voor voldoende financiering. Maak onze sector weer concurrerend. Ik zal blijven hameren op haalbare normen, ik blijf pleiten voor ruimte en tijd om zaken af te maken, ik roep op tot een betrokken dialoog en ik zal me blijven verzetten tegen platte bezuinigen, achtergebleven bekostiging en ondeugdelijke rekensommetjes.

Uw sector, mijn sector, onze sector, 120.000 medewerkers, één miljoen leerlingen. Dat is wat ons hier verbindt. Eén gemeenschappelijke opdracht. Daar mogen we elkaar op aanspreken. Dat mag u doen en dat zal ik doen.