X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Actueel > Weeklog Sjoerd Slagter

Weeklog Sjoerd Slagter

Sjoerd Slagter, de voorzitter van VO-raad, blikt terug op afspraken en ontmoetingen van de afgelopen week. De weeklog verschijnt niet in de schoolvakanties.

Wetenschap en onderwijs zijn onlosmakelijk verbonden

Afgelopen week stond volledig in het teken van de gemeenteraadverkiezingen. Zelfs op de ministeries hielden ze even hun adem in. De bewindslieden waren, net als de meeste Tweede Kamerleden, op verkiezingstournee en de ambtenaren zijn in afwachting van wat straks wel of niet controversieel verklaard wordt.

Na een reeks van verkiezingsdebatten, voortdurend kibbelende fractievoorzitters en sombere voorspellingen over coalitievorming was het even heel iets anders om te gast te zijn bij de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen), en te spreken over de toekomst van de wetenschap en de rol van de KNAW. Een gesprek met hooggeleerde dames en heren. Het was een verademing weer eens een avond genuanceerd te mogen discussiëren, argumenten zorgvuldig uit te kunnen wisselen en niet ieder gesprek te hoeven afsluiten met een oneliner.

Een van de centrale vragen die avond was hoe de Akademie verbonden blijft met de samenleving. De leden zijn zich ervan bewust dat ze meer naar buiten moeten treden en willen af van het imago dat wetenschap in ivoren torens bedreven wordt. Wat dat betreft kiest de president, Robbert Dijkgraaf, voor een heel duidelijke lijn naar buiten. Met vaste optredens in 'De Wereld Draait Door' en 'De Nationale Wetenschapsquiz' zorgt hij ervoor dat een breed publiek kennis maakt met wetenschap en allerlei wetenschappelijk onderzoek.

Ik pleitte in de discussie voor een veel grotere betrokkenheid van wetenschappers bij het voortgezet onderwijs. De laatste jaren is de band tussen universiteit en school er niet beter op geworden. Veel docenten missen het contact met de wetenschap en de uitwisseling van kennis. En wat ze misschien nog wel het meest missen is de inspiratie die ze tijdens hun contacten met de universiteit opdoen.

Er zijn op dit moment al hele goede relaties tussen scholen en universiteiten, maar deze zijn vaak afhankelijk van persoonlijke initiatieven of toevallige contacten. De verbinding zou veel meer een regulier karakter moeten hebben. Mijn oproep om werk te maken van regulier contact tussen school en universiteit vond gehoor, toen ik wees op het feit dat scholen steeds vaker geconfronteerd worden met complexe maatschappelijke vragen, en dat ze bij het analyseren daarvan de hulp van de wetenschap goed kunnen gebruiken.

In haar recente toekomstvisie 'EU2020' onderstreept de Europese Commissie de grote rol van het onderwijs en de plaats ervan in het hart van een Europa van kennis en innovatie. De commissie noemt geletterdheid als een van de belangrijkste uitdagingen van de toekomst. Juist rond zo’n thema kunnen contacten tussen de KNAW en het voortgezet onderwijs van groot belang blijken.

We gingen huiswaarts met de afspraak op korte termijn ontmoetingen te organiseren tussen schoolleiders, docenten en leden van de KNAW. De wetenschap zal van zich laten horen en het onderwijs zal het weten.

Schoolwerk is teamwerk

De week van 22 t/m 26 februari

Vanaf vandaag zit voor heel Nederland de voorjaarsvakantie er weer op. De agenda loopt dan ook snel vol en de files zullen weer ouderwets lang zijn. Voor veel collega’s was de Haagse politiek een week lang ver weg. Terug in school zullen ze snel merken dat de verkiezingsstrijd volop is losgebarsten. Dat betekent dat belangrijke onderwijsthema’s naar de achtergrond verschuiven, omdat politici nu vooral willen scoren. Dat merkte ik afgelopen week tijdens een radio-uitzending met Femke Halsema.

Het thema was ‘Onderwijsbestuurders zitten de docent in de weg’. Het was geen gemakkelijk debat. Alle stereotypen over bestuurders kwamen langs: ze staan ver af van de docent, hebben geen idee van wat er in school speelt, verdienen buitensporig veel en investeren in interims. Het valt niet mee in zo’n gesprek terug te keren naar de schoolpraktijk. Bepaalde antwoorden wil men liever niet horen. Bijvoorbeeld dat 90 % van alle VO-bestuurders zelf voor de klas heeft gestaan, dat velen dagelijks met docenten werken, vaak en graag in de school komen.

Uit mijn tijd in Zwolle bewaar ik goede herinneringen aan mijn contacten met docenten. Bij belangrijke onderwijskundige keuzes over bijvoorbeeld ICT-projecten, de aanschaf van laptops, de inrichting van leerpleinen of nieuwbouw waren docenten mijn eerste gesprekspartners. In de lange bouw- en implementatietrajecten waren dit juist de boeiendste gesprekken, omdat ze over het vak en de leerling gingen, en niet over de procedures, de aanbesteding of de financiën.

Uit gesprekken die ik in mijn huidige functie met docenten en schoolleiders voer, leer ik dat wanneer docenten zelf het initiatief nemen en met concrete plannen komen, er veel kan. Eigenlijk moet je vaststellen dat alle grote innovaties van dit moment - digitalisering, e-learning, leergebieden, intersectorale programma’s - geïnitieerd en uitgevoerd worden door docenten. Zo heeft het Innovatieplatform VO (samen met Wikiwijs) maar één doel: docenten optimaal faciliteren, opdat zij zelf hun curriculum gaan inrichten en hun eigen lessen gaan ontwerpen.

In het bewuste radio-interview kwam ook de roep langs om de lumpsum terug te draaien en fusies te verbieden. Een luisteraar (een docent) meldde in de uitzending dat zijn school ging fuseren met een groot schoolbestuur en wat wij daar nu van vonden. Reacties waren voorspelbaar. Ik vroeg de docent waarom zijn school aansluiting zocht bij zo’n groot bestuur. Het antwoord was even voorspelbaar: de school redde het niet; terugloop van leerlingen en onvoldoende middelen om te investeren. Medewerkers vreesden zelfs voor hun baan.

Het valt niet altijd mee om onze boodschap zuiver en helder over het voetlicht te krijgen. Laten we beginnen bij wat wij kunnen doen. We blijven investeren in de positionering van docenten. Dat is niet voor niets één van onze speerpunten. Het blijft de primaire verantwoordelijk van management en bestuur om te investeren in de professionele ruimte voor docenten.

Schoolwerk is teamwerk, met eigen verantwoordelijkheden voor docenten en voor management. Als we er in slagen elkaar optimaal in onze kracht te zetten, krijgen we het beste onderwijs dat er is. Want daar vinden we elkaar telkens weer: optimale ontwikkeling van het talent van jongeren.