Internationale uitwisseling over leiderschap
De week van 21 t/m 25 juni
Na vier dagen Schotland weer terug in Nederland en nog steeds geen uitzicht op een kabinet. Dat doen ze in het Verenigd Koninkrijk toch een stuk sneller. En er zijn meer zaken die de Britten kordaat aanpakken. Ik was in Edinburgh voor de jaarlijkse bijeenkomst van de ICP, de internationale confederatie van schoolleiders. Het thema was, hoe kan het ook anders, leiderschap. In een goed voorbereide en perfect georganiseerde driedaagse kregen de deelnemers (uit zo’n 35 landen) gedemonstreerd hoe Engelsen en Schotten leidinggeven aan scholen.
Dat leiderschap bij de voorbereiding van jongeren op de 21ste eeuw een belangrijk thema is, blijkt onder andere uit de manier waarop schoolleiders in Groot-Brittannië worden opgeleid. Voordat je in aanmerking kunt komen voor de functie van schoolleider moet je een tweejarige (deeltijd)opleiding volgen aan een van de drie instituten die deze opleiding verzorgen. Dit zijn prestigieuze instituten, die jonge schoolleiders een krachtige positie in de school moeten geven.
Anders dan in Nederland ligt het accent van leiderschap hier vooral op het sturen van het pedagogische optreden in de klas. In de Schotse scholen die we bezochten zie je hoe het systeem gericht is op het maximaal laten presteren van leerlingen. Het Schotse kwaliteitszorgsysteem 'How good is my school' richt zich op permanente evaluatie en verbetering van docenten en methoden. Een uitgekiend beoordelingssysteem, met evaluaties van hun leidinggevende én collega’s, stelt docenten in staat om nog meer uit de talenten van jongeren te halen.
In vergelijking met hun collega’s in Nederland hebben Schotse (en Engelse) directeuren veel minder invloed. Zo kunnen ze niet zelfstandig docenten aannemen en is zelfs het aantal leerlingen per klas voorgeschreven. Eigenlijk hebben ze maar één interventie-instrument, en dat is tegelijkertijd hun grootse kracht: ze gaan hun docenten voor in pedagogisch, didactisch en moreel handelen. Zij demonstreren leiderschap. Het is zeer inspirerend om dit te zien en hun docenten daarover te horen vertellen. Tegelijkertijd is dit ook een enorme kans voor Nederlandse schoolleiders. Je hoeft geen (formele) invloed te hebben om toch heel veel voor elkaar te krijgen.
Nederlandse schoolleiders zijn nog altijd sterk bevoordeeld in vergelijking met collega’s in de ons omringende landen. Onze buitenlandse collega’s verwachten dan ook veel van ons: van ons systeem en van onze aanpak. Vooral op het gebied van omgaan met zorgleerlingen en het managen van scholen willen ze graag van ons leren. Op dat gebied hebben we hen ook iets te bieden. Het is niet voor niets dat Nederland in veel internationale commissies een voortrekkersrol speelt.
Op hun beurt zijn onze buitenlandse collega’s bereid hun kennis op het gebied van schoolleiderschap voluit met ons te delen. Dat delen van kennis is precies de waarde van internationale contacten. De lange traditie van Nederland op het gebied van internationale contacten werd aan het slot van de bijeenkomst bevestigd met mijn benoeming tot de European Representative binnen de ICP. Een eer én een erfenis die verplicht.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs