Nieuwe wegen en slimme oplossingen
De week van 8 t/m 12 maart
De week zat vol onverwachte gebeurtenissen en verrassende ontknopingen. Met daar tussendoor nog het afscheid van een groot staatsman. Het politieke speelveld werd flink door elkaar geschud. Niet alleen verdwenen er vertrouwde gezichten, ook de bestaande politieke verhoudingen staan onder druk. Krijgen we straks te maken met een restauratie of wordt het een doorbraak? En wat zijn de gevolgen voor het onderwijs?
Alle politieke partijen zijn druk bezig met hun verkiezingsprogramma. Om daar een goede bijdrage aan te kunnen leveren, heeft een programmacommissie van de VO-raad een onderwijsmanifest geschreven. Met dit manifest in de hand hebben we de programmacommissies van de politieke partijen opgezocht. In persoonlijke gesprekken hebben we onze speerpunten op tafel gelegd. Kernboodschap: het onderwijs kan meer.
Meer op het gebied van talentontwikkeling en het bevorderen van excellentie. Meer voor de zwakkere leerlingen (zie ook het rapport van de Onderwijsraad ‘Vroeg of Laat’). We zijn bereid zelf te investeren en vragen van de overheid vooral beleidsruimte en een stevige eenmalige financiële prikkel. Uit de gesprekken blijkt dat ons plan goed wordt ontvangen. Natuurlijk zijn we ons ervan bewust dat er meer belangengroepen langs komen, maar wij houden partijen aan hun belofte dat onderwijs op de eerste plaats staat.
Woensdag vergaderde de Maatschappelijke Raad. Onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan spraken we over segregatie. Dit thema krijgt momenteel in alle politieke debatten veel aandacht. De belangrijkste vraag: heeft het onderwijs een taak om segregatie tegen te gaan? En zo ja, wat zijn dan onze mogelijkheden?
Het was geen gemakkelijk debat. Alle deelnemers erkenden de ernst van de problematiek. De dreigende tweedeling zorgt voor uitsluiting en doet leerlingen tekort. Dit raakt het onderwijs, met name ook in het licht van onze speerpunten. Tegelijkertijd kennen we de discussie over gedwongen spreiding en weten we hoezeer men hecht aan de keuzevrijheid van ouders.
We zullen het vooral moeten hebben van de initiatieven die scholen zelf al nemen. Speciale programma’s en extra geld om van (met name) vmbo-scholen topscholen te maken. De voorbeelden zijn er: Nijmegen, Venlo, Rotterdam. En als regelgeving noodzakelijk geachte aanpassingen in de weg zit, moet die regelgeving maar wijken.
Het is goed dat zo’n brede maatschappelijke vertegenwoordiging als de Maatschappelijke Raad het voortgezet onderwijs steunt in het zoeken naar antwoorden op al die vragen vanuit de samenleving. Het sterkt scholen in hun keus om voluit te kiezen voor talentontwikkeling, om te blijven zoeken naar nieuwe wegen en slimme oplossingen, desnoods tegen de aard van het stelsel in.
Als straks de politiek zich daarbij aansluit, breken er nog mooie tijden aan.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs