Weeklog Sjoerd Slagter
Dure woorden vragen om duidelijke afspraken
De week van 22 t/m 26 september
Komt er nu wel of niet een CAO voor het voortgezet onderwijs? Deze vraag houdt op dit moment iedereen binnen onze sector bezig. In de afgelopen dagen ben ik nauwelijks met iets anders bezig geweest. Ik heb talloze mensen gesproken, ik heb gezien hoe het de gemoederen verhit en vooral hoe de rekenmodellen en interpretaties je om de oren vliegen. Juist vanwege die grote interpretatieverschillen wordt de cao flink duurder (1 % gaat al gauw over 50 miljoen euro). Het bestuur heeft daarom besloten het onderhandelaarsresultaat niet overhaast voor te leggen, maar eerst maximale helderheid te eisen. Eerst maar eens kijken hoe onze leden dit onderhandelingsresultaat vertalen naar de praktijk van alledag in de school. Ik ben inmiddels door heel veel collega’s bijgepraat, er ligt een helder advies van de Ledenadviesraad en de ledenpeiling laat weinig ruimte voor twijfel. De boodschap luidt unaniem: schep helderheid over de precieze kosten en ga niet akkoord met onbetaalbare interpretaties. Die boodschap is luid en duidelijk binnen gekomen en daar ga ik uitvoering aan geven.
Als we ons tot de feiten beperken, zien we dat er een zeer goed bod ligt: 7 % loonsverhoging voor komende twee jaar plus nog 1 % werkdrukverlaging. Samen dus 8 %. Dat is precies de loonruimte waarover de werkgevers in de onderhandelingen kunnen beschikken. Dit hele bedrag zetten we in. Daarmee realiseren we een bod dat ver uitgaat boven de reeds gesloten CAO’s in andere sectoren. Bovenop de extra gelden van het convenant LeerKracht (docenten krijgen er gemiddeld zo’n 12% bij) nu dus ook een goed loonbod én geld voor werkdrukverlaging. Schoolleiders willen namelijk wel degelijk iets doen aan werkdruk toegesneden op de schoolspecifieke situatie en binnen de afgesproken loonruimte.
Maar, nog voor het onderhandelingsresultaat bij de leden lag, kwamen de verschillende onderhandelaars met heel verschillende lezingen. De AOb-woordvoerder sprak voor radio 1 over 3 % werkdrukverlaging voor iedereen. Op de site van de AOb wordt gemeld dat de lessentaak gaat van 25 naar 23 uur en dat dit geldt voor iedereen. Dan heb je het al gauw over zo’n 3 á 4 %: ruim 150 miljoen. Dat is heel wat meer dan die 1 % die beschikbaar is.
Wat ik niet wil is dat er op iedere school een gevecht uitbreekt over wat dit akkoord nu precies gaat kosten. Dat leidt tot ongewenste spanning en onrust. Daarom heb ik de bonden opgeroepen duidelijkheid te verschaffen over de kosten: 7 % loon en 1 % werkdrukverlaging. Dat is het en dat moet voor iedereen duidelijk zijn. Als we ja zeggen tegen die afspraken, moeten we ook ja zeggen tegen de financiering. Ik werk niet mee aan een cao die het arbeidsmarktprobleem vergroot, die veroorzaakt dat er meer lessen uitvallen of anderszins ten koste gaat van onze leerlingen. Met die 1 % kunnen scholen én iets doen aan de werkdruk én iets doen aan ondersteuning én iets doen aan verlofregels. Daar precies zit ook de spanning in dit akkoord. Werkdrukverlaging is niet voor iedere docent hetzelfde. Werkelijk rekening houden met de wensen van medewerkers betekent altijd maatwerk. Wij zijn bereid daar morgen al afspraken over de maken. Ik hoop dat de bonden snel aan tafel komen.
ICT: Docent blijft sleutel tot succes
De week van 15 t/m 19 september
Jongeren opleiden voor een onbekende toekomst! Dat is een van de doelstellingen van het Innovatie Platform VO dat donderdag gelanceerd werd. Zelfs het RTL Nieuws besteedde er aandacht aan. Zo’n 40 bestuurders en schoolleiders waren donderdag in Utrecht bijeen om de geslaagde aftrap te geven van dit ambitieuze ICT-avontuur: de start van een breed ICT-netwerk
De VO-scholen namen dit initiatief, omdat zíj het moeten doen; scholen moeten het onderwijs aanpassen aan de wensen en eisen van vandaag (de toekomst). Daarom gaan ze op zoek. Op zoek naar nieuwe ideeën om het lerarentekort aan te pakken. Op zoek naar maatwerk voor leerlingen. En op zoek naar een nieuwe rol voor de professional: de leraar als regisseur en arrangeur van leermiddelen. Dat zijn de drie doelen die wij met dit initiatief willen bereiken.
We krijgen daarbij brede steun. Van gerenommeerde ICT-bedrijven als Cap Gemini en IBM, van KennisNet, van OCW en van het Innovatie Platform in de vorm van FES-gelden. Ook de OnderwijsRaad steunt dit initiatief. Op 3 september verscheen juist een advies over leermiddelen. De Onderwijsraad heeft op verzoek van de Tweede Kamer aanbevelingen gedaan over de inzet van ICT in het onderwijs. Ook deze adviezen bepleiten de inzet van open leermiddelen in het onderwijs. Digitalisering van leermiddelen heeft een positieve uitwerking op de kwaliteit van het onderwijs, maar maakt ook het lerarenberoep aantrekkelijker.
Al heel veel docenten ontwikkelen en verzamelen digitaal leermateriaal. Zo werken verscheidene scholen met - vrijgestelde - docenten-arrangeurs: docenten die zelf digitaal lesmateriaal maken (of verzamelen) en daarmee ELO’s (elektronische leeromgevingen) vullen. Daarmee stellen ze dat lesmateriaal ook beschikbaar voor collega’s. Juist deze scholen pleiten hartstochtelijk voor het creëren van vraagmacht: het samenbrengen van al die prachtige initiatieven onder een centrale regie. Dat levert niet alleen in één keer een flinkgevulde databank op, het dwingt bedrijfsleven en uitgevers om veel meer rekening te houden met de wensen en verlangens van scholen. Allemaal voorwaarden voor succes.
Dinsdag voorafgaand aan de start bezocht ik een studiedag op het Ichthus College in Zwolle, één van de mede-initiatiefnemers en één van mijn ‘oude’ scholen. Goed om al die collega’s weer eens te spreken. Thema van de dag was Mediawijs: leraren werden een dag lang bijgepraat over nieuwe internetmedia met exotische namen als Hyves, YouTube en Flickr. De deelnemers werden uitgedaagd zich voor te stellen wat dat nieuwe virtuele universum betekent voor hun leerlingen. Ze debatteerden over hoe hun onderwijs zich daar tegenover zou moeten verhouden. ”Voor deze generatie is internet als zuurstof." hield prof. dr. Wim Veen, hoogleraar Educatie en Technologie aan de TU Delft hen voor. Ze kunnen niet zonder. Dat is misschien wel de grootste uitdaging van dit project: contact houden met de Einsteingeneratie. Een generatie die – volgens velen – slimmer, socialer en flexibeler is dan de oude garde, maar ons desalniettemin hard nodig heeft. We hebben namelijk naast onze ‘gewone’ onderwijstaak óók een pedagogische taak. We mogen ons niet van hun denk- en leefwereld vervreemden. Daarom blijft ondanks al die ICT de docent de werkelijke sleutel tot succes.
Wat is goed onderwijs waard?
De week van 8 t/m 12 september
Afgelopen week maakten we als VO-sector nieuws: 200 miljoen extra voor de scholen, een dreigende ingreep in de examens én een cao-onderhandelaarsakkoord.
Die 200 miljoen is een flinke opsteker voor de sector. We hebben er behoorlijk voor moeten onderhandelen, het dreigde even te verdwijnen in de convenantskoffer van Plasterk, maar nu dan toch voor de tweede keer, structureel geld erbij. We lopen onze achterstand weer - wat - in!
In het licht van onze totale begroting (6 miljard) mag het misschien niet veel voorstellen, ik zie het toch als een mijlpaal voor onze sector. Het is nog niet eerder voorgekomen dat een sector luisterend naar de samenleving zichzelf doelen stelt, vervolgens onderhandelt over het extra geld wat daarvoor nodig is en op basis van die uitkomst een deal sluit met de politiek. Een aanpak die navolging verdient. Scholen laten zien dat ze hun autonomie verdienen, dat ze de bijbehorende verantwoordelijkheid aankunnen, dat ze inspelen op vragen en verlangens van de maatschappij, maar daarbij wel eigen keuzes durven maken. Aleid Truijens mag in de Volkskrant (9 september) de autonome school dan een historische vergissing noemen, de VO-sector heeft deze week geschiedenis geschreven door zelfbewust zowel het geld als de regie op te eisen.
Deze overeenkomst is óók een antwoord op de dialoog die we binnenkort met Jeroen Dijssel-bloem c.s. gaan voeren. Bij een volwassen relatie tussen overheid en onderwijsveld past het dat scholen hun programma presenteren, precies aangegeven hoe zij hun kerntaak gaan waarmaken, daarbij keurig de rekening overleggen en zich publiekelijk verantwoorden. De bal ligt dan waar hij hoort: bij de overheid die maar moet aangeven wat goed onderwijs haar waard is. We wachten eerst Prinsjesdag maar eens af. Ondertussen krijg ik veel tevreden reacties van collega’s: scholen kunnen aan het werk.
Cao
Na maanden onderhandelen hebben we ook een andere overeenkomst bereikt: het cao-onderhandelaarsakkoord. Het hele traject heeft een enorme wissel getrokken op de delegatieleden. Over het àllerlaatste woord en het àllerlaatste cijfer is onderhandeld; soms moesten ze toegeven en soms hield de delegatie voet bij stuk. De cao bevat heel veel verschillende elementen, maar één ding staat al wel vast: we lossen de belofte in ‘iets te doen aan de werkdruk van docenten’. In de aanloop naar de ALV van 2 oktober zal de discussie vooral gaan over de betaalbaarheid. Daar zullen de leden uiteindelijk het finale oordeel vellen. En zo hoort het ook in een gezonde vereniging.
Vmbo
In ons programma voor het komend jaar krijgt het vmbo veel aandacht. In nauw overleg met Jan van Nierop en Harry Grimmius starten we binnenkort een serie gesprekken met de directeur generaal en directeur VO. De taakgroep vmbo heeft zijn eindrapport gepubliceerd en daar willen we als sector zo snel mogelijk mee aan de slag. Juist deze week organiseerde staatssecretaris Marja van Bijsterveldt een vmbo-hearing voor een divers samengesteld publiek van betrokkenen en belangstellenden. Er werden wederom wijze woorden gesproken en welgemeende adviezen gegeven. Ook wij hebben ons zegje gedaan. In feite is er maar één oplossing: schep ruimte voor al die prachtige vmbo-initiatieven. De experts in de scholen weten heel goed wat onze leerlingen nodig hebben om succesvol door te studeren of een startkwalificatie te behalen. Wij gaan daarover graag een nieuwe deal aan.
Nieuw jaar geopend
De week van 1 september t/m 5 september
Onderwijs Nederland is nu echt begonnen. Donderdag beleefden we de feestelijke start van het schooljaar. In een uitstekende sfeer en met veel collega’s, relaties en de staatssecretaris, Marja van Bijsterveldt, hebben we het schooljaar officieel voor geopend verklaard. In mijn toespraak heb ik benadrukt dat scholen een eigen (maatschappelijke) verantwoordelijkheid hebben, dat ze voor die taak goed zijn toegerust en dat de politiek ze bij de uitoefening van die taak niet te veel voor de voeten moet lopen. We zijn nog lang niet uitgediscussieerd over dat ‘Wat’ van de politiek en het ‘Hoe’ van de school.
Met deze week een eerste bijeenkomst van de Ledenadviesraad én een bestuursvergadering zijn we definitief uit de startblokken. Zowel in de LAR als in het bestuur stond de lopende cao-onderhandelingen centraal. De betrokkenheid en intensiteit waarmee de gesprekken gevoerd werden, verraadden het grote belang dat iedereen hecht aan een goede en betaalbare cao. We voelen allemaal de noodzaak van moderne en flexibele arbeidsverhoudingen die recht doen aan individuele wensen en verlangens van medewerkers en tevens passen bij de eisen die een efficiënt ingerichte schoolorganisatie vandaag de dag van ons vraagt. Ik merk ook hoe wij, als sector, in de groei naar dat nieuwe personeelsbeleid in verschillende fasen verkeren, hoe scholen hechten aan (school)specifieke keuzen én hoe cruciaal het is om toch te kiezen voor een heldere gemeenschappelijke koers. Er is nog veel werk te doen!
Vrijdag al vroeg op weg naar Arnhem. Ik heb er jaren gewoond en kom er nog steeds graag; het is er fantastisch wonen en werken. Dat laatste wordt volmondig bevestigd door Adriaan de Graaff, directievoorzitter van het Arentheem College. Ik krijg een rondleiding door zijn geheel verbouwde school. Een schitterend gebouw met een hypermoderne uitstraling en verrassend speelse werkplekken voor leerlingen die ik overal in school lezend, discussierend en studerend aantref. Leerlingen krijgen hier veel kansen en laten zien dat ze heel wat verantwoordelijkheid aan kunnen. Sleutel tot succes is, volgens directeur Henk van Ommen, een gemotiveerd team. Over wat er allemaal voor nodig is om een optimale werksfeer te creëren en hoe de VO-raad daaraan kan bijdragen, raak ik in gesprek met het directieteam. Ik krijg het er af en toe flink van langs: je mag wel wat meer voor ons opkomen; maak je hard voor schoolleiders en wees wat minder politiek. De boodschap is helder en . . . . er is wederzijds begrip voor de verschillende posities. Belangen behartigen voor leden én bruggen slaan naar partijen, dat is de - niet eenvoudige – opdracht voor onze sectororganisatie.
’s Middags naar Tilburg voor het afscheid van Rob Kraakman, de vertrekkend voorzitter van OMO en vice-voorzitter van de VO-raad. Het wordt een prachtig, stijlvol feest, geheel in de geest van en passend bij de grandeur van OMO. Met schitterende shows van leerlingen, veel lof van de sprekers en heel veel gasten (bijna heel VO was present) kreeg Rob de eer en dank die hem toekomt. Als innovator en architect van de bestuurlijk inrichting van het middelbaar onderwijs is hij van grote waarde geweest. Ik zal hem missen als trouwe collega en goede vriend.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs