X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Weeklog Sjoerd Slagter

Weeklog Sjoerd Slagter

Sjoerd Slagter, de voorzitter van VO-raad, blikt terug op afspraken en ontmoetingen van de afgelopen week. De weeklog verschijnt niet in de schoolvakanties.

Verkiezingsprogramma’s, position papers en manifesten

De week van 19 t/m 23 april

We verkeren in een tijd van de verkiezingsprogramma’s, ‘position papers’ en manifesten. Politieke partijen, sectorraden en belangenorganisaties schrijven en debatteren dat het een lust is. En zoeken vervolgens uit alle macht en met soms verrassende aanpakken maximale media-aandacht. Sommigen voeren actie, anderen delen folders uit en weer anderen trekken in optocht naar het Binnenhof.

Onderwijsmensen zijn niet van die druktemakers. Wij houden meer van een nette presentatie, een debat met politici, gevolgd door een keurige brief. Als we afgaan op de effecten van zulke acties, doen we het zo slecht nog niet. Stoere taal doet het natuurlijk goed bij de eigen achterban. En het is af en toe nodig om je als partij te positioneren. Maar als ik afga op de behaalde resultaten in de afgelopen drie jaar, blijkt slim lobbyen, zoeken naar een gemeenschappelijk belang en op basis daarvan een ‘deal’ sluiten veel meer op te leveren.

We hebben heel wat voorbeelden van zulke geslaagde acties: het niet doorgaan van de fusieprikkel, 200 miljoen voor de kwaliteitsagenda, reken- en taalgelden. Daarom gaan we door met onze ‘beschaafde’ aanpak, juist ook met het oog op de dreiging van dit moment: de korting op ons budget doordat het kabinet de nullijn wil hanteren. We zijn er nog niet gerust op, ondanks een motie van de Tweede Kamer die dit wil voorkomen.

Ook de MBO-raad presenteerde deze week zijn ‘position paper’. En ik mocht - als een van de stakeholders - commentaar geven, samen met de Kamerleden Mariëtte Hamer en Jan Jacob van Dijk. Het zijn zware tijden voor de ROC-bestuurders. Veel negatieve publiciteit en onevenredig veel aandacht voor incidenten en uitglijders. Ook als VO-sector hebben we zulke tijden gekend.

We herinneren ons de heisa rond de 1040 uur onderwijstijd nog maar al te goed. En net als dat toen voor ons gold, is er ook voor de MBO-wereld nu maar één remedie: steek de hand in eigen boezem. Regel en borg kwaliteit, maak roosters op orde, stuur geen leerlingen naar huis. In de notitie en in het gesprek met de MBO-collega’s klonk deze aanpak duidelijk door.

Ouders en leerlingen verwachten topkwaliteit en dwingen dat desnoods af. Alle aandacht van bestuur en management moet gaan naar het primaire proces en het versterken van de positie van de docent. Daar hoort ook het creëren van extra beleidsruimte bij, bijvoorbeeld om meer maatwerk mogelijk te maken.

En voor beleidsruimte hebben we de politiek weer nodig. Vandaar dat we de bijeenkomst afsloten met een stevig pleidooi voor een sectorbrede aanpak. Op weg naar een nieuwe formateur en een nieuw kabinet zullen we als onderwijssectoren samen moeten optrekken. Laten we zorgen dat er over twee maanden weer een ‘position paper’ of manifest ligt. Maar dan een van de HELE onderwijssector.

Schoolbesturen volgen loonafspraken, nu OCW nog

De week van 12 t/m 16 april

De brief van staatssecretaris Ank Bijleveld (Binnenlandse Zaken) waarin zij voorstelt om de lonen van docenten en agenten te bevriezen, heeft heel wat losgemaakt. De Tweede Kamer besloot op aanvraag van de PvdA-fractie direct tot een spoeddebat, de vakbonden reageerden woedend en riepen op tot acties. De werknemers wezen op gedane toezeggingen.

Ook de VO-raad heeft direct gereageerd en geëist dat OCW zich houdt aan gemaakte afspraken. De opmerkingen van Bijleveld raken namelijk direct onze scholen. De VO-raad heeft, als vertegenwoordiger van die scholen, de afgelopen periode hard gewerkt aan een betere beloning van docenten. Als we de maatregelen van het convenant LeerKracht en de nieuwe CAO bij elkaar optellen, krijgen docenten er gemiddeld ruim 10% bij.

Dat was ook hard nodig om een jaren durende achterstand in te lopen. Én het was hard nodig om als school een aantrekkelijke werkgever te blijven. Komende jaren verlaat de babyboomgeneratie het onderwijs (sommigen voorspellen een uittocht van meer dan 50%) en omdat deze uittocht niet aangevuld wordt vanuit de lerarenopleidingen, dreigt een enorm tekort aan docenten.

Al die salarismaatregelen en gedane toezeggingen hebben een forse aanslag gepleegd op de financiële positie van de meeste scholen. Met name de dure cao, afgesloten in een periode dat we nog rekenden op 3,5% groei, heeft een gat geslagen. Zulke structurele verplichtingen kunnen we slechts tijdelijk compenseren.

Dat is de reden dat we nu vasthouden aan de toezegging mee te gaan met de lonen in de marktsector. Wij hebben als werkgevers, ook toen het even stevig tegenzat, woord gehouden en de cao volledig toegepast. We rekenen nu op eenzelfde standvastige houding van de overheid.

De reactie van de AOb is ronduit teleurstellend (zie bericht op nu.nl>>). De voorzitter, Walter Dresscher, verwijt schoolbesturen extra geld niet uit te geven aan onderwijs en salaris, maar aan overhead of bestuurslagen. Ik heb aangegeven dat besturen, ondanks financiële tegenvallers, woord houden en wel degelijk extra investeren in onderwijs en docenten. Ook in de zojuist gepresenteerde VO-investeringsagenda kiezen besturen ervoor om te investeren in het primaire proces.

We vragen niet alléén, en zeker niet in de eerste plaats, om geld; we nemen zélf de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs en rekenen erop dat de overheid óók haar verantwoordelijkheid neemt.

Ik hoop dat de bonden ons blijven steunen in ons pleidooi voor een toekomstbestendig financieel beleid en erkennen dat schoolbesturen juist nú hun verantwoordelijkheid ten volle waarmaken.

Scholen als bastions van kwaliteit

Woensdag was het bestuur van de VO-raad de hele dag te gast in Leerhotel Het Klooster van ROC ASA in Amersfoort. In meerdere opzichten een unieke locatie. Een historisch klooster boven op een heuvel, maar ook een moderne school voor leerlingen die in de horeca of hotelwereld aan de slag willen. Diezelfde leerlingen verzorgen de bediening en doen dat met zoveel enthousiasme en zorg, dat je ze een klein ongelukje graag vergeeft.

Geïnspireerd door de omgeving werd het voor ons ook een leermoment. Als bestuur blikten we terug op de afgelopen drie jaar: wat ging goed en wat kan beter? Onder leiding van Theo Camps (Berenschot) werd het een dynamische dag. Theo is actief betrokken geweest bij de totstandkoming en inrichting van de VO-raad en gaf als betrokken ‘buitenstaander’ commentaar op de sectorontwikkeling van de afgelopen drie jaar.

We waren het snel eens over het feit dat we ons als brancheorganisatie op de kaart hebben gezet. Zowel intern als extern zijn we geaccepteerd als de belangrijkste spreekbuis voor het voortgezet onderwijs. In een pluriform en rijk geschakeerd veld slagen we er steeds beter in met een homogene en breed gedeelde visie naar buiten te treden. We boeken resultaten en we dwingen respect af. De recent vastgestelde Investeringsagenda is een goed voorbeeld van deze gezamenlijke visie.

Maar er blijven ook lastige thema’s. Vooral de vraag naar de precieze taak van een brancheorganisatie blijkt ingewikkeld. Het is boeiend (en leerzaam) te vernemen dat bijna alle brancheorganisaties vergelijkbare ontwikkelingen doormaken. Ook branches als de zorg, het verzekeringswezen en de autodealers zijn op zoek naar effectieve belangenbehartiging, maar vragen zich ook af hoe zij hun leden moeten binden. Bij veel brancheorganisaties zie je dat het lidmaatschap een belangrijk criterium wordt voor kwaliteit: een soort keurmerk.

Ziekenhuizen publiceren benchmarklijsten met goed presterende afdelingen en vermelden resultaten en succesverhalen van artsen. In de autobranche is het lidmaatschap van BOVAG een keurmerk: hier mag je kwaliteit verwachten. In het onderwijs kennen we ook zoiets: de schoolprestaties in dagblad Trouw. Alleen zijn het hier buitenstaanders (een krant, de inspectie) die de resultaten publiceren. De scholen zelf zijn niet aan zet. Dat is een van de redenen geweest om met ons project Vensters Voor Verantwoording te beginnen. Als straks alle scholen hierop zijn aangesloten, doen we zelf aan benchmarking en daardoor aan kwaliteitsborging.

Als bestuur realiseren we ons dat we de komende jaren de discussie over kwaliteitsborging en keurmerken breed en met alle leden moeten voeren. De aard en het wezen van de VO-raad als brancheorganisatie hangt hiermee samen. Tijdens de gesprekken in Het Klooster ging het regelmatig over ‘scholen als bastions van kwaliteit’. Als we kunnen bewerkstelligen dat ouders, leerlingen en ook de samenleving scholen zien als bastions van kwaliteit, hebben we het vertrouwen dat we willen, en dat scholen verdienen.

VO-sector biedt alternatief

De ambtelijke commissies hebben hun werk goed gedaan. Niet gehinderd door angst voor de kiezer presenteerden zij miljarden aan bezuinigingen, die Nederland er weer bovenop moeten helpen. Dat ze hun werk grondig hebben gedaan, bleek wel uit de storm aan reacties die vervolgens losbarstte.

Belangenorganisaties en politieke partijen riepen om het hardst dat het zo niet kan en schetsten in angstaanjagende bewoordingen welke rampen ons land zouden treffen als de ambtenaren hun zin kregen. De overheersende teneur in de reacties was toch: niet ten koste van mijn mensen en niet over de rug van onze kiezers. Al met al begrijpelijke reacties vanuit het gekozen gezichtspunt, maar de vraag blijft wel hoe we met minder hetzelfde kunnen presteren (of met hetzelfde meer).

In onze reactie op het rapport van de commissie Smit hebben ook wij gewezen op de gevolgen van de voorgestelde bezuinigingen. Deze gevolgen treffen niet zozeer onszelf, maar vooral de leerlingen, en dan in het bijzonder de zwakkere leerlingen. De commissie Smit had de opdracht een voorstel te doen voor een productiviteitsverbetering die voor de VO-sector ruim 1 miljard oplevert. Om dit te bereiken moet de onderwijstijd naar 850 uur. Dat kan als we kiezen voor een kerncurriculum van rekenen en taal. Dan hoeven we ook minder uit te geven aan zorgleerlingen. En inderdaad, omdat de PISA-resultaten gebaseerd zijn op rekenen, taal en natuurwetenschappen, zullen we internationaal hoog blijven scoren.

Misschien is het goed om nog eens te verwijzen naar het rapport van Motivaction over de grenzeloze jeugd. Daarin wordt gesteld dat "steeds meer leerlingen moeite hebben om mee te komen in onze veeleisende, calculerende en complexe samenleving". Als we op deze leerlingen bezuinigen, is het risico aanzienlijk dat we straks met een probleemgeneratie zitten die afhaakt, die niet mee kan in de kennismaatschappij en die zich buitengesloten voelt. Dat is niet alleen ontoelaatbaar vanuit onze pedagogische verantwoordelijkheid, het zal uiteindelijk ook veel meer geld kosten dan we nu besparen.

De VO-raad durft tegen de plannen van de commissie Smit te protesteren omdat we een alternatief hebben. Dit alternatief zorgt ervoor dat we niet alleen met hetzelfde geld meer presteren (en Nederland stijgt op de OESO-ranking), maar ook dat dat geld aan alle leerlingen ten goede komt. Juist bij leerlingen die in de loop van hun schooltijd extra steun en extra zorg nodig hebben, is nog veel te winnen. Nog meer werk maken van talentontwikkeling, van vmbo’er tot gymnasiast: dat is de kern van onze plannen.

Bij de presentatie van onze Investeringsagenda aan pers en politiek kregen we de afgelopen week veel positieve reacties. De media gaven onze plannen volop aandacht en ook de leerlingen (het LAKS) reageerden enthousiast. Hier kan de politiek toch geen ‘neen’ meer tegen zeggen? Als alle andere sectoren en branches met net zulke sterke alternatieven komen, is het schrijven van een regeerakkoord straks een fluitje van een cent.