X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Weeklog Sjoerd Slagter

Weeklog Sjoerd Slagter

Sjoerd Slagter, de voorzitter van VO-raad, blikt terug op afspraken en ontmoetingen van de afgelopen week. De weeklog verschijnt niet in de schoolvakanties.

Kleine debatten met grote boodschap

De week van 24 t/m 28 mei

Het is de tijd van de grote en kleine verkiezingsdebatten. De grote debatten zie en hoor je bijna dagelijks op radio en televisie. Daar gaan politici elkaar te lijf met ingestudeerde oneliners en ondoorzichtige rekenvoorbeelden. Men laat elkaar niet uitpraten en er is veel leedvermaak om uitglijders. Als ik af ga op de reacties in mijn omgeving, ergeren heel wat kijkers en luisteraars zich aan dit verbale wapengekletter. De optredens hebben vaak meer weg van een theatershow dan van een serieuze gedachtewisseling over politieke keuzes.

Hoe anders gaat het eraan toe tijdens de ‘kleine debatten’. Dat zijn de debatten die plaatsvinden in verenigingsgebouwen, in kantines, scholen en theaterzalen. De organiserende partij mobiliseert deelnemers, kiest een debatvorm, zorgt voor een betrokken en deskundige gespreksleider en nodigt politici uit. Dit zijn bijna altijd kandidaat-Kamerleden, die graag komen uitleggen dat het landsbelang bij hen in goede handen is en dat wij daarom op hen moeten stemmen.

Zelf mocht ik aan een paar van zulke debatten deelnemen. In Hoogeveen organiseerden het Roelof van Echten College en de VO-raad een debat tussen scholieren uit heel Drenthe (alle middelbare scholen deden mee) en Kamerleden. Alle grote onderwijsthema’s kwamen langs: we debatteerden over studiefinanciering en lerarensalarissen, over alternatieve leerwegen en flexibele examens.

De Kamerleden hadden het niet gemakkelijk. Iedere school had gedegen voorwerk gedaan en met name de leerlingen bleken uitstekend voorbereid. Ze kenden de politieke programma’s en ze bevroegen de politici heel precies op zaken betreffende hún school, hún studie en hun toekomst. Dat was de reden dat het nooit saai werd, dat de leraren en leerlingen in de zaal zich niet ergerden en tot het eind geboeid bleven. Zo kan het dus ook.

Afgelopen zaterdag organiseerde LMC uit Rotterdam in haar theaterschool ook een debat met Kamerleden. Het ging over het onderwijs van morgen en wat wij in de komende kabinetsperiode van de politiek mogen verwachten. Prem Radhakishub (van de School van Prem) leidde het debat op onnavolgbare wijze. Ook in dit debat geen kibbelende politici die elkaar met cijfers om de oren slaan, maar Kamerleden die elkaar lieten uitspreken en normaal antwoord gaven op vragen uit het publiek.

Zo erkende Jan Jacob van Dijk op een vraag van een lerares over de doorgeschoten regelgeving in het onderwijs, dat nieuwe wetgeving zelden een oplossing is en dat we veel meer moeten investeren in onderling vertrouwen. De meeste andere partijen vielen hem hierin bij. Als scholen zich meer horizontaal verantwoorden (naar ouders en andere betrokkenen), kan de verticale verantwoording naar de Inspectie minder, waardoor de regeldruk zal afnemen. Een mooie opsteker voor ons project Vensters Voor Verantwoording.

Wat mij het meest bij bleef, was ook hier de grote betrokkenheid van leerlingen. Ze zijn zich ervan bewust dat het om hun toekomst gaat en ze zijn vastbesloten er iets moois van te maken. Hen daarop voor te bereiden, is precies de taak van het onderwijs.

Prestatieafspraken verhogen vertrouwen

De week van 10 t/m 14 mei

Na twee weken van relatieve rust vanwege de meivakantie beginnen we vandaag weer aan een volledige werkweek. In personeelkamers en leerlingenkantines hoor je vakantieverhalen en vrijetijdservaringen. Maar na de vliegtuigramp in Tripoli komen deze verhalen ineens in een ander daglicht te staan. Veilig thuiskomen bleek voor 70 Nederlanders niet vanzelfsprekend. De media hebben de afgelopen dagen - op een soms confronterende wijze - geschetst hoe schokkend dat voor de achterblijvers moet zijn. Een ramp van deze omvang maakt je werkhervatting net iets minder ‘gewoon’ dan anders.

Voor scholen worden het spannende weken. De directie breekt haar hoofd over de vraag hoe de formatie sluitend te krijgen, docenten zoeken uit wat ze deze cursus nog moeten behandelen en leerlingen maken zich op voor de eindspurt. De aantallen geslaagde leerlingen en behaalde diploma’s zijn zowel voor de leerlingen als voor de school een test: hoe hebben wij het als school, als leerling gedaan?

Zelfs op sectorniveau wordt het onderwijs afgerekend: doen onze leerlingen het goed bij de internationale reken- en taaltesten en klimt of daalt Nederland op de Pisa-lijst? Bij de lancering van onze Investeringsagenda hebben we onderwijsinvesteringen expliciet gekoppeld aan het behalen van leerdoelen. Als de overheid bereid is om - mét ons - in onderwijs te investeren, garanderen wij hogere leeropbrengsten, bijvoorbeeld meer diploma’s en hogere kwalificaties.

Dit betekent dat we ook als VO-sector moeten nadenken over de vraag hoe we enerzijds recht blijven doen aan de autonomie van scholen en anderzijds bereid zijn sectorbrede afspraken te maken. Daartoe heeft het bestuur afgelopen week gesprekken gevoerd met (o.a.) het Platform Beta-techniek. Door te kiezen voor een aanpak die nauw aansluit bij de ambities van individuele scholen, is het platform erin geslaagd sectorbreed resultaat te boeken.

Uit die gesprekken bleek dat zulke uitvoeringsorganisaties van grote waarde voor de VO-sector kunnen zijn. Als wij de ambities uit de Investeringsagenda transparant en overtuigend willen presenteren, zullen we bereid moeten zijn afspraken te maken met professionele uitvoeringsorganisaties. Maar dit zal allereerst iets van de sector en de schoolbesturen zélf vragen.

Tijdens een alumnibijeenkomst van leden (boardroom-deelnemers) in Amsterdam wezen de deelnemers op het belang van bindende afspraken over kwaliteit. Onze Investeringsagenda kan een belangrijke rol spelen bij het (zo noodzakelijke) vertrouwen van ouders en politici.

Als wij in staat zijn tot bindende prestatieafspraken te komen, zal dat vertrouwen groeien. Dat rechtvaardigt onze pogingen om in de komende tijd met leden op zoek te gaan naar werkvormen en afspraken om deze bereidheid zichtbaar en meetbaar te maken.