Dossiers / CAO VO

CAO voortgezet onderwijs

Berichtgeving AOb over BAPO onjuist

18 april 2013 - De AOb bericht ten onrechte dat de afschaffing van de BAPO in het VO 4.000 banen zou kosten. In de eerste plaats stelt de VO-raad niet voor de BAPO van de ene op de andere dag af te schaffen. In de tweede plaats klopt de rekensom van de AOb niet.

De VO-raad heeft voorgesteld de BAPO te vervangen door een soberder seniorenregeling. Daarnaast bevat het voorstel een overgangsregeling, die tot 2025 doorloopt. In 2025 zou die soberder seniorenregeling dan volledig zijn ingevoerd. In de 12 jaar tussen 2013 en 2025 krijgen steeds meer mensen te maken met een vermindering van hun BAPO-rechten. Dat leidt ertoe dat ze een halve of hele dag in de week meer moeten werken, waar een wat hoger salaris tegenover staat.

Deze docenten gaan dus meer lesgeven dan voorheen, wat betekent dat hun productiviteit omhoog gaat. Dat leidt tot een aanzienlijke vermindering van de werkdruk voor het overige personeel.

Werkgelegenheid

De AOb stelt dat de door docenten opgenomen BAPO-dagen staan voor zeker 4.000 fulltime banen aan lesuren die herbezet moeten worden. Deze mensen ontvangen salaris en daarnaast betaalt de werkgever nu minstens 70% van de BAPO-uren. Als docenten die nu BAPO genieten, in één keer weer allemaal volledig aan het werk gaan, krijgen zij weer hun volledige salaris. Maar de extra kosten die dat voor de werkgever met zich meebrengt, zijn substantieel lager dan de optelling van de 70% vergoeding voor de BAPO-uren plús het salaris van de vervanger - waar werkgevers nu mee te maken hebben. Daardoor zou zelfs bij het in één keer volledig afschaffen van de BAPO nog voldoende financiële ruimte overblijven om meer dan de helft van de huidige vervangers (4.000) in dienst te houden.

Maar hiervan is dus geen sprake: door de geleidelijkheid van de invoering zal het effect op de werkgelegenheid ook geleidelijk plaatsvinden. De mensen die nu nog geen BAPO-rechten hebben, zullen in het voorstel van de VO-raad meer les blijven geven dan ze bij het voortbestaan van de regeling zouden doen. Dit zal er niet toe leiden dat banen verloren gaan, omdat er geen sprake is van vermindering van bestaande rechten, maar alleen van het niet ontstaan van nieuwe rechten.