Gedrag docent in strijd met strafrecht: grond voor ontslag
De Rechtbank te Utrecht heeft op 15 oktober een coördinator van een middelbare school wegens ontucht met een leerlinge veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, een schadevergoeding en een voorwaardelijke (vanwege de lange duur van deze zaak) straf van drie maanden.
De leerlinge was toevertrouwd aan de coördinator en heeft aldus misbruik gemaakt van de bestaande formele gezagsrelatie.
De coördinator die 40 jaar ouder is dan de leerlinge had beter moeten weten. "De rechtbank is van oordeel dat verdachte het vertrouwen dat slachtoffer, een in die periode zeer kwetsbare puber met de nodige problematiek, in hem mocht stellen ernstig heeft geschaad. Daarmee heeft verdachte de lichamelijk integriteit van slachtoffer geschonden.”
De rechtbank acht de coördinator dan ook schuldig aan het plegen van ontuchtige handelingen met de aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarig leerlinge.
Wat is de wettelijke basis voor misdrijven tegen de zeden?
Krachtens artikel 249 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht pleegt hij ontucht die met zijn minderjarig kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
Nu de coördinator in strijd heeft gehandeld met het strafrecht heeft dat de arbeidsrechtelijke consequentie, namelijk ontslag van de coördinator.
Meer informatie
Gemma Hufen
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs