Informatieverstrekking aan ouders en derden
In februari 2011 deed de Landelijke Klachtencommissie uitspraak over een klacht van ouders, die stelden dat de school hen niet voldoende had geïnformeerd over de problemen van hun dochter. Ook klaagden de ouders dat de school derden had geïnformeerd zonder hun toestemming. Naar aanleiding van deze klachten geeft de commissie een aantal uitgangspunten voor informatievoorziening door scholen aan ouders en derden.
In deze kwestie vertelt een leerling aan de leerlingbegeleider van de school dat ze is weggelopen van huis. Hierop schakelt de leerlingbegeleider de schoolmaatschappelijk werkster in, die op haar beurt contact opneemt met Bureau Jeugdzorg. Op verzoek van de leerling wordt hierover geen contact opgenomen met de ouders.
Om meer zicht te krijgen op de ontwikkeling en het gedrag van de leerling, doet de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek. De leerling wordt uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld.
Uitgangspunten commissie
De commissie hanteert als uitgangspunt dat de school in beginsel gehouden is om de ouders op de hoogte te houden van de ontwikkeling van hun kind. Maar kan hier een uitzondering op gemaakt worden als de leerling om geheimhouding vraagt? Hierbij overweegt de commissie dat een school er beleidsmatig rekening mee hoort te houden dat haar medewerkers door leerlingen in vertrouwen kunnen worden genomen.
In beginsel dient informatie die een leerling slechts in vertrouwen wil verstrekken, vertrouwelijk te blijven. Er zijn echter situaties denkbaar dat de ontvanger van de informatie de ouders toch op de hoogte moet stellen. Van een dergelijke situatie is sprake als besloten wordt een leerling door te verwijzen naar schoolmaatschappelijk werk, gezien de verantwoordelijkheid van de ouders voor hun minderjarige kind.
Naar aanleiding van de klacht dat de school zonder toestemming van de ouders derden (in dit geval Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming) heeft geïnformeerd, overweegt de commissie het volgende. Indien een externe instantie een school om informatie vraagt, dan moet de school per geval en situatie een afweging maken. Is het noodzakelijk om informatie te verstrekken en welke gevolgen kan dit hebben?
De commissie kan begrijpen dat in deze situatie is gekozen om de informatie wel te verstrekken. De leerling verkeerde in een zorgelijke situatie en had hulp nodig, die de externe instanties konden bieden. In dit kader overweegt de commissie echter wel dat het – uitzonderlijke gevallen daargelaten – te allen tijde correct en gewenst is om betrokkenen te informeren dat aan derden informatie is verstrekt. Daarbij moet men ook vertellen welke afweging hierbij is gemaakt.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs