Mannen mogen korte broek aan op school
Een docent wordt op een middelbare school aangesproken op zijn kledingkeuze, een driekwart broek. Door de school wordt gewezen op onderstaand beleid met de toevoeging dat alle mannelijke werknemers een lange broek dienen te dragen.
“Medewerkers zijn professionele krachten. Zij stralen dat uit in hun voorkomen en geven leerlingen het ‘goede voorbeeld’. Medewerkers gedragen zich correct en zijn correct gekleed. Zij ondersteunen het positieve imago van de school en tonen daarmee hun voorbeeldfunctie.”
Op grond van artikel 7: 646 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek mag de werkgever geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, het verstrekken van onderricht aan de werknemer, in de arbeidsvoorwaarden, bij de omstandigheden, bij de bevordering en bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst.
Strookt het beleid van de school met dit gelijkheidsbeginsel?
Op 25 mei 2010 heeft de Commissie gelijke behandeling geoordeeld dat de werkgever een direct onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen, nu de school een kortere dan wel driekwart broek wel representatief acht voor vrouwen en dus toelaatbaar, maar niet voor mannen.
In het geval van deze werknemer is het onderscheid dat gemaakt is door de school niet noodzakelijk of functioneel en zijn de uitzonderingen op grond van artikel 7:646 BW niet van toepassing. Dit beleid maakt een verboden onderscheid op grond van geslacht. De docent is in het gelijk gesteld.
Meer informatie
Gemma Hufen
Bronnen: www.cgb.nl/node/15135/volledig# en www.cgb.nl/node/15135/volledig# r.o. 3.2 en 3.5
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs