Privacy van privé internetgebruik en e-mailverkeer op het werk
Ook op de werkvloer heeft de werknemer recht op privacy, specifiek met het oog op het internet- en e-mailverkeer. De werkgever moet dit toelaten, maar kan wel grenzen stellen door richtlijnen op te stellen. Ook mag de werkgever privégebruik monitoren, mits werknemers van te voren geïnformeerd zijn.
Op grond van artikel 7: 611 van het Burgerlijk Wetboek dient zowel een werkgever als een werknemer zich te gedragen als een goed werkgever of goed werknemer. In het kader van het goed werkgeverschap kan de werkgever niet zomaar het internet- en e-mailverkeer van zijn of haar werknemers controleren.
In artikel 8 van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens is verankerd dat iedereen recht op privacy heeft. In het Copland- arrest wordt aangegeven dat ook het internet- en e-mailverkeer op de werkvloer onder dit artikel wordt geschaard. In deze zaak was de werkneemster door de werkgever niet op de hoogte gesteld van het feit dat het internet- en e-mailgedrag gemonitord kon worden. Zij was in de veronderstelling dat dit redelijkerwijs ook onder de privacy zou vallen.
Het Europese Hof heeft aangegeven dat het monitoren een inbreuk was op haar privacy, nu de werkgever de werkneemster niet van tevoren heeft geïnformeerd (EHRM 3 april 2007, NJ 2007/617).
Het beste is als de werkgever richtlijnen opstelt en voorlegt aan de Medezeggenschapsraad, op grond van artikel 12 lid 1 sub m WMS.
Meer informatie
Gemma Hufen
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs