X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > VO-juridisch > Sexuele intimidatie

Sexuele intimidatie

Net als elders in de samenleving stuiten we in het onderwijs op gedragingen die we seksuele intimidatie noemen en die leiden tot onrust en een roep om actie. Seksuele intimidatie kan plaats vinden tussen personeelsleden onderling en, nog erger, tussen personeelsleden en leerlingen. In het laatste geval is de verontwaardiging in het algemeen nog groter. Juist vanwege de emoties en mogelijk grote gevolgen voor alle betrokkenen is het nodig om extra zorgvuldig om te gaan met het afhandelen zo’n zaak.

Als je bij de rechter komt blijkt de uitspraak niet altijd te worden wat de emoties hadden ingegeven. Twee recente zaken laten dit weer zien. In dit geval zijn het twee zaken waar je op het eerste gezicht zou zeggen dat de ‘dader’ of werkgever gestraft zou moeten worden, maar de rechters niet (geheel) meegingen in deze wens.

In het ene geval gaat het om collega’s. Bij binnenkomst van de slechts met kaarslicht verlichte zaal, waar een kerstborrel zou plaatsvinden, knijpt de directeur in de billen van zijn mannelijke medewerker en heeft het vervolgens over een darkroom. Wat er meer gezegd en gedaan is is omstreden. Ook in hoogste instantie (Hoge Raad[1]) wordt hierin geen seksuele intimidatie gezien o.a omdat de gedraging voor de directeur geen seksuele lading had, hij had er geen seksuele bedoeling mee. Ook de overige omstandigheden (gedraging had niet in het geniep plaatsgevonden, het slachtoffer had op dat moment lachend gereageerd) maakten dat de gedraging niet als seksuele intimidatie kon worden gekwalificeerd.

Opmerkelijk aan deze uitspraak is dat de beleving van het slachtoffer hierbij geen rol speelde. Dat de gedraging het slachtoffer zeer heeft aangegrepen zou veroorzaakt zijn door een traumatische ervaring uit het verleden.

Overigens vonden de rechters het gedrag wel in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

In voorkomende gevallen is het dus raadzaam heel goed te kijken naar alle omstandigheden van het geval. Dat wisten we natuurlijk al, maar daar hoort in ieder geval ook bij welke bedoeling de dader heeft gehad met zijn gedrag.

In een andere zaak ging het om een leraar die in een vorige baan als leraar ontuchtige handelingen had verricht met een minderjarige leerlinge. Sinds 2004 werkt de leraar op zijn huidige school. Toen het slachtoffer na jaren (2008) alsnog aangifte deed heeft de leraar de werkgever en alle betrokkenen direct daarvan in kennis gesteld. De werkgever is niet tot ontslag overgegaan, maar heeft de leraar, net als veel ouders en leerlingen, actief gesteund. Op het moment dat de rechter op basis van de aangifte een veroordeling uitsprak wilde de school hem ontslaan. De rechter[2] meende echter dat dit na al die tijd en gezien de opstelling van de werkgever in die periode te ver ging. Er was ook geen concreet recidivegevaar. De arbeidsovereenkomst werd niet ontbonden.

Ook hier blijkt weer hoe zorgvuldig je moet zijn in de afhandeling van dit soort kwesties en hoe gemakkelijk je, al dan niet geleid door emoties, hierin afwegingen maakt die je later betreurt.

Meer informatie over de aanpak van seksuele intimidatie is te vinden op de website van PPSI ( www.ppsi.nl )

Vragen over deze zaken kunt u stellen aan Robert van den Boezem

Bronnen:

[1] HR 10 juli 2009, LJN: BI4209

In diverse artikelen is commentaar geleverd op deze uitspraak (zie o.a. Arbeidsrecht 2010, 24)

[2] Rechtbank Breda sector kanton, 2 juni 2010, LJN: BM7631