Welke veiligheidsmaatregelen mag een school treffen?
Voor de beantwoording van de vraag in hoeverre een school bevoegd is veiligheidsmaatregelen te treffen moet er onderscheid worden gemaakt tussen het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs. Voor beiden geldt de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO), echter de nadere toepassing ervan wordt in het openbaar onderwijs ingevuld door het publiekrecht en in het bijzonder onderwijs door het privaatrecht.
In de WVO staat dat de school een schoolgids en een leerlingenstatuut moet opstellen. Hierin heeft de school de nodige beleidsvrijheid om het kwaliteits- en veiligheidsbeleid tot uitdrukking te brengen. In het openbaar onderwijs zijn hierin de publiekrechtelijke algemene beginselen van behoorlijk bestuur leidend, te weten de eisen van proportionaliteit, doelmatigheid, noodzakelijkheid en zorgvuldigheid. In het bijzonder onderwijs bepalen de privaatrechtelijke normen van proportionaliteit, subsidiariteit en redelijkheid en billijkheid het kader.
Ook de Arbowet speelt in deze problematiek een rol. Op basis van de Arbowet zijn scholen verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van personeel, leerlingen en bezoekers van de school. De werkgever moet de arbeid zodanig organiseren dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer. Eventuele risico’s dienen zoveel mogelijk bij de bron te worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, moeten andere maatregelen worden getroffen waarbij de collectieve bescherming uitgaat boven maatregelen voor individuele bescherming.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs