Weigering promotie?
07 december 2011
Op 1 november 2011 heeft de Commissie Onderwijsgeschillen uitspraak gedaan in een zaak waarin een docent stelde dat haar een promotie was onthouden.
De docent, met een LB-functie en een eerstegraads bevoegdheid, was van mening dat zij geen recht op een LD-functie kon claimen doordat zij alleen in de onderbouw werd ingezet.
Hiermee zou haar een promotie worden onthouden. Volgens de docent zou dit ingevolge artikel 52, eerste lid onder c, WVO (alsmede artikel K1, eerste lid, CAO OMO), een voor beroep vatbare beslissing zijn.
De Commissie oordeelt het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Volgens vaste jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct of indirect onthouden van een promotie te worden verstaan ‘de directe of indirecte weigering van de werkgever om de werknemer, die het maximum van de bij zijn behorende hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij die functie behorende maximumschaal’.
In de oude rechtspositieregeling werd ‘promotie’ op die manier bedoeld. Deze aanloopschalen bestaan inmiddels niet meer, maar dat maakt de uitleg van de bepaling niet anders. Een beslissing van de werkgever die resulteert in een bepaalde urenverdeling in boven- en onderbouw kan derhalve niet worden aangemerkt als het (in)direct onthouden van promotie.
Artikel 19, eerste lid onder d, CAO VO 2011-2012 en artikel K1, eerste lid, CAO OMO, zijn sinds het verdwijnen van de aanloopschalen in wezen loze bepalingen geworden. Zodra artikel 52, eerste lid onder c WVO is aangepast, kunnen ook deze artikelen in overeenstemming met de bestaande praktijk worden gebracht.
Zie over deze uitleg van artikel 52, eerste lid onder c WVO, bijvoorbeeld ook Samenvatting uitspraak beroep tegen beweerd onthouden promotie, Commissie van Beroep (1 nov 2004).
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs