Rapport commissie Don
Adviescommissie 'Financiële sturing VO-instellingen'
Het bestuur van de VO-raad heeft de commissie 'Financiële sturing VO-instellingen' gevraagd de adviezen van de commissie Don te vertalen naar de VO-sector. De commissie adviseert VO-besturen in haar rapport om toekomstgericht financieel te sturen op besteedbaar en benodigd vermogen, beschikbare budgetten en liquiditeit. Daarbij zijn een gedegen meerjarenbegroting en een goede risicoanalyse per instelling onmisbare instrumenten.
Professionalisering
Een ander advies van de commissie betreft professionalisering met als belangrijke componenten versterking van het financieel beleid en deskundigheidsbevordering. Om te komen tot een adequaat beoordelingsinstrumentarium dient de sector vooralsnog ervaring op te doen met de set kengetallen zoals door de commissie Don voorgesteld, maar aangevuld met het kengetal weerstandsvermogen.
Bestuursreactie
In een eerste reactie op het rapport geeft het bestuur van de VO-raad een groot compliment aan de commissie voor het geleverde werk. Het bestuur neemt het merendeel van de adviezen over. Dat betreft bijvoorbeeld het belang van toekomstgericht sturen door middel van een meerjarenbegroting en een risicoanalyse, de inrichting van het toezicht, en de inhoudelijke noodzaak tot professionalisering.
Op punten zal het bestuur een nadere vertaalslag maken, bijvoorbeeld waar het gaat om de vraag naar ondersteuning. Daarover gaat het bestuur in gesprek met leden.
Het bestuur zal kort na de zomervakantie helderheid bieden over de nadere uitwerking van de adviezen van de commissie.
Het rapport van de commissie Financiële sturing VO-instellingen en de bestuursreactie vindt u in het rechterkader.
Aanbevelingen Commissie Don
Het belangrijkste signaal dat Don in het rapport afgeeft is dat scholen zorgvuldig met hun middelen moeten omgaan. Scholen gaan hun financiële positie en de bijbehorende risico’s duidelijker in kaart brengen. De VO-raad gaat schoolbesturen intensiever stimuleren en ondersteunen bij de opstelling van een financiële planning en een risicoanalyse.
Scholen hebben minstens 3 jaar nodig om nieuwe signaleringsgrenzen te realiseren. Eventuele bedragen die boven de grenzen uitkomen, worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs.
Signaleringsgrenzen
De nieuwe signaleringsgrenzen hebben betrekking op de zogenaamde kapitalisatiefactor. De commissie Don introduceert dit kengetal om te beoordelen of mogelijk sprake is van overreserves. De kapitalisatiefactor meet het verband tussen de hoeveelheid kapitaal die een bestuur gebruikt voor zijn activiteiten en de jaarlijkse inkomsten.
Achterliggende gedachte is dat relatief veel uitgaven ten opzichte van de inkomsten erop kan duiden dat een bestuur te veel middelen inzet om zijn activiteiten te realiseren. Het kapitaal dat vastligt in gebouwen en terreinen wordt niet in deze berekening meegenomen.
Aanmerkingen
De VO-raad vindt het voorbarig om de inspectie nu al een taak te geven, waarbij sprake is van bemoeienis met investeringsplannen. Verder is de VO-raad van mening dat de commissie te lage grenzen aanhoudt voor risicobuffers ten behoeve van onvoorziene uitgaven of investeringen.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs