Onkosten tweede correctie
De VO-raad ziet drie mogelijkheden waarop besturen de onkostenvergoeding kunnen regelen:
1. een feitelijke onkostenvergoeding:
de vergoeding beperken tot gemaakte kosten. De motivatie hierbij is dat het uitvoeren van de tweede correctie een reguliere taak van de docent is en dat de vergoeding daarnaast een echte onkostenvergoeding zou moeten zijn.
2. bruto uitbetalen van het standaardbedrag:
een bruto bedrag betalen dat de tweede corrector netto het standaardbedrag van € 2 per kandidaat oplevert, los van vak of schoolsoort. Door het loslaten van vak of schoolsoort (zoals bij de oude regeling) ligt dan een hogere maximumvergoeding voor de hand, bv. € 60.
3. maatwerk:
het bestuur spreekt met zijn personeel een eigen regeling af, die het best is toegesneden op de eigen situatie. Dat kan een beloning zijn in een andere vorm dan geld, die recht doet aan de inspanning van betrokkenen.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs