Veelgestelde vragen CAO VO 2008-2010
1. Wat is het verschil van het huidige onderhandelaarsakkoord over de cao ten opzichte van het afgewezen akkoord in september?
- Het onderdeel werkdruk uit het eerdere onderhandelaarakkoord is aanzienlijk gewijzigd. Het is veel minder gedetailleerd waardoor de werkgever meer vrijheid van handelen heeft.
- In het akkoord dat nu voorligt wordt er niet meer gesproken van een centrale cao-regeling waarbij een vermindering van het maximale aantal klokuren aan lestaken wordt vastgelegd. De docent besluit samen met het team, de /sectie/afdeling dan wel individueel, op welke wijze hij de 24 klokuren ‘ trekkingsrecht’ wenst in te zetten. Dit kan voor lestaken, niet-lestaken, voor- en nawerk en deskundigheidsbevordering zijn, maar er kan ook gekozen worden voor een financiële vergoeding. De normjaartaak blijft 1659 uur.
- De drie vrij opneembare verlofdagen voor de docent die onderdeel waren van het onderhandelaarakkoord van september behoren niet langer tot de afspraken.
- In het akkoord staat niet meer dat de schoolleiding met de PMR een studiebijeenkomst organiseert rond het thema werkdruk.
-
Het onderhandelaarsakkoord is ook een betaalbaar akkoord. De kosten van het trekkingsrecht van 24 uur voor docenten blijven binnen de afgesproken 1% van de loonruimte.
2. Hoe werkt het trekkingsrecht van 24 klokuren voor docenten precies?
De docent besluit samen met zijn team/sectie/afdeling dan wel individueel, op welke wijze hij de 24 klokuren wenst in te zetten. Dit kan voor lestaken, niet-lestaken, voor- en nawerk en deskundigheidsbevordering zijn, maar er kan ook gekozen worden voor een financiële vergoeding. De docent kan bij zijn keuze waar hij 24 uur minder aan wil besteden kiezen tussen vermindering van de lestaak of vermindering van niet-lestaken. Daarbij geldt tevens dat indien de docent kiest voor vermindering van de lessentaak er rekening wordt gehouden met de opslagfactor voor voor- en nawerk, waardoor de fulltime docent zijn lestaak voor het jaar met maximaal 16 klokuren kan verminderen.
Belangrijk is dat docenten hun keuze voor een bepaald schooljaar uiterlijk 15 maart daaraan voorafgaand kenbaar moeten maken. Dat geeft tijd en ruimte voor het organiseren van de consequenties van de keuzes. Waar dat tot knelpunten leidt, dient overleg tussen betrokkene(n) en schoolleiding plaats te vinden.
Het doel is een optimaal schoolproces te garanderen. De klokuren kunnen ook worden ingezet om meer docenten of ander personeel in te huren. Daardoor komen meer uren beschikbaar om dezelfde taken te verrichten. Op schoolniveau kunnen nadere afspraken worden gemaakt hoe de besluitvorming over invulling van het trekkingsrecht plaatsvindt. Het trekkingsrecht op de 24 klokuren geldt voor fulltimers en werkt voor part-timers naar rato.
3. Wat betekent een maximale lestaak van 750 klokuren, onverminderd de op instellingsniveau op 1 januari 2009 geldende afspraken m.b.t. het taakbeleid?
4. Heeft een startende docent nog recht op een reductie van 20% van zijn lesgevende taak indien hij reeds als LIO heeft gewerkt of iemand heeft vervangen?
5. Welke cao is er nu van toepassing?
De huidige cao loopt tot en met 30 juni 2008. De VO-raad en de vakcentrales hebben besloten de CAO VO 2007-2008 te verlengen. De einddatum wordt verschoven tot het voorliggende onderhandelaarsakkoord van kracht wordt.
6. Waarom kan de werkdruk het beste op school en individueel niveau aangepakt worden?
Voor het verlagen van de werkdruk is een individuele aanpak noodzakelijk. Iedereen ervaart werkdruk op een andere manier. De ervaren werkdruk is sterk afhankelijk van de situatie op school en van de werkzaamheden naast de lesgevende taak. Een landelijke reductie van de lestaak lost het werkelijke probleem niet op: de werklast wordt gereduceerd, maar niet de werkdruk die wordt ervaren als gevolg van bijvoorbeeld vergaderingen, surveilleren en ouderavonden.
7. Wat doen scholen op dit moment om de werkdruk te verlagen?
Uitkomst ledenpanel Werkdruk
8. Een trekkingsrecht van 24 klokuren is 1,45% van de normjaartaak van 1659 klokuren. Hoe kan dit betaald worden uit 1% van de loonkosten?
9. Hoe worden de scholingsmiddelen van € 250 en € 500 en de 20% lestaakreductie voor beginnende docenten gefinancierd?
Deze maatregelen komen ten laste van de werkgevers, dat wil zeggen dat financiering plaatsvindt buiten de loonruimte die beschikbaar wordt gesteld voor cao-maatregelen. Dit was overigens al in juni 2008 de insteek van de cao-delegatie. Voor veel scholen geldt dat lestaakreductie voor startende docenten al beleid is en dat er al middelen gereserveerd zijn voor scholing. Daarom kunnen deze kosten in ieder geval niet volledig als extra kosten worden beschouwd.
Zie ook het nieuwsbericht "Voorstel werkgevers: werkdrukverlaging en loonbod 5,8%".
10. Kan de werkgever over de inzet van het trekkingsrecht afspraken voor meerdere jaren maken?
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs