Doorstroom vmbo-tl
De aansluiting van vmbo-tl op havo en mbo kan veel beter. Goede aansluiting vraagt om samenwerking tussen de aanleverende en ontvangende scholen. Vooral de samenwerking tussen vmbo-tl en mbo laat nog zeer te wensen over. Dat concludeert de VO-raad in een advies aan staatssecretaris Van Bijsterveldt.
De VO-raad baseert zijn advies op meer dan 60 gesprekken met vmbo-, mbo-, en havo-afdelingen en interviews met leerlingen. Daaruit volgen een aantal aanbevelingen om de knelpunten aan te pakken:
-
Het doorstroomrendement moet zichtbaar worden gemaakt. Zo bevorder je de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de scholen voor de onderwijsloopbaan van de leerling;
-
De voorbereiding op het vervolgonderwijs in vmbo-tl moet een belangrijkere plek krijgen, zodat leerlingen beter weten waarvoor ze kiezen én wat ze kunnen verwachten;
-
De kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde) in vmbo-tl moeten worden verstevigd zodat de overgang naar havo maar ook mbo wat betreft de vakaansluiting soepeler verloopt.
-
Er moet een stimuleringsregeling komen voor vmbo-tl, mbo en havo om samen betere aan de slag te kunnen gaan met de aansluiting.
-
Zorg voor goede loopbaanoriëntatie en studiebegeleiding belangrijk.
Bij de overstap naar het havo kan de aansluiting van vakken beter. Ook is de havo moeilijker en vraagt de opleiding om meer zelfstandigheid. Leerlingen zijn daar niet altijd goed op voorbereid. Leerlingen moeten echter ruim van tevoren weten welke eisen havo-scholen stellen. Toelating mag geen willekeur zijn. Daarnaast moeten ex-vmbo-ers op het havo dezelfde rechten hebben als reguliere havisten.
Leerlingen die in het mbo starten, weten onvoldoende wat ze willen, dat maakt het kiezen van een passende opleiding moeilijk. Ook het competentiegerichte onderwijs in het mbo, een hele andere manier van leren, kan voor leerlingen pittig zijn.
Meer informatie
Karin Monnink
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs