Code Goed onderwijsbestuur
21 november 2011
De Code Goed onderwijsbestuur, waarin leden van de VO-raad uitgangspunten voor handelen hebben vastgelegd, is aangescherpt. De nieuwe code geldt per 1 augustus 2011. In de code staan afspraken over (horizontale) verantwoording, openheid over beleid, integriteit en verantwoordelijkheden binnen de school (strikte scheiding taken bestuur en toezichthouder).
De code is geen vrijblijvende intentieverklaring. Met het lidmaatschap van de VO-raad onderschrijft elk lid te voldoen aan de code en de regels na te leven. De code geeft aan welke reglementen een instelling dient te hebben. De reglementen zelf zijn geen onderdeel van de code. Besturen krijgen de ruimte om dit zelf in te vullen, in de geest van de code.
Principe ‘pas toe of leg uit’
Als uitgangspunt bij de naleving is gekozen voor het principe dat wie de code niet
(volledig) toepast, uitlegt waarom daarvoor gekozen is. Op die manier wordt instellingen
de ruimte geboden af te wijken van de code op bepaalde punten, maar wordt
ook op een transparante wijze aan belanghebbenden uitgelegd waarom niet aan de
betreffende bepalingen is voldaan.
Aangescherpte code
De eerste code uit 2008 werd aangescherpt op basis van ervaringen en ontwikkelingen uit het onderwijsveld en aangepast met maatregelen uit de wet ‘Goed onderwijs, goed bestuur’. De nieuwe code is op 26 mei 2011 door de Algemene Ledenvergadering van de VO-raad goedgekeurd en geldt per 1 augustus 2011. De belangrijkste wijzigingen zijn:
- Aanpassing tekst pre-ambule
In de tekst van de pre-ambule is de nadruk meer komen te liggen op ‘hier staan wij voor als sector’ dan op ‘dit zijn de regels'. - Toevoeging artikel over integriteit
Om de code expliciet in tekst te laten aansluiten op de nieuwe wet 'Goed onderwijs, goed bestuur' en om het belang van integriteitsbeleid naar voren te halen, is een artikel over integriteit toegevoegd. - Toevoeging artikel over professionaliteit
Dit artikel is opgenomen om de code expliciet in tekst te laten aansluiten op de eisen die de wet stelt aan een code en omdat de sector onderschrijft dat de positie van de leraar onderdeel is van goed bestuur. Daarmee komt tevens de directe relatie tussen goed bestuur en onderwijskwaliteit naar voren. - Toevoeging artikel over beloning bestuurders
De wet ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ regelt dat alle bestuurders onder de cao vallen. De eigen beloningsleidraad is daardoor als onderdeel van de Code Goed onderwijsbestuur komen te vervallen. Daarmee verliest de sector een transparant en objectief middel om de beloning van bestuurders te bepalen. Vanuit maatschappelijk perspectief wil de sector zich toch duidelijk uitspreken over de grenzen van de beloningen voor bestuurders. - Uitbreiding van de taken van de toezichthouder
De komst van de wet 'Goed onderwijs, goed bestuur' maakt dat de taken van de toezichthouder in de nieuwe code zijn aangescherpt. Er is expliciet opgenomen dat de toezichthouder is belast met 'het toezien van de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur en de afwijkingen van die code' (WVO art. 24 e1). - Laten vervallen van het kapstokartikel
Het kapstokartikel is oorspronkelijk toegevoegd vanwege de flexibiliteit van de code. In de praktijk blijkt dat het kapstokartikel weinig meerwaarde heeft en vooral tot onduidelijkheden leidt. Het laten vervallen van het kapstokartikel in de nieuwe code betekent dat de kwaliteitsstandaard voor examens niet meer onder het regiem van de Code Goed onderwijsbestuur valt. In de praktijk maakt dit geen verschil. De beloningsleidraad is reeds komen te vervallen.
Implementatie van de code
De nieuwe code is tot stand gekomen nadat de VO-raad onderzoek heeft laten doen naar de implementatie van de eerste code uit 2008. Hieruit blijkt dat:
- twee jaar na invoering een grote meerderheid van de besturen de code op alle onderdelen heeft doorgevoerd.
- 70% van de besturen de scheiding tussen toezicht en bestuur statutair heeft geregeld. De overige besturen geven aan dit binnen afzienbare tijd gerealiseerd te hebben. Grote besturen hebben de scheiding vaker statutair geregeld dan kleine besturen.
- bijna 90% van de besturen een risicoprofiel heeft opgesteld. Iedereen voert het beleid uit volgens een planning of heeft dit in ontwikkeling.
- alle besturen conform de code handelen als het gaat om horizontale verantwoording en het geven van openheid over het beleid. Het actief betrekken van externe belanghebbenden is nog wel punt van aandacht.
- een substantieel deel van de besturen nog geen procedures heeft vastgelegd rond integriteit. Dit laatste onderdeel is daarom nu expliciet opgenomen in de nieuwe code.
Persberichten
- Downloads
- Code Goed onderwijsbestuur
- Onderzoek doorwerking en implementatie code Goed onderwijsbestuur 8 juli 2011
- Richtlijnen CPB 'Actieve openbaarmaking en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer' (aug 2009)
- Onderzoek invoering Code 2010
- Onderzoeksrapport 2010
- Samenvatting Quick scan 2009
- Achtergrondinformatie
- VO-magazine jan 2010: 'Vertrouwen verdienen met goed bestuur'
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs